Opinie
Resultaat 1165–1176 van de 1731 resultaten wordt getoond
Over Uber, arbeidsverhoudingen en ‘modern werkgeversgezag’
Y.E.M. Cremers, W.A.G. Hermans
Bij de kwalificatie van een overeenkomst als arbeidsovereenkomst ligt de nadruk steeds meer op de materiële gezagsverhouding tussen partijen. Welke bedoeling partijen hadden bij het aangaan van hun overeenkomst, speelt hierbij niet langer een rol. Naar aanleiding van het recente Uber-vonnis, waarin de rechtbank Amsterdam de term ‘modern werkgeversgezag’ introduceerde, plaatsen de auteurs vraagtekens bij de wenselijkheid van een vergaande relativering van de partijbedoeling.
Advertorial
Basisopleiding arbeidsrecht – OSR juridische opleidingen
“De opleiding was voor mij zeer nuttig en leerzaam. Ik heb een brede kennis van het arbeidsrecht opgedaan middels de voorgeschreven lesstof en de lesdagen. De stof werd door alle docenten tijdens de lessen verduidelijkt door het geven van praktijkvoorbeelden.”Deelnemer van de basisopleiding arbeidsrecht Ga voor meer informatie, locatie en data van alle bijeenkomsten naar de website.
Opinie | Redactioneel
maart 2022
AA20220171
Resultaat 1165–1176 van de 1731 resultaten wordt getoond






Amusant artikel over grenzen van staten en hoe grensverleggingen in het verleden groot invloed hadden op staten en mensen.
Wat kunnen privatisten leren van mensenrechtenmensen en andersom? In deze amuse wordt de meerwaarde van perspectiefwisselingen in het recht geïllustreerd aan de hand van twee spraakmakende zaken en een zebra.
Deze bijdrage reflecteert op de recente statutenwijziging van het Hof van Justitie. Sinds oktober 2024 geldt voor prejudiciële verwijzingen een nieuwe bevoegdheidsverdeling, waardoor het Hof de afhandeling van prejudiciële verwijzingen deelt met het Gerecht. Deze opiniërende bijdrage staat stil bij die wijziging en plaatst de ontwikkeling in een context. Daarnaast wordt een viertal kritiekpunten besproken. Of deze wijziging de beoogde verlichting van de werkdruk daadwerkelijk kan realiseren, zal uiteindelijk afhangen van de werkwijze en aanpak van het Hof zelf.
Deze opinie verkent de parallellen tussen de homo economicus van de eerste industriële revolutie en de homo roboticus in het huidige digitale tijdperk. Waar technologie besluitvorming objectiever en efficiënter lijkt te maken, roept dit nieuwe vragen op over regelgeving, verantwoordelijkheid en governance. Wetgeving richt zich steeds vaker direct op technologie en redeneert niet meer enkel vanuit de (maat)mens. Dit dwingt ons na te denken over autonomie, over (menselijk) toezicht en aansprakelijkheid in een geautomatiseerde samenleving. Daarnaast is een meer conceptueel debat nodig over ons mensbeeld in samenhang met de technologie-gerichtheid van de huidige Europese wetgeving. Kernvraag hierbij is wat uit de parallellen tussen de homo economicus en homo roboticus moet worden meegenomen. Beide mensbeelden leggen immers bloot dat regelgeving onvermijdelijk vertrekt vanuit een impliciete voorstelling van de mens en dat dit beeld de contouren van ons recht mede bepaalt.