Shop

De onroerende niet-nagetrokken CAI

S.C.J.J. Kortmann

Hoge Raad 6 juni 2003, nr. 36075, ECLI:NL:HR:2003:AD3578, JOR 2003, 222 In deze annotatie bij een arrest over de overdracht van een centrale-antenne-inrichting komen verschillende onderwerpen en problemen die spelen in het goederenrecht naar voren zoals het onderscheid tussen roerende en onroerende zaken, het eigendomsvraagstuk en de natrekkingsregel.

Annotaties en wetgeving | Annotatie
november 2003
AA20030842

De onschendbaarheid van de wet: een goede zaak

Past de onschendbaarheid van de wet nog in onze tijd?

D. Roemers

Het voorstel, dat is gedaan in de Proeve van een nieuwe Grondwet, om de rechter te verplichten een wettelijke bepaling buiten toepassing te laten indien deze toepassing niet verenigbaar is met de in het nieuwe hoofdstuk I te verzamelen grondrechten, heeft het probleem van het toetsingsrecht in 1966 opnieuw betekenis gegeven in 1970. Deze betekenis bestaat nog steeds (in 1970), want hoewel de regering heeft laten weten dat van zijn kant op het punt van toetsing van de wet aan de Grondwet geen initiatieven zijn te verwachten, lijkt het onwaarschijnlijk dat het punt bij de Grondwetswijziging, welke voor de Kamerverkiezingen van 1971 is voorbereid, onbesproken is gebleven. Immers de KVP heeft in zijn kernprogramma en D66 heeft in zijn partijprogramma duidelijk gemaakt tot de voorstanders van het rechterlijk toetsingsrecht te mogen worden gerekend. Een initiatiefvoorstel vanuit de Kamer is dan ook zeker te verwachten.

januari 1970
AA19700498

De onschuldpresumptie en de invloed van het strafrechtelijke op het bestuursrechtelijke oordeel

K.J. de Graaf, A.T. Marseille

Centrale Raad van Beroep (CRvB) 7 augustus 2018, ECLI:NL:CRVB:2018:2399, AB 2019/66, m.nt. R. Stijnen, RSV 2018/234, m.nt. J.H. Ermers, USZ 2018/284, m.nt. H.W.M. Nacinovic

Annotaties en wetgeving | Annotatie
september 2019
AA20190672

De ontbindende voorwaarde in de arbeidsovereenkomst: inbraak in een gesloten systeem?

J. Riphagen

Hoge Raad 6 maart 1992, nr. 7900, ECLI:NL:HR:1992:ZC0535, NJ 1992, 509 In dit arrest van de hoge Raad en de daarbij behorende noot komt aan de orde in hoeverre een ontbindende voorwaarde in een overeenkomst nietig is wegens strijd met het gesloten stelsel van het arbeidsovereenkomstenrecht. De Hoge Raad overweegt dat een ontbindende voorwaarde in een arbeidsovereenkomst niet per definitie nietig is maar dit van geval tot geval bekeken dient te worden. In de noot wordt dieper ingegaan op deze principiële uitspraak van de Hoge Raad.

Annotaties en wetgeving | Annotatie
november 1993
AA19930828

De ontbinding ontleed

Over de betekenis van de verplichte Kamerontbinding van art. 137 Gw in de huidige grondwetspraktijk

R.J.B. Schutgens

Afdeling advisering van de Raad van State 29 september 2017, Kamerstukken II 2017/18, 32334, 11.
Uw annotator staatsrecht neemt ditmaal de vrijheid om geen jurisprudentie te annoteren, maar een zeer interessant advies dat de Afdeling Advisering van de Raad van State uitbracht over de correcte toepassing van de herzieningsprocedure voor de Grondwet. De Tweede Kamer vroeg de Afdeling om dit advies in het kader van de behandeling van het ‘voorstel-Halsema’ dat strekte tot wijziging van artikel 120 Gw.

Annotaties en wetgeving | Annotatie
januari 2018
AA20180059

De ontbinding wegens wanprestatie aan banden gelegd

T. Hartlief

In dit artikel wordt het proefschrift van mr. T. Hartlief door hemzelf besproken. Het proefschrift heeft als onderwerp 'de ontbinding wegens wanprestatie'. Hartlief bepleit in zijn proefschrift een wijziging van de ontbindingsregeling.

Literatuur | Proefschriftbijdrage
oktober 1994
AA19940697

De ontdekking van de multiple discovery

C.E. Smith

Post thumbnail Volgens de theorie van de multiple discoveries worden wetenschappelijke ontdekkingen vaak vrijwel gelijktijdig gedaan door verschillende wetenschappers, zij ‘hangen in de lucht’. Het had niet veel gescheeld of Russel Wallace en Poincaré waren wereldberoemd geweest, en niet Darwin en Einstein. Ook in de rechtsfilosofie komt het verschijnsel van de multiple discoveries voor. Carel Smith schrijft hierover in zijn amuse.

Opinie | Amuse
juni 2014
AA20140414

De ontneming van wederrechtelijk voordeel in verhouding tot het EVRM

C. Philips

Is de Nederlandse regelgeving ter zake van de ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel (art.36e Sr)strijdig met de onschuldpresumptie van artikel 6 Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM),wanneer niet buiten redelijke twijfel kan worden vastgesteld dat de betrokkene het strafbaar feit ter zake waarvan de vordering is ingesteld heeft gepleegd,en evenmin kan worden vastgesteld dat hij vermogensbestanddelen bezit waarvan hij de herkomst niet kan verklaren? Op 1 maart 2007 deed het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM)een opmerkelijke uitspraak in de zaak Geerings versus Nederland, waarin geconcludeerd werd dat de in die zaak op artikel 36e lid 2 Sr gebaseerde ontnemingsmaatregel onverenigbaar is met artikel 6 lid 2 EVRM. Vegl: EHRM 1 maart 2007, LJN: BA1112

Verdieping | Verdiepend artikel
juli 2007
AA20070583

De ontwikkeling van carrière-oriëntaties van rechtenstudenten: over morele dilemma’s en private interest shift

De ontwikkeling van het strafrecht in Nederland van 1795 tot heden (Digitaal boek)

A.G. Bosch

Post thumbnail De ontwikkeling van het materiële strafrecht en het strafrechtproces wordt geschetst tegen de achtergrond van twee eeuwen geschiedenis van Nederland.

9789069167558 - 11-08-2011

De ontwikkelingslanden en het IMF

N. Skylakakis

Dit artikel beoogt enkele aspecten van hedendaagse internationale monetaire regelingen onder de loep te nemen, in het licht van de complexe en ernstige problemen waar de niet-olieproducerende ontwikkelingslanden zich momenteel voor geplaatst zien.

juli 1982
AA19820370

De onveilige baarmoeder

M.K. Jungschleger

Is het niet het recht van het kind, als gekozen wordt voor het voldragen van de zwangerschap, om prenataal beschermd te worden? En biedt de nationale en internationale wetgeving niet de mogelijkheid, misschien zelfs wel de plicht, kinderen prenataal te beschermen? De huidige opinie: het ongeboren kind heeft geen rechten, met als gevolg de onmogelijkheid van bescherming van het ongeboren kind tegen vermijdbare schade door doen en nalaten van de aanstaande moeder, dient te worden herzien.

Verdieping | Verdiepend artikel
mei 2002
AA20020339