Huurrecht

Woningruil

I.J.E.H.C. Degeling, W.F.C. van Megen

De nieuwe huurwetgeving van 1979 heeft een aantal nova in huurrecht geïntroduceerd. Zo zijn onder meer de rechten en plichten van onderhuurder, medehuurder en samenwoner in het BW vastgelegd. Een ander novum is de machtiging van de kantonrechter om de nieuwe huurder in de plaats te stellen van de oorspronkelijke huurder bij woningruil ex artikel 1623 l BW. Voordat deze bepaling er was, bestond de mogelijkheid tot woningruil uitsluitend bij de gratie van de resp. verhuurders. Zonder toestemming begon men niets. De nu in het leven geroepen bepaling, in de wet gekomen door een amendement van mw. Salomons, brengt daar verandering in. Het streven was een artikel te creëren naar analogie van art. 1635 BW, dat betrekking heeft op in de plaatsstelling van de huurder bij de overdracht van een bedrijfsruimte. Beide artikelen vertonen dan ook de nodige gelijkenis. Dat de toepassing van art. 1623 l de nodige problemen oplevert zullen wij hierna uiteenzetten. Achtereenvolgens zullen aan de orde komen: de relatie met artikel 1635; de woonvergunning; inachtneming van de omstandigheden; het zwaarwichtig belang; de verplichte afwijzingsgronden; het vooruitlopen op de machtiging; voorwaarden of last; beide verhuurders weigeren; dezelfde huurovereenkomst; de relatie tussen ruilers; de positie van medehuurder, onderhuurder en samenwoner.

september 1982
AA19820495

Woonruimte bestemd voor studenten moet bewoond worden door studenten!

A.W. Jongbloed

In dit artikel wordt ingegaan op de problematiek rondom studiestakers of -afronders die huisvesting voor studenten bezet houden. Er bestaat een wetsvoorstel dat dit probleem kan oplossen. De schrijver bespreekt dit wetsvoorstel kritisch.

Verdieping | Verdiepend artikel
mei 2005
AA20050352

Zijn opslagbedingen bij woninghuur oneerlijk?

W.H. van Boom

Hoge Raad 29 november 2024, ECLI:NL:HR:2024:1780 (ASR Dutch Residential Custodian BV/huursters)

Annotaties en wetgeving | Annotatie
november 2025
AA20250771