Resultaat 1–12 van de 119 resultaten wordt getoond

Beantwoording rechtsvraag (275) voor eerstejaars

Rechtsvinding

, A.M.P. Gaakeer

Aan de hand van een casus die zich afspeelt in hetWenen van enige eeuwen geleden is een aantal vragen gesteld, in deze uitgave wordt op deze vragen een antwoord geformuleerd.

Perspectief | Rechtsvraag
April 1999
AA19990303

De afscheiding van de Krim en het internationaal recht

C.M.J. Ryngaert

Post thumbnail De dag na het referendum over de afscheiding van Oekraïne riep de Hoge Nationale Raad van de Krim op 11 maart 2014 de onafhankelijkheid van de Krim uit en verzocht hij andere staten de Krim als een onafhankelijke staat te erkennen. De onafhankelijkheid was slechts een overgangsfase want de Krim zocht, in overeenstemming met de resultaten van het referendum, vervolgens aansluiting bij de Russische Federatie. Op 18 maart 2014 ondertekenden de leiders van de Krim en de Russische Federatie formeel een toetredingsakkoord. In deze opinie reflecteert de auteur over de vraag of een entiteit zoals de Krim eenzijdig haar onafhankelijkheid kan uitroepen, zich kan afscheiden van de moederstaat, en zich gebeurlijk bij een andere staat kan voegen.

Opinie | Opiniërend artikel
Juni 2014
AA20140438

De historische ontwikkeling van de verhouding tussen internationaal en nationaal recht

J.W.A. Fleuren

Joseph Fleuren bespreekt in dit artikel voor het Bijzonder Nummer ‘Zoeken naar hiërarchie’ de historische ontwikkeling van de hiërarchie tussen internationaal en nationaal recht. Hij stelt dat het individu van oudsher altijd gebonden is geweest aan normen van zowel internationaal als nationaal recht. Vanaf de negentiende en twintigste eeuw werd door het opkomende dualisme steeds vaker aangenomen dat internationaal recht alleen gericht is aan staten en niet rechtstreeks de burgers van die staten kan binden. Na de Tweede Wereldoorlog trad er een kentering op in het denken over hiërarchie. Sindsdien blijkt het internationale recht burgers soms weer rechtstreeks te kunnen binden.

Bijzonder nummer | Zoeken naar hiërarchie | Overig
Juli 2012
AA20120510

De humanitaire grenzen aan het volkenrechtelijk mandaat

K.M. Manusama

Post thumbnail De volkenrechtelijke grenzen aan het gebruik van geweld staan onder druk. Humanitaire overwegingen beginnen de overhand te krijgen boven de traditionele grenzen van het VN-Handvest. Terwijl de discussie over humanitaire interventie in de wereld verder gaat, wordt de Nederlandse besluitvorming geregeerd door het edict van Davids: geen interventie zonder volkenrechtelijk mandaat.

Opinie | Tweeluik
Juni 2015
AA20150463

De rechtsmacht van kust- en havenstaat

R. van der Hoeven

Dit artikel wordt geplaatst tegen de achtergrond van het Verdrag van de Verenigde Naties inzake het Recht van de Zee, gesloten op 10 december 1982 te Montego-Bay. De auteur beschrijft de complexe structuur van deze specifieke jurisdictie, zegt iets over de geschiedenis en de ontwikkeling daarvan en geeft aan dat wanneer de doelstellingen van het genoemde verdrag goed en volledig tot gelding willen komen, dat dan de elementen welke deze specifieke jurisdictie constitueren, waaronder met name ook de infrastructuur (waarvan bijvoorbeeld een kustwacht of soortgelijke diens deel uit maakt), optimaal moeten zijn afgestemd. Zijn betoog is daarbij dat - in de toekomst - deze jurisdictie om verschillende redenen, maar met name vanwege internationale belangen, steeds minder op soevereiniteit gebaseerd wordt maar veeleer op (internationale) functionaliteit.

Bijzonder nummer | Water
Mei 1999
AA19990380

De verhouding tussen het EHRM en het HvJ EU na toetreding van de EU tot het EVRM. Hiërarchie in een gelaagd systeem, of complementariteit in een pluralistische rechtsorde?

Hiërarchie in een gelaagd systeem, of complementariteit in een pluralistische rechtsorde?

