Het papieren paleis. De noodzaak van een menselijker recht

Boekbespreking. De rechtsstaat dient het belang van de burger. Vandaar dat rechtsstatelijke regels zijn toegespitst op de noden en behoeften van de samenleving. Samenlevingen veranderen echter; Nederland is niet meer het Nederland van de negentiende eeuw. De vraag die Maurits Barendrecht en Maurits Chabot stellen is wat de rechtsstaat nog waard is indien deze niet meegroeit met de samenleving wier belang zij beoogt te beschermen. In dat geval ontstaat immers de tegenovergestelde situatie dat de burger de – verouderde – rechtsstaat dient.

Waarom is de rechtsstaat verouderd? Als belangrijkste voorbeeld wijzen Barendrecht en Chabot naar de Nederlandse civiele rechtspraak, die zij typeren als het ‘toernooimodel’. In plaats van een toegankelijke procedure wordt de burger opgezadeld met een achterhaald wetboek vol met ondoorgrondelijke negentiende-eeuwse ‘juridische spreuken’. Nog erger, de aard van de civiele procedure levert volgens Barendrecht en Chabot geen prikkels op tot effectieve geschillenbeslechting. Veeleer is het resultaat van deze rechtsgang wederzijdse vervreemding, waarbij de betrokken advocaten vanuit hun eigen belang pogen het ‘steekspel’ nog zolang mogelijk te rekken. Het gaat immers om het winnen van het toernooi.

Ook de strafrechtspraak komt aan bod. Barendrecht en Chabot wensen namelijk uitspraken te zien waarbij de wens van slachtoffers de strafmaat aanzienlijk beïnvloedt. De slachtoffers moeten zich herkennen in de uitspraak alvorens zij verder kunnen met hun leven. Dat het strafrecht doctrinair gezien betrekking heeft op de verdachte en op de vraag of deze een strafbaar feit heeft begaan, lijken de auteurs eveneens een versleten insteek te vinden.

Uiteraard ontsnapt ook de overheid niet aan kritiek. Zij is verantwoordelijk voor een steeds verdergaande ‘regelbrij’ ten gevolge van de invloed van allerlei lobbyisten en belangenorganisaties. De burger, wiens belang eigenlijk centraal moet staan, stuit daardoor tegen een muur van bureaucratie. Eveneens lijkt deze burger maar nauwelijks invloed te hebben op de regelzuchtige overheid; de meeste wetgeving komt tot stand via de achterkamertjes. Dat de burger niets te zeggen heeft is nog tot daaraan toe, maar vaak weet hij ook niet eens waarom bepaalde wetgeving tot stand is gekomen; transparantie is in het Haagse lobbynetwerk een vies woord.

Er kleven dus allerlei defecten aan de machine van de rechtsstaat. Hoe uit deze impasse te geraken? Barendrecht en Chabot zien vooral toekomst in mediation, waarin de belangen van de betrokken burgers centraal staan in plaats van dat deze in het starre keurslijf van verouderde regels moeten worden ingepast. Een duurzaam rechtsstelsel, met de rechter als een soort ‘relatiedokter’, komt toe aan de wensen van rechtzoekenden. Zij voelen zich in dat geval gehoord en ervaren dat zij toegang tot het recht hebben.

Nu worden dergelijke suggesties wel vaker gedaan en zijn zij, door hun algemene karakter, doorgaans weinig controversieel. Spannender wordt het boek wanneer Barendrecht en Chabot de rol van de advocatuur onder de loep nemen. Doordat deze beroepsgroep onderworpen is aan allerlei interne voorschriften, remmen zij verdere innovatie in de rechtstoegang. Zo mogen mede-investeerders geen eigenaar van advocatenkantoren worden, wat bijvoorbeeld investeringen gericht op grootschalige online dienstverlening in de weg staat. Bedrijven die doen aan laagdrempelige juridische dienstverlening – zoals het afleveren van standaarddocumenten – kunnen op hun beurt rekenen op rechtszaken van de beroepsgroep. Advocaten lijken nog niet bereid hun monopolie op te geven en spelen de rol van de achterhaalde beroepsgilde die commerciële doch bereikbare rechtstoegang dwarsbomen.

Barendrecht en Chabot leveren dus vanuit verschillende hoeken kritiek op de rechtspraktijk. Soms lijken zij te veel te willen. Het is dan moeilijk te achterhalen welk onderdeel van de rechtspraktijk zij bekritiseren en of deze kritiekpunten verband met elkaar houden. Zo schenken de auteurs aandacht aan zowel de relationele schade van echtsscheidingsprocedures als overwerkte rechters. De lezer blijft achter met de vraag of deze twee situaties op hetzelfde probleem zien. Het was het betoog van de auteurs daarom ten goede gekomen indien zij meer hadden vastgehouden aan een vooraf gekozen rode draad.

Dit alles maakt de bovenbeschreven kritiekpunten uiteraard niet minder waar. Dit boek zal dan ook de dogmatische jurist overtuigen dat de machine van de rechtsstaat slijtage vertoont. Tijd voor een grondige renovatie. (WAG)

M. Barendrecht & M. Chabot
Het papieren paleis. De noodzaak van een menselijker recht
Amsterdam: Uitgeverij Balans 2020, 261 p., € 21,99

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.