Dromen zijn niet altijd bedrog

Het recht staat niet bekend om zijn hoge poëtische gehalte. Maar er zijn rechtsstelsels die hier een uitzondering op vormen. Eén daarvan is het recht van de oorspronkelijke bewoners van Australië. Wie tegenwoordig een congres in Australië bijwoont, kan er vrijwel van verzekerd zijn dat de opening wordt verricht door een van de oorspronkelijke inwoners, ook wel Aboriginals genaamd. Dat was in de tijd dat ik in Sydney woonde nog niet zo; pas in 1992 heeft het Mabo-arrest – (1992) 175 Commonwealth Law Reports 1 – tot een omslag in het Australische denken geleid.

Wat dit met dromen te maken heeft? ‘“Dreaming” stands for a world view that the land has a particular connection with individuals and groups’, schrijven Grossfeld en Hoeltzenbein. En deze dromen worden verwoord in zang. Een lang citaat van Jennifer Isaacs kan dit verduidelijken: ‘The songs also defined the land owned by the clan. They recounted the stories of the travels made by animal or human ancestors in minute detail and described each place the ancestors visited, thus defining lands and boundaries. Neighbouring groups shared elements of the same mythology, and the songs they owned would extend the journeys of the ancestors across their own land, introducing new totems and describing new events that left their mark on the landscape. The ancestors have remained permanently at the sacred sites and when Aboriginal people visit them, even briefly, they often sing parts of the songs while cleaning or caretaking.’

De ontdekking van deze onbekende droomcultuur leidde tot de erkenning dat Australië geen terra nullius was toen de Europeanen er landden. Sinds Mabo is er een hele jurisprudentie ontstaan over landclaims van Aboriginal-clans. De gezongen dromen vormen volgens Grace Koch een belangrijk bewijsmiddel: ‘During a land claim hearing the Land Commissioner may travel to sites with the claimants, and the proper songs for each site may be sung’. De citaten en mijn informatie ontleen ik aan een bijdrage van Bernhard Grossfeld en Josef Hoeltzenbein, ‘Poetic legal dreams: cross-cultural pioneers’, American Journal of Comparative Law (55) 2007, p. 47-66. Dromen zijn niet altijd bedrog.

Deze column is eerder verschenen in Ars Aequi januari 2009

Categorieën: Columns, Weblogs
Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *