Volkenrecht

Agressie

De theorie in kort bestek

L.E. Holtz

Hugo de Groot heeft gepoogd in de volkerengemeenschap een onderscheiding ingang te doen vinden tussen rechtvaardige en onrechtvaardige oorlogen. Vóór hem meende men, dat oorlogen altijd geoorloofd waren: zij waren een uiting van de soevereiniteit van de vorst. Grotius heeft in slechts twee gevallen een oorlog rechtvaardig willen noemen, namelijk uit zelfverdediging en ter handhaving van een recht, maar, gezien de toenmalige opbouw van de statenmaatschappij, zag hij geen andere mogelijkheid dan de par tijen zelf te laten uitmaken wanneer een dusdanig geval zich voordeed, waardoor in de praktijk van het systeem niet veel terecht kwam. Langzamerhand werd zijn onderscheiding ook in theorie opgegeven, en in 1880 kon W.E. Hall in een veel aangehaalde passage dan ook schrijven: ‘International law has no alternative but to accept war, independently of the justice of its origin, as a relation which the parties to it may set up, if they choose, and to busy itself only in regulating the effects of the relation’. Hij voegde eraan toe: ‘Hence both parties to every war a re regarded as being in an identical legal position, and consequently as being possessed of equal rights.’

Bijzonder nummer
juli 1968
AA19680268

Beantwoording rechtsvraag (275) voor eerstejaars

Rechtsvinding

, A.M.P. Gaakeer

Aan de hand van een casus die zich afspeelt in hetWenen van enige eeuwen geleden is een aantal vragen gesteld, in deze uitgave wordt op deze vragen een antwoord geformuleerd.

Perspectief | Rechtsvraag
april 1999
AA19990303

Chemische en biologische oorlogvoering

E.M. Wijnands

Chemische en biologische oorlogvoering maken gebruik van chemische en biologische middelen als wapens en juist dit brengt beide in contact met de wetten en gebruiken die er, ten aanzien van wapens en hun inzet in de oorlogvoering, zijn ontstaan.

Bijzonder nummer
juli 1968
AA19680301

De afscheiding van de Krim en het internationaal recht

C.M.J. Ryngaert

Post thumbnail De dag na het referendum over de afscheiding van Oekraïne riep de Hoge Nationale Raad van de Krim op 11 maart 2014 de onafhankelijkheid van de Krim uit en verzocht hij andere staten de Krim als een onafhankelijke staat te erkennen. De onafhankelijkheid was slechts een overgangsfase want de Krim zocht, in overeenstemming met de resultaten van het referendum, vervolgens aansluiting bij de Russische Federatie. Op 18 maart 2014 ondertekenden de leiders van de Krim en de Russische Federatie formeel een toetredingsakkoord. In deze opinie reflecteert de auteur over de vraag of een entiteit zoals de Krim eenzijdig haar onafhankelijkheid kan uitroepen, zich kan afscheiden van de moederstaat, en zich gebeurlijk bij een andere staat kan voegen.

Opinie | Opiniërend artikel
juni 2014
AA20140438

De Akkoorden van Genève

P.J. Kuyper

Bijzonder nummer
juli 1968
AA19680254

De Baker Lake case: een voorbeeld van problemen rond aboriginal rights

M.P.J.G. Göbbels

Sinds de jaren zestig is te zien dat overal ter wereld groepen aboriginals proberen via juridische en politieke acties aandacht te vestigen op hun aboriginal rights op het land van hun voorouders. Amerikaanse Indianen bijvoorbeeld haalden de wereldpers met hun acties (onder andere Wounded Knee), en literatuur en media schonken ruimschoots aandacht aan de Australische Aboriginals. Dit artikel bespreekt de pogingen van een groep Kariboe-Eskimo’s hun aboriginal rights in het Canadese Baker Lake gebied zeker te stellen.

december 1982
AA19820689

De historische ontwikkeling van de verhouding tussen internationaal en nationaal recht

J.W.A. Fleuren

Joseph Fleuren bespreekt in dit artikel voor het Bijzonder Nummer ‘Zoeken naar hiërarchie’ de historische ontwikkeling van de hiërarchie tussen internationaal en nationaal recht. Hij stelt dat het individu van oudsher altijd gebonden is geweest aan normen van zowel internationaal als nationaal recht. Vanaf de negentiende en twintigste eeuw werd door het opkomende dualisme steeds vaker aangenomen dat internationaal recht alleen gericht is aan staten en niet rechtstreeks de burgers van die staten kan binden. Na de Tweede Wereldoorlog trad er een kentering op in het denken over hiërarchie. Sindsdien blijkt het internationale recht burgers soms weer rechtstreeks te kunnen binden.

Bijzonder nummer | Zoeken naar hiërarchie | Overig
juli 2012
AA20120510

De humanitaire grenzen aan het volkenrechtelijk mandaat

K.M. Manusama

Post thumbnail De volkenrechtelijke grenzen aan het gebruik van geweld staan onder druk. Humanitaire overwegingen beginnen de overhand te krijgen boven de traditionele grenzen van het VN-Handvest. Terwijl de discussie over humanitaire interventie in de wereld verder gaat, wordt de Nederlandse besluitvorming geregeerd door het edict van Davids: geen interventie zonder volkenrechtelijk mandaat.

