Onderwijs

Reactie op ‘Een verborgen competentieconflict in art. 40 WUB’

J.Ch. Herweijer

Onderwijs | Opinie | Reactie/nawoord
april 1980
AA19800237

Recht en taal, het interpretatieprobleem

H.R. van Gunsteren

Taal is een belangrijk onderwerp van bezinning in het hedendaagse wijsgerige denken. Dit maakt kennisname hiervan voor de jurist wel bijzonder aantrekkelijk. De taal is immers een essentieel instrument voor de uitoefening van het rechtsbedrijf: Conflicten worden voor de rechter uitgevochten met woorden als wapens. Recht wordt in wetten opgeschreven. Ook ongeschreven recht wordt geregeld verwoord in rechterlijke uitspraken en literatuur. De juridische student vindt de toegang tot zijn vakgebied door de taal. Zozeer zelfs is er bij deze praatstudie behoefte aan het levende woord, dat de boeken lange tijd gesloten blijven (zij spreken niet, roepen geen antwoorden op, de lezer blijft leeg), en de student begrip zoekt in de dialoog met repetitor, assistent of professor.

Onderwijs
januari 1967
AA19670042

Recht, taal en logica

M.A. Loth

Onderwijs
april 1982
AA19820188

Rechtstheoretisch onderwijs: problematisering van de rechtsdogmatiek

P.J.E. Counet

Onderwijs
maart 1982
AA19820131

Tentamensimulatie als voorbereiding: ‘staatsrechtsbeproeving’

C. Smit-Karsten

Onderwijs
mei 1981
AA19810241

Van juristen die teveel wisten: de wet tweefasenstruktuur en het juridisch onderwijs

G.J.J. Heerma van Voss

‘... opdat Uw oren alsmede Uw geest geen onnutte ballast en geen verkeerde bepalingen opnemen, maar slechts datgene, wat in de praktijk bewezen heeft gelding te hebben. En hetgeen in vroeger tijd voor de vorige generatie ter nauwernood pas na vier jaar mogelijk was, nl. om dan de keizerlijke verordeningen te lezen, daarmede kunt U nu al vanaf het eerste ogenblik, tot zoveel eer en zoveel geluk waardig bevonden, dat U zowel het begin als het einde van het rechtsonderricht bij monde van de keizer deelachtig wordt.’ Keizer Justinianus tot de naar kennis der wetten begerige jeugd in 533. Nu het wetsontwerp tweefasenstruktuur op 10 maart jongstleden de Eerste Kamer is gepasseerd ziet hel er naar uit, dat de juridische opleiding toch in hel keurslijf wordt gedrongen van het vijftien jaar oude model-Posthumus. Hieronder worden de onderwijskundige gevolgen besproken, die daarvan moeten worden gevreesd: het wordt nog moeilijker de studie op een wetenschappelijk en maatschappelijk verantwoord peil te brengen.

Onderwijs
juni 1981
AA19810288

Volksrecht of rechtsantropologie: een beeld van een wetenschap in de marge

F. Strijbosch

Onderwijs
december 1982
AA19820715

W.U.B. – T.B.V. of berouw komt na de Brauw

S.C.J.J. Kortmann

‘Er komt nog wel eens een minister en een kamer, die zeggen dat wij het goed hebben gezien’, verbitterde woorden van president-curator H.J. Dijkhuis bij de noodgedwongen beëindiging van de-door alle geledingen geprefereerde - Groningse Tussentijdse Bestuursvorm (TBV), na een jaar lang goed, democratisch besturen. Het moeizaam tot stand gekomen vertrouwen tussen de geledingen werd op brute wijze verstoord, het kabinet van daden(-drang') sloeg toe. Hoewel bij het verschijnen van dit artikel voor velen de problematiek WUB-TBV verleden tijd zal zijn, heeft het misschien toch zin - de WUD zal nog vier jaar van kracht zijn - de geesten wakker te houden. De voorbereiding van de nieuwe wet (opvolger van de WUB) zal immers spoedig aanvangen. Ik zal trachten in kort bestek de belangrijkste verschillen tussen WUB en TDV uiteen te zetten en aan te geven in hoeverre de TBV (volgens sommigen) binnen de WUB valt te passen.

Onderwijs
januari 1972
AA19720270

Woord vooraf

M.I. ’t Hooft

Dit nummer beoogt aan een grote groep juridische studenten informatie te verstrekken over een beroep dat tot hun toekomstmogelijkheden behoort.

Onderwijs | Opinie | Redactioneel
januari 1970
AA19700225