Onderwijs

‘Going to Law School’ De Amerikaanse juridische opleiding

P. Roorda

Voor een (theoretisch) juridische opleiding moet men in de Verenigde Staten naar een zogenaamde Law School. De opleiding is in beginsel driejarig en leidt tot de Juris Doctor-graad (J.D.). Na het behalen van deze graad gaat men over het algemeen de juridische praktijk in: advocatuur bedrijfsleven, overheid etc. Alvorens in te gaan op de inhoud van de juridische opleiding zelf dienen de plaats van het juridische onderwijs binnen het totale Amerikaanse onderwijs summierlijk en de voorwaarden voor toelating tot het juridisch  onderwijs - of beter tot een bepaalde Law School - wat uitgebreider aan de orde te komen. De organisatie van hel Amerikaanse onderwijs is zo afwijkend dat degene die zich hier onvoldoende bewust van is, wellicht ook een vertekend beeld van de juridische opleiding in de Verenigde Staten zou krijgen.

Onderwijs
februari 1981
AA19810065

Advokatuur en opleiding: leemten opvullen met drempels?

P.J. Baauw

Onderwijs
januari 1980
AA19800018

De doelstellingen van het wetenschappelijk onderwijs

W.J.M. van Genugten

In deze bijdrage aan de onderwijsrubriek wordt de aandacht gevestigd op de algemene doelstellingen van het wetenschappelijk onderwijs, zoals neergelegd in de wet op het wetenschappelijk onderwijs. Aan de orde komen de vier elementen waaruit de doelstellingen zijn opgebouwd: ‘wetenschapsbeoefening’, ‘beroepsvoorbereiding’, ‘samenhang der wetenschappen’ en ‘maatschappelijk verantwoordelijkheidsbesef’. Bij de uitwerking wordt met name ingegaan op de conclusies die uit het bestaan van de vier elementen kunnen worden getrokken voor de juridische opleiding.

Onderwijs
februari 1982
AA19820063

De juridische opleiding tussen wetenschap en beroep

A.H. de Wild

De bewering dat de juridische opleiding een typische beroepsopleiding is, lijkt een waarheid als een koe. Even algemeen aanvaard lijkt de stelling dat er een fundamenteel verschil tussen zogenaamde beroepsopleidingen en zogenaamde ‘wetenschappelijke’ opleidingen zou zijn. Een opleiding die gericht is op het aanleren van een aantal vaardigheden en inzichten met het oog op latere ‘praktische’ toepassingen, lijkt inderdaad op z'n minst op het eerste gezicht anders geaard dan een opleiding waarbij de voornaamste doelstelling het aanleren van theoretisch/wetenschappelijke kennis is. In deze beschouwing wil ik in het kort ingaan op deze en enkele andere  verwante vragen. Nadat ik een karakteristiek van het rechtsgeleerde onderzoek heb gegeven, zal ik de vraag bespreken in hoeverre er een verschil tussen ‘praktijk’ en ‘theorie’ betreffende de bestudering en beoefening van  recht bestaat. Na vervolgens enkele algemene opmerkingen over de geaardheid van wetenschappelijk onderzoek gemaakt te hebben, zal ik enkele conclusies ten aanzien van de juridische opleiding trekken.

Onderwijs
april 1981
AA19810169

De opleiding tot advocaat in Nederland

L. Hanekroot

Onderwijs
oktober 1982
AA19820583

De plaats van zelf werkzaamheid in de rechtenstudie

A.M.W. Lammers-Verdegaal

Verkorting van de studieduur èn minder mankracht: het samenvallen van de inwerkingtreding van de twee-fasenwet met ingrijpende Haagse bezuinigingen treft bijzonder slecht. Het verhogen van de effectiviteit van het onderwijs, zodat studenten de leerdoelen in vier jaar tijd kunnen bereiken, en het gelijktijdig extensiveren van het onderwijs kan in veler ogen onmogelijk worden gecombineerd. De vraag is of véél onderwijs ook goed onderwijs is. Van Kemenade stelt dat hij sceptisch is over de oorzakelijke samenhang tussen de onderwijskundige effectiviteit in het algemeen en de onderwijsdichtheid. Waarop baseert hij deze stelling? Zowel de in het geding zijnde effectiviteit als de efficiency van het onderwijs zijn een afgeleide van de gehanteerde onderwijsvorm. Naar de verschillen tussen de diverse onderwijsmethoden (didactische werkvormen) is veel empirisch onderzoek gedaan. Aan enkele belangrijke onderzoeksresultaten wordt in het navolgende aandacht besteed. In het bijzonder wordt bezien wat de implicaties zijn van het invoeren van meer zelfwerkzaamheid van studenten in het studieprogramma.

