Burgerlijk recht

Meer kans in de staatsloterij?

W.H. van Boom, C.M.D.S. Pavillon

Hoge Raad 30 januari 2015, nr. 13/04238, ECLI:NL:HR:2015:178 (Stichting Exploitatie Nederlandse Staatsloterij/Stichting Loterijverlies.nl)

Annotaties en wetgeving | Annotatie
oktober 2015
AA20150784

Meerpartijenverrekening en faillissement

R.M. Wibier

Hoge Raad 15 november 2019, nr. 18/01582, ECLI:NL:HR:2019:1789, RvdW 2019/1170

Annotaties en wetgeving | Annotatie
maart 2020
AA20200269

Meijers-Mast Holding BV

M.J.G.C. Raaijmakers

Hoge Raad 4 december 1992, nr. 14824, ECLI:NL:HR:1992:ZC0782, RvdW 1993, 4 (mrs. Snijders, Bloembergen, Mijnssen, Davids, Heemskerk; A-G Mok); TVVS 1993, pp. 45/46 m.nt. L. Timmerman (Meijers/Mast Holding BV) Arrest van de Hoge Raad waar de verhouding tussen bestuur en algemene vergadering van aandeelhouders (ava) aan de orde komt. De Hoge Raad oordeelt dat het niet-uitvoeren van een door de aandeelhouders gewenst beleid door een bestuurslid van de bv in theorie een grond voor ontslag kan opleveren. Of dat in concreto het geval is, is afhankelijk van de omstandigheden van het geval en het gewenste beleid. In de noot wordt ingegaan op de gecompliceerde verhouding tussen de rechtspersoon en een directielid.

Annotaties en wetgeving | Annotatie
april 1993
AA19930275

Meijs q.q./Bank of Tokyo – Mitsubishi

S.C.J.J. Kortmann

Hoge Raad 29 juni 2001, nr. C99/296HR, ECLI:NL:HR:2001:AB2435, NJ 2001, 662 m.nt. WMK, JOR 2001 (Meijs q.q./Bank of Tokyo - Mitsubishi) Dit arrest gaat in op de mogelijkheden om toekomstige vorderingen te verpanden en op welke manieren aan de eisen kunnen worden voldaan.

Annotaties en wetgeving | Annotatie
oktober 2002
AA20020726

Mein Kampf en de condictio ob turpem causam

J.E. Jansen

Jelle Jansen onderzoekt in deze column de (on)mogelijkheden tot revindicatie na een verboden prestatie.

Opinie | Column
november 2014
AA20140824

Mensenrechten in bedrijf

De UN Guiding Principles on Business and Human Rights 2011, een nieuwe hoeksteen van maatschappelijk verantwoord ondernemen

A.J.A.J. Eijsbouts

Post thumbnail Met de unanieme steunverklaring in 2011 door de VN Mensenrechtenraad aan de UN Guiding Principles on Business and Human Rights en de opname van de tot die principes behorende corporate responsibility to respect human rights in de OESO Richtlijnen voor Multinationale Ondernemingen is een belangrijke stap voorwaarts gezet op het politiek en juridisch complexe gebied van de relatie tussen ondernemingen en mensenrechten. Deze UN Guiding Principles hebben een jaar na hun totstandkoming al belangrijke invloed gehad op het gebied van de regulering van