Shop

Guerrilla en mensenrechten

F. Kalshoven

Wat betekent dat: 'guerrilla en mensenrechten'; hoe breng je die begrippen met elkaar in verband: hebben zij eigenlijk wel iets met elkaar te maken? De bedoeling van dit artikel is te laten zien, dat de begrippen zeker niet elkaars natuurlijke componenten zijn, maar toch meer verbanden vertonen dan men geneigd zou zijn te veronderstellen. De weg van het een naar het ander zal in belangrijke mate blijken te lopen via het humanitaire oorlogsrecht.

september 1984
AA19840468

Gucci

M.J.G.C. Raaijmakers

Hoge Raad 27 september 2000, nr. OK80, ECLI:NL:HR:2000:AA7245, RvdW 2000, 192 (Stichting Belangen Werknemers en Gucci Holdings BV/LVMH e.a.)

Annotaties en wetgeving | Annotatie
december 2000
AA20000873

Group privacy: rechtsbescherming van genetische groepen bij het opsporingsonderzoek via commerciële DNA-databanken

N.F. de Groot, D.A.G. van Toor

Post thumbnail Het kabinet is van plan om bij het oplossen van cold cases in te zetten op het gebruik van particuliere genealogische DNA-databanken. In deze bijdrage bespreken we deze opsporingsmethode vanuit het perspectief van group privacy. Welke lessen kunnen we trekken uit het juridisch en ethisch debat omtrent de (strafrechtelijke) toepassing van grootschalige gegevensanalyse?

Verdieping | Verdiepend artikel
maart 2025
AA20250185

Grotius en het Europese privaatrecht: nieuwe aspecten van het Grotius-onderzoek in de laatste halve eeuw

R. Feenstra

In dit artikel is een rede van Feenstra aan de orde waar centraal staat welke rol Hugo de Groot en zijn denkwijzen hebben gehad binnen de geschiedenis van het Europees Privaatrecht.

Perspectief | Perspectiefartikel
september 1996
AA19960556

Grotius Academie: een geavanceerde juridische vervolgopleiding*

W.C.L. van der Grinten

De Grotius Academie is een landelijke instelling voor voortgezet juridisch onderwijs, gericht op bepaalde maatschappelijke functies. Gedacht is in het bijzonder aan de functie van bedrijfsjurist en aan de advocatuur en het notariaat die zich bezig houden met juridische vraagstukken waarvoor het bedrijfsleven wordt geplaatst.

april 1987
AA19870195

Grote Van Dale

H. Cohen Jehoram

Hoge Raad 4 januari 1991, nr. 14449, ECLI:NL:HR:1991:ZC0104, NJ 1991, 608 (Rudolph Jan Romme/Van Dale Lexicografie BV). Ook bekend als de Grote Van Dale. In casu is aan de orde in hoeverre een woordenboek, de Grote Van Dale, kan worden aangemerkt als een auteursrechtelijk beschermd werk. Een verzameling van Nederlandse woorden voldoet daar in eerste instantie niet aan omdat het geen persoonlijk en artistiek karakter draagt. Wanneer de selectie van de woorden echter een persoonlijk karakter draagt kan bescherming door het auteursrecht wel het geval zijn.

Annotaties en wetgeving | Annotatie
januari 1992
AA19920031

Grootschalige internationale fraude in de btw

Grootboom: sociale grondrechten en maatschappelijke doelen ten overstaan van de rechter

M. Adams

De Zuid-Afrikaanse Irene Grootboom, die met haar familie in een krot woonde terwijl ze al jaren op een wachtlijst voor gesubsidieerde huisvesting stond, spande een zaak aan tegen de overheid, omdat deze tekortschoot in haar constitutionele zorgplicht. In deze bijdrage legt Maurice Adams uit wat de zaak Grootboom ons leert.