J.H. Gerards, L.R. Glas

Janneke Gerards en Lize Glas stellen in dit artikel voor het Bijzonder Nummer ‘Zoeken naar hiërarchie’ de verhouding tussen het EHRM en het Hof van Justitie van de EU aan de orde. Hoewel de Raad van Europa en de EU afzonderlijk van elkaar functioneren, zijn de rechtsstelsels van beide organen nauw met elkaar verweven. Die verwevenheid zal nog sterker worden als de EU tot de Raad van Europa toetreedt, zoals met het Verdrag van Lissabon wordt beoogd. Het EHRM zou dan hiërarchisch boven het Hof van Justitie komen te staan. Gerards en Glas betogen echter dat de relatie tussen beide hoogste rechters beter als complementair in plaats van als hiërarchisch kan worden gekenschetst. Een dergelijke benadering doet recht aan de specifieke taken en bevoegdheden van beide organen.

Bijzonder nummer | Zoeken naar hiërarchie | Overig
Juli 2012
AA20120520

De volkenrechtelijke basis voor optreden tegen IS op Syrisch grondgebied: een juridisch mijnenveld

D.A. Dam-de Jong

Post thumbnail

In januari van dit jaar ging de Tweede Kamer akkoord met het besluit van het kabinet om luchtaanvallen in te zetten op strategische doelen en aanvoerlijnen van IS in Syrië. De vraag die in dit stuk centraal staat is of dit besluit berust op een adequate rechtsgrondslag. 

Opinie | Opiniërend artikel
September 2016
AA20160601

Het ‘Trumpisme’ in het internationaal recht

H. Cuyckens, S. Jansen-Wilhelm

Post thumbnail

Het buitenlandbeleid van de regering-Trump werd gekenmerkt door de inzet van het internationaal recht ter realisatie van doelen die passen in de ‘America First’-politiek. Deze bijdrage bekijkt in hoeverre dit ‘Trumpisme’ een invloed heeft gehad op het internationaal recht, waarbij door te kijken naar verschillende deelterreinen van het internationaal recht we laten zien waar het internationaal recht geschonden is of waar het als instrument is ingezet ten behoeve van nationale belangen.

Verdieping | Verdiepend artikel
Juni 2021
AA20210605

Hongarije t. Slowakije

P.J. Slot

Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJ EU) (Grote kamer) 16 oktober 2012, zaak C-364/10, ECLI:NL:XX:2012:BY1503 (Hongarije/Slowakije)

Annotaties en wetgeving | Annotatie
Juni 2013
AA20130491

Humanitair ingrijpen zonder humanitaire interventie

Een antwoord aan Kenneth Manusama

C.M.J. Ryngaert

Post thumbnail In deze bijdrage reageert Cedric Ryngaert op het artikel ‘De humanitaire grenzen aan het volkenrechtelijk mandaat’. Hij argumenteert in deze bijdrage met name dat Nederland, in het belang van de menselijke waardigheid die ook ten grondslag ligt aan het Responsibility to Protect-discours, zijn verzet dient op te geven tegen een liberale interpretatie van het recht op zelfverdediging jegens niet-statelijke actoren zoals IS.

Opinie | Tweeluik
Juni 2015
AA20150470

Internal conflicts on NATO territory: may NATO deal with them?

P.D. Duyx

Post thumbnail May NATO interfere in internal armed conflicts of its own members or partners? This is the question that is examined in this essay. Although an interference by NATO against member states is (conceivably) contrary to NATO's funding principles, such a role for NATO might be possible when essential human rights are at stake. Interference by NATO on NATO territory could, if well balanced and approved of by all NATO members, in fact be in the interest of the NATO citizen. Moreover, this may strengthen a general rule of humanitarian intervention and this may (to some extent) deter parties or members from participating in internal armed conflicts on NATO territory. Furthermore, allowing NATO to internally interfere would facilitate the expansion of the number of members and partners. Then, although NATO would change and expand, it would still be able to firmly retain to the basis of a democratic rule of law.

Verdieping | Studentartikel
Februari 2008
AA20080108

September 2006

Katern 100: Volkenrecht

I.F. Dekker, N.J. Schrijver

Resultaat 1–12 van de 119 resultaten wordt getoond