Opinie | Tweeluik
juni 2015
AA20150463

De internationale rechtstoestand van Vietnam, toen de Akkoorden van Genève werden gesloten

A. van der Hek

In de discussie die al enige jaren gevoerd wordt over Vietnam komen de Akkoorden van Genève herhaaldelijk voor. Dit is volkomen begrijpelijk, omdat deze indertijd een einde hebben gemaakt aan het gewapende conflict dat Indochina en daarmee Vietnam vanaf december 1946 tot en met juli 1954 in zijn greep heeft gehouden. De Akkoorden waren het resultaat van een internationale conferentie die in juli 1954 te Genève werd gehouden. Er waren daar twee Vietnamese regeringen vertegenwoordigd: de een van de Democratische Republiek Vietnam en de ander van de Staat van Vietnam. Omdat de logica er zich tegen verzet dat een staat door meer dan één regering wordt vertegenwoordigd, zodat de positie van de ene door de andere regering bestreden zal moeten zijn, zullen we ons in het nu volgende bezighouden met de vraag welke de internationale rechtspersoonlijkheid van Vietnam was tijdens de Conferentie van Genève en welke regering internationaal erkend werd om Vietnam in zijn buitenlandse betrekkingen te vertegenwoordigen. Het antwoord op deze vragen is niet van belang ontbloot als we iets zinnigs willen opmerken over de rechtsgevolgen van de Akkoorden van Genève.

Bijzonder nummer
juli 1968
AA19680247

De oorlog in Vietnam

Achtergrond voor een juridische discussie

Ph.P. Everts

Een juridische beoordeling van de oorlog in Vietnam stuit op tweeërlei moeilijkheid: er is onzekerheid over de inhoud van het internationale recht, maar ernstiger is de onzekerheid over de werkelijkheid van de feiten waar dat recht op moet worden toegepast. Over de inhoud van het internationale recht, op het gebied van begrippen als interventie, agressie, collectieve zelfverdediging en op dat van het oorlogsrecht, handelt een deel van de hierna opgenomen artikelen. In deze bijdrage willen wij proberen uit de veelheid van gebeurtenissen en argumenten de achtergrond te destilleren waartegen die juridische beschouwingen moeten worden geplaatst. Het hier geschetste overzicht van de historische ontwikkelingen en van de achtergronden van de oorlog impliceert - alleen al door de beknoptheid - een selectie uit de feiten . De oorlog in Vietnam is een uiterst gecompliceerd conflict. Ik laat er hierna iets van zien. Maar die ingewikkeldheid mag ons niet in de verleiding brengen om dan maar helemaal niet te kiezen uit de feiten en om dan maar helemaal geen conclusies te trekken. Het hierna weergegevene zou nog sterk kunnen worden aangevuld en verfijnd. Het zou de hoofdlijnen van het betoog echter niet aantasten.

Bijzonder nummer
juli 1968
AA19680238

De positie van de non-combattant in een gewapend conflict

W.J. Hiemstra

Wanneer men tracht een overzicht te krijgen van de positie van de non-combattant in een gewapend conflict, is het opvallend hoe groot in deze materie het verschil is tussen theorie en praktijk. In theorie lijkt de zaak heel eenvoudig. Daar is de formulering - gegeven in de Declaratie van St. Petersburg van 1868 - die luidt: ‘The only legitimate object which states should endeavour to accomplish during war is to weaken the military forces of the enemy’, waarbij het in het kader van dit artikel voornamelijk gaat om de term 'military forces', hetgeen een verbod inhoudt de niet bij het conflict betrokken burgerij leed aan te doen. Het in deze declaratie gestelde verbod is vervolgens uitgewerkt in een aantal Conventies en Regulaties, waarbij de Haagse Vredesconferenties een belangrijke plaats innemen. Dat het nog steeds opgeld doet moge trouwens blijken uit een eerst verleden jaar door het Internationale Rode Kruis aan de aangesloten landen gezonden rondschrijven, waarin er op wordt gewezen, dat het onderscheid combattant-non-combattant nog altijd het principe is, waarop het oorlogsrecht stoelt. In de praktijk ziet het er echter heel anders uit. Het is zelfs zo ver gekomen, dat Thomas Schelling, een der voornaamste adviseurs van het Pentagon, in zijn boek Arms and influence komt tot de opmerking: ‘In the present era non-combattants appear to be not only deliberate targets but primary targets’. Er zijn, geloof ik, meerdere redenen te geven voor de grote discrepantie tussen het theoretische oorlogsrecht en de praktijk; ik zal trachten ze te noemen, om dan tenslotte te komen op het Vietnamese vraagstuk.

Bijzonder nummer
juli 1968
AA19680296

De processen van Neurenberg en Tokio en die van Stockholm-Roskilde

B.V.A. Röling

‘Johnson moordenaar, volgens de wetten van Neurenberg en Tokio’ is de juridische constatering, die nogal wat beroering heeft gebracht. Waar het ons om gaat is de vraag waarom gesproken moet worden van ‘de wetten van Neurenberg en Tokio’, waarom ‘de wetten van Neurenberg’ niet voldoende is. En dit ondanks het feit, dat het Handvest van Tokio, uitgevaardigd door MacArthur (behoudens een paar onbelangrijke en domme veranderingen) in de hoofdzaken gelijkluidend was aan dat van Neurenberg, en dat het Tokio’se Tribunaal op het punt van het recht de belangrijkste motiveringen van Neurenberg eenvoudig overnam.

Bijzonder nummer
juli 1968
AA19680312