Blauwe pagina's | Spraakmakende Zaken
maart 2021
AA20210220

Groningen beeft – tijd voor een constitutioneel hof

E.H. Hondius

Ewoud Hondius pleit voor de instelling van een Grondwettelijk Hof, en gebruikt de compensatie voor de gedupeerden van aardbevingen in Groningen als voorbeeld waarom zo’n Hof nodig is.

Opinie | Column
mei 2014
AA20140345

Grondwettelijke codificatie-opdracht en risico-aansprakelijkheid: Paard van Troje in het ontwerp – Wet Bodembescherming

J. de Boer

Op 1 januari 1987 trad de Wet bodembescherming grotendeels in werking. Slechts een bepaling uit deze wet zal in dit artikel worden besproken, te weten artikel 15, dat tegen de wil van de regering bij amendement werd ingevoegd en dat het mogelijk maakte bij algemene maatregel van bestuur risicoaansprakelijkheid te vestigen. Dit heeft voor nogal wat commotie gezorgd in verband met de in artikel 107 van de Grondwet neergelegde codificatie-opdracht. De regering vond in de Eerste Kamer een uitweg via een zeer beperkende grondwetsconforme uitleg van het ontwerp artikel 15. Na een positief advies van de Raad van State over de mogelijkheid en de gevolgen van een dergelijke in de loop van de parlementaire behandeling gegeven uitleg, werd het ontwerp aangenomen. De zaak liep dus goed af, met als vermoedelijke nevenwerking niet alleen dat de staatsrechtelijke praktijk en wetenschap thans beschikken over een locus classicus met betrekking tot de betekenis van artikel 107 Grondwet, 5 maar bovendien dat in de toekomst serieus rekening zal worden gehouden met de codificatie-opdracht.

Annotaties en wetgeving | Wetgeving
juli 1987
AA19870470

Grondwetsherziening 1996. Tussen twee happen staatkundige vernieuwingslucht een mager tussendoortje

M.M. den Boer

In dit artikel wordt na een algemene inleiding over de verschillende herzieningen van de Grondwet in het verleden wordt er daarna in gegaan op de wijzigingen van 1987. Daarna komt het hoofdonderwerp aan de orde, namelijk de Grondwetsherzieningen van 1996 waarbij de defensie artikelen de aanleiding vormden. Verder wordt er ingegaan op de schrapping van de additionele artikelen, de tijdelijke vervanging van kamerleden vanwege zwangerschapsverlof, Grondwetsinterpretatie en staatkundige vernieuwing.

Annotaties en wetgeving | Wetgeving
september 1996
AA19960563

Grondrechtenbescherming en allochtonen

L. Soumete

In dit stuk zal aandacht worden besteed aan de vraag, welke bijdrage de grondrechtenbescherming levert aan een oplossing dan wel aan de discussies omtrent het minderheden- of allochtonen ‘vraagstuk’ in Nederland. De rode draad in deze bijdrage vormt de schets van hel beginsel van gelijkheid voor de wet, zoals neergelegd in art. 4 lid 1 GW. Als casus van waaruit dit beginsel wordt benaderd, heb ik genomen het spreidingsbeleid van de gemeente Rotterdam. De rechtvaardiging van de casusbehandeling ligt mijns inziens in de eerste plaats hierin dat Rotterdam, ondanks de vernietigingsbesluiten van de Kroon in 1974, dit beleid in zijn beginselen heeft gehandhaafd. In de tweede plaats heeft de gemeente Rollerdam de voortrekkersrol toebedeeld gekregen, juist door haar ‘volharding’ in het beleid terwijl andere - grote en kleine - gemeenten met gespannen verwachting toezien. Ik heb mijn stuk derhalve gesplitst in een aantal onderdelen: - aard van de grondrechten in het algemeen - grondrechtenbescherming en allochtonen - beginsel van gelijke bescherming - het spreidingsbeleid van Rotterdam - samenvatting en conclusie.

oktober 1981
AA19810561