Het recht als spinnenweb: Solon en Anacharsis

Waar twee denkers elkaar treffen, ontstaat al snel discussie. Zo ging het ook toen Anacharsis – een vermaard wijsgeer uit Skythië – op bezoek kwam bij de Atheense wetgever Solon, ergens in de vroege zesde eeuw voor Christus. Destijds was Solon druk bezig met het opstellen van een rechtssysteem dat soms wordt beschouwd als verre voorloper van de democratische rechtsstaat – met onder meer een soort legaliteitsbeginsel, politieke rechten voor alle vrije burgers en een constitutie die gericht was op machtsevenwicht tussen verschillende sociale groepen.

Toen Anacharsis hoorde waar Solon mee bezig was, kwam hij haast niet meer bij van het lachen. Dacht Solon nu werkelijk dat zijn wetten iets uit zouden halen? Solons nieuwe rechtssysteem verschilde volgens Anacharsis in niets van een spinnenweb. Wie onaanzienlijk is en klein, zou er al snel verstrikt in raken, terwijl de groten – dat wil zeggen, de rijken en de machtigen – het met groot gemak kapot zouden kunnen scheuren. Om nog te zwijgen van de spin zelf, die sowieso nergens last van heeft en ongehinderd op zijn eigen web heen en weer kruipt.

Wie vandaag de dag goed om zich heen kijkt, ziet Anacharsis’ beeld van het rechtssysteem als spinnenweb keer op keer bevestigd. Denk bijvoorbeeld aan de toeslagenaffaire, waarbij het rechtssysteem genadeloos afrekende met kleine fouten van burgers, terwijl grote institutionele misstanden jarenlang konden voortbestaan. Aan SyRI – een discriminerend systeem voor fraudeopsporing dat desastreus uitpakte voor kwetsbare sociale groepen. Of aan Tata Steel, dat jarenlang zonder al te veel consequenties milieunormen aan zijn laars lapte.

Is het dus niet meer dan terecht dat Solon door Anacharsis zo onbedaarlijk wordt uitgelachen? Dat nu ook weer niet. In antwoord op Anacharsis’ kritiek legde Solon zijn gast uit dat zijn politieke en juridische hervormingen bedoeld waren om in Athene voor rust en vrede te zorgen, na een lange periode van sociale spanningen. Wie zou nu op het idee komen wetten te breken die iedereen tot voordeel strekken? Bovendien, zo betoogde hij, had hij wetten geschreven die nauw aansloten bij algemeen gedragen principes, zodat iedereen ermee zou kunnen instemmen.

In Solons project en zijn antwoord aan Anacharsis zijn idealen herkenbaar die nog altijd springlevend zijn. Daarbij gaat het onder meer om geordend samenleven op grond van wederkerigheid en onderlinge instemming. Om democratische zeggenschap en zelfbinding aan algemene beginselen van rechtvaardigheid. Om idealen, kortom, die later zouden worden uitgewerkt door denkers als Locke, Rousseau en Rawls en heden ten dage ten grondslag liggen aan de democratische rechtsstaat.

Anacharsis wijst terecht op problemen die maken dat idealen van democratie en rechtsstatelijkheid zich in de praktijk vaak moeilijk laten realiseren. Maar dat wil nog niet zeggen dat het een goed idee is die idealen meteen bij het vuilnis te zetten. De toeslagenaffaire en de misstanden rond SyRI kwamen aan het licht dankzij volksvertegenwoordigers, journalisten en uiteindelijk ook rechters die zich beriepen op rechtsstatelijke beginselen. En vervuilende bedrijven als Tata Steel stuiten inmiddels op forse juridische tegenmacht.

De bulderlach van Anacharsis waarschuwt ons voor een naïef idealisme dat al te gemakkelijk vertrouwen stelt in juridische normen en democratische procedures als effectieve middelen tegen machtsmisbruik. Tegelijkertijd beschermt het antwoord van Solon ons tegen een cynisch realisme dat niets dan wantrouwen kent en de moeilijke zoektocht naar recht en rechtvaardigheid voortijdig opgeeft. Solon en Anacharsis zijn al heel lang dood, maar hun onderlinge debat is nog lang niet voorbij. Het is aan ons om het voort te zetten.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *