Onderwijs

Resultaat 25–36 van de 39 resultaten wordt getoond

Over de rechtspositie van student-assistenten

M.G. Rood

Nu de bezuinigingen aan de instellingen voor wetenschappelijk onderwijs aan de orde van de dag zijn, verdient het wellicht aanbeveling de positie van student-assistenten eens nader te bezien. Plannen om hen niet meer voor 12, doch voor 9 maanden in dienst te nemen of plotselinge vermindering van hun wekelijkse arbeidstijd (en loon), doen de vraag rijzen hoe hun rechtspositie is geregeld. Rechtspositionele regelingen zijn te lijvig om ze in deze kolom volledig te bespreken. Ik zal mij daarom beperken tot de punten die het meeste de aandacht verdienen, te weten: - de duur van het dienstverband, - de consequenties van ziekte en invaliditeit, - het einde van het dienstverband, - de consequenties van werkloosheid. Voor dat deze vier onderwerpen belicht kunnen worden, zullen we eerst stilstaan bij de vraag welk rechtsregime de verhouding instelling-student-assistent beheerst.

Onderwijs
augustus 1981
AA19810406

Over inspanning en resultaat in het onderwijs

M.J. Cohen

In het afgelopen november-nummer heeft de redaktie aangekondigd dat zij in een speciale rubriek meer aandacht aan het onderwijs wil gaan besteden. Wanneer een blad als Ars Aequi zich stelselmatig gaat bezighouden met onderwijsvraagstukken, dan ligt het voor de hand dat het merendeel van de artikelen in deze rubriek de inrichting van het juridisch onderwijs zal behandelen. Maar tussen onderwijs en recht bestaan meer verbanden.

Onderwijs
januari 1979
AA19790018

Reactie op ‘Een verborgen competentieconflict in art. 40 WUB’

J.Ch. Herweijer

Onderwijs | Opinie | Reactie/nawoord
april 1980
AA19800237

Recht en taal, het interpretatieprobleem

H.R. van Gunsteren

Taal is een belangrijk onderwerp van bezinning in het hedendaagse wijsgerige denken. Dit maakt kennisname hiervan voor de jurist wel bijzonder aantrekkelijk. De taal is immers een essentieel instrument voor de uitoefening van het rechtsbedrijf: Conflicten worden voor de rechter uitgevochten met woorden als wapens. Recht wordt in wetten opgeschreven. Ook ongeschreven recht wordt geregeld verwoord in rechterlijke uitspraken en literatuur. De juridische student vindt de toegang tot zijn vakgebied door de taal. Zozeer zelfs is er bij deze praatstudie behoefte aan het levende woord, dat de boeken lange tijd gesloten blijven (zij spreken niet, roepen geen antwoorden op, de lezer blijft leeg), en de student begrip zoekt in de dialoog met repetitor, assistent of professor.

Onderwijs
januari 1967
AA19670042

Recht in theorie en praktijk (Ritep)

F. Bruinsma, A. Geers

Onderwijs
oktober 1978
AA19780603

Recht, taal en logica

M.A. Loth

Onderwijs
april 1982
AA19820188

Rechtstheoretisch onderwijs: problematisering van de rechtsdogmatiek

P.J.E. Counet

Onderwijs
maart 1982
AA19820131

Redaktioneel onderwijsartikelen

Ars Aequi Maandblad

Onderwijs
oktober 1978
AA19780595

Tentamensimulatie als voorbereiding: ‘staatsrechtsbeproeving’

C. Smit-Karsten

Onderwijs
mei 1981
AA19810241

Theorie en praktijk van de R.A.I.O.-opleiding

G.J.W. van Oven

'Wat de opleiding betreft is het dan ook volstrekt onaanvaardbaar, dat de rechter in wording - de raio - toch nog altijd loopt aan de leiband van het Ministerie van Justitie. Wat weten wij in wezen verder af van deze hele exclusieve wereld?', zo vroeg de communistische afgevaardigde Wolff zich in de Tweede Kamer af bij de behandeling van de Justitiebegroting voor 1974. Niet alleen buitenstaanders lijken weinig inzicht in de opleiding te hebben. Uit een onderzoek onder doctoraal studenten Nederlands Recht naar hun houding ten opzichte van een werkkring bij de Rechterlijke Macht d.d. april 1975 bleek bovendien, dat ruim 10% van hen niet wist wat de RAIO-opleiding was. Wanneer zelfs van de meest betrokkenen nog een behoorlijk percentage niet op de hoogte is, kan zonder overdrijving gesteld worden dat de letters RAIO één der minst bekende afkortingen van de Nederlandse taal vormen .

Onderwijs
april 1977
AA19770229

Van juristen die teveel wisten: de wet tweefasenstruktuur en het juridisch onderwijs

G.J.J. Heerma van Voss

‘... opdat Uw oren alsmede Uw geest geen onnutte ballast en geen verkeerde bepalingen opnemen, maar slechts datgene, wat in de praktijk bewezen heeft gelding te hebben. En hetgeen in vroeger tijd voor de vorige generatie ter nauwernood pas na vier jaar mogelijk was, nl. om dan de keizerlijke verordeningen te lezen, daarmede kunt U nu al vanaf het eerste ogenblik, tot zoveel eer en zoveel geluk waardig bevonden, dat U zowel het begin als het einde van het rechtsonderricht bij monde van de keizer deelachtig wordt.’ Keizer Justinianus tot de naar kennis der wetten begerige jeugd in 533. Nu het wetsontwerp tweefasenstruktuur op 10 maart jongstleden de Eerste Kamer is gepasseerd ziet hel er naar uit, dat de juridische opleiding toch in hel keurslijf wordt gedrongen van het vijftien jaar oude model-Posthumus. Hieronder worden de onderwijskundige gevolgen besproken, die daarvan moeten worden gevreesd: het wordt nog moeilijker de studie op een wetenschappelijk en maatschappelijk verantwoord peil te brengen.

Onderwijs
juni 1981
AA19810288

Verwondering bij het begin van een rechtenstudie

M.M. van de Poel

Je staat van een hoop te kijken, als je net begonnen bent aan een rechtenstudie en voordat alles gewoon geworden is, moet je het opschrijven.

Onderwijs
juni 1978
AA19780328

Resultaat 25–36 van de 39 resultaten wordt getoond