Onderwijs
juni 1982
AA19820288

De rechtenstudie in de Verenigde Staten

E.H. Hondius

Er bestaat de laatste jaren bij pas afgestudeerde juristen en gevorderde juridische studenten in Nederland veel belangstelling voor voortzetting van de studie aan een Amerikaanse universiteit. In de septembermaand van elk jaar ontvangt het Nederland-Amerika Instituut te Amsterdam vele aanvragen voor studiebeurzen. En iedere daaropvolgende zomer reist een handjevol gelukkigen naar de Nieuwe Wereld om daar een jaar lang aan een van de ruim 170 law schools het Amerikaanse recht te gaan bestuderen. Van waar die belangstelling? Het is mogelijk dat de studie slechts een voorwendsel is om op aangename wijze een jaar in Amerika door te brengen. Maar het is ook denkbaar dat overwegingen van meer juridische aard deze keuze hebben bepaald. Op Europese advocatenkantoren is een toenemende belangstelling voor het Amerikaanse recht te bespeuren. Alleen al de omvang van de Amerikaanse investeringen in Europa wettigt bestudering van het vennootschaps-, mededingings- en fiscale recht van de Verenigde Staten. Voor een jurist, bedreven in deze gebieden, zijn er vele toekomstmogelijkheden. Op meer academisch gebied schijnt het Amerikaanse recht tegenwoordig een onweerstaanbare aantrekkingskracht uit te oefenen op Europese juristen: de Amerikaanse anti-trustwetgeving is een bron van inspiratie geworden voor het mededingingsrecht van de EEG; het Amerikaanse leerstuk van de products liability (aansprakelijkheid van de fabrikant voor de schade toegebracht door zijn producten) heeft in Europa tot tal van rechtsvergelijkende studies geleid. Zelfs van feitelijke onderzoekingen van Amerikaanse bodem wordt door Europese juristen gebruik gemaakt, gewoon omdat dergelijke onderzoekingen hier financieel niet haalbaar schijnen te zijn. Ten slotte wil ik wijzen op de reusachtige bibliotheken, die enkele Amerikaanse universiteiten zich hebben verworven, vooral ook op het gebied van het internationale recht, en waar het voor de Europese jurist goed dwalen is. In dit artikel wil ik van de Amerikaanse rechtenstudie vertellen. Achtereenvolgens zal ik bespreken (1) de historische ontwikkeling van de law school, (2) de case method, (3) het studieprogramma, (4) andere juridische activiteiten en (5) de organisatie van de law school. Ten slotte wil ik enige aandacht besteden aan de studiemogelijkheden voor buitenlandse studenten (6). De gegevens voor dit artikel heb ik grotendeels verzameld tijdens mijn studie aan de Columbia University Law School te New York in het academisch jaar 1965-1966.

Onderwijs
september 1968
AA19680373

De studierichting bestuurskunde aan de TH Twente

A. Hoogerwerf

Sinds augustus 1976 kunnen studenten in het wetenschappelijk onderwijs van af hun eerste studiejaar een studierichting bestuurskunde volgen. De enige instelling waar dit mogelijk is, is tot nu toe de Technische Hogeschool Twente in Enschede. Op het ogenblik studeren daar ongeveer 450 studenten bestuurskunde. In juli vorig jaar hebben de eerste vier van de 100 studenten die vijf jaar geleden met de studie begonnen het  diploma van doctorandus in de bestuurskunde ontvangen. De bestuurskunde is, kort gezegd, de studie van de inrichting en werking van het openbaar bestuur in al zijn vertakkingen.

Onderwijs
januari 1982
AA19820017

Een jaar studeren aan New York University

W.F. Korthals Altes

Amerika mag dan niet meer zo een droombeeld oproepen als, pakweg, 30 jaar geleden, menige Nederlander zou er maar wat graag een tijdje doorbrengen, en dat geldt in minstens even grote mate voor de jurist. Eén manier om dit verlangen te bevredigen is het studeren aan een Amerikaanse universiteit. Veel van deze onderwijsinstellingen bieden aan niet-Amerikanen de gelegenheid om in een of andere vorm kennis te verwerven van het recht van de Verenigde Staten. In dit artikel zal voornamelijk aandacht worden besteed aan de zogenaamde MCJ-opleiding van New York University (NYU) te New York.

Onderwijs
november 1982
AA19820646

Een referaat en andere kunstgrepen in het juridisch onderwijs

P.C. Kwikkers

Onderwijs
mei 1982
AA19820231

Een toenemende integratie universiteit- hoger en administratief onderwijs (Il)

B. van Erp-Ter Horst , E.J.H. Schrage, G.W. Westerveld

Onderwijs
november 1981
AA19810690

Een verborgen competentieconflict in art. 40 WUB

A.W. Heringa, W.J. Witteveen

Onderwijs
februari 1980
AA19800090