Onderwijs

Een toenemende integratie universiteit- hoger en administratief onderwijs (Il)

B. van Erp-Ter Horst , E.J.H. Schrage, G.W. Westerveld

Onderwijs
november 1981
AA19810690

Een verborgen competentieconflict in art. 40 WUB

A.W. Heringa, W.J. Witteveen

Onderwijs
februari 1980
AA19800090

Geen controle op de samenstelling van de vaste commissies voor de examens?

J. Cohen

Onderwijs
juni 1980
AA19800352

Groei der faculteiten

Ars Aequi Maandblad

In dit artikel worden de grafiek en tabel weergegeven van de groei van de juridische faculteiten in Nederland van 1968 tot 1972. Evenals bij de voorgaande weergaven (zie Ars Aequi, jaargang XVII p.92 en Ars Aequi, jaargang XIX p .63) zijn de gegevens ontleend aan publicaties van het CBS.

Onderwijs
januari 1972
AA19720268

Haastige spoed bij de totstandkoming van de wet twee-fasenstruktuur

D. Backx

Onderwijs
september 1981
AA19810475

Handel en wandel van de juristen

W.H. Vermeulen

De juridische faculteit wordt in toenemende mate bevolkt door studenten die nooit in een typisch juridisch beroep zullen terechtkomen en dat van de aanvang af ook niet beogen. Het is de verdienste van de herstructureringsplannen van minister De Brauw dat zij wellicht tot gevolg zullen hebben dat de toeloop naar de juridische faculteit in andere banen kan worden geleid. De éénjarige propaedeuse voor alle faculteiten en voor sommige onderdelen van het hoger beroepsonderwijs kan ertoe leiden dat een groot aantal aankomende juristen inzien er verstandig aan te doen een andere studierichting te kiezen.

Onderwijs | Opinie | Opiniërend artikel
januari 1972
AA19720261

Het Mentoraat aan de VU

H.J. de Kluiver

In tegenstelling tot andere faculteiten en universiteiten functioneert aan de VU een betaald mentoraat. Dat wil zeggen dat een aantal doctoraal-studenten wordt aangesteld als kandidaatsassistent voor twee eenheden en tot taak krijgt om een aantal eerstejaars studenten gedurende het studiejaar te begeleiden. Die begeleiding omvat studeerhulp, organiseren van excursies en coördinatie van ‘het project’. Aan dit laatste zal onderstaand een aparte paragraaf worden gewijd. Een laatste maar niet onbelangrijk aspect is tenslotte het streven naar het (leren) leggen van sociale contacten te midden van de massaliteit die de universiteiten heden ten dage eigen is. Daarbij wordt ook het verkennen van de wereld buiten de universiteit niet vergeten.

Onderwijs
september 1982
AA19820504

Het nieuwe programma staats- en administratiefrecht voor het basisdoctoraal te Leiden

A.W. Heringa, R.E. de Winter

Met ingang van september 1981 kregen studenten Nederlands recht te Leiden een geheel nieuwe benadering van het vak staats- en administratiefrecht voorgeschoteld.

Onderwijs
juli 1981
AA19810343

Het vak bestuurskunde aan een juridische faculteit

L.E.M. Klinkers

Een beschouwing over de ontwikkeling van de wetenschap van de bestuurskunde in (zeer) algemene zin, en de invulling daarvan aan de juridische faculteit te Utrecht.

Onderwijs
maart 1981
AA19810123

Juridisch onderwijs aan rechtenfaculteit en HEAO

J.A.L. van den Bijtel, H.B.F. Prins

Een samenwerkingsproject tussen de Vrije Universiteit en het Chr. HEAO te Zwolle. In een tweetal artikelen werd in Ars Aequi reeds aandacht besteed aan het samenwerkingsproject tussen de rechtenfaculteit van de Vrije Universiteit en het Chr. HEAO te Zwolle. Dit project, waarin onderzoek is gedaan naar de samenhang tussen het juridisch onderwijs zoals dat wordt gegeven aan de universiteit en de Economisch-Juridische richting (EJ-richting) van het HEAO, ging 1 augustus 1980 van start en is augustus 1982 afgesloten met het uitbrengen van een eindrapport. In dit artikel wordt stilgestaan bij de achtergronden van het project en daarna de hoofdlijnen van het onderzoek en de belangrijkste uitkomsten en aanbevelingen beschrijven.

Onderwijs
december 1982
AA19820719

Leyden-Amsterdam-Columbia Summer Program in American Law

M.V. Polak

Onderwijs
november 1982
AA19820644

Over de rechtspositie van student-assistenten

M.G. Rood

Nu de bezuinigingen aan de instellingen voor wetenschappelijk onderwijs aan de orde van de dag zijn, verdient het wellicht aanbeveling de positie van student-assistenten eens nader te bezien. Plannen om hen niet meer voor 12, doch voor 9 maanden in dienst te nemen of plotselinge vermindering van hun wekelijkse arbeidstijd (en loon), doen de vraag rijzen hoe hun rechtspositie is geregeld. Rechtspositionele regelingen zijn te lijvig om ze in deze kolom volledig te bespreken. Ik zal mij daarom beperken tot de punten die het meeste de aandacht verdienen, te weten: - de duur van het dienstverband, - de consequenties van ziekte en invaliditeit, - het einde van het dienstverband, - de consequenties van werkloosheid. Voor dat deze vier onderwerpen belicht kunnen worden, zullen we eerst stilstaan bij de vraag welk rechtsregime de verhouding instelling-student-assistent beheerst.

Onderwijs
augustus 1981
AA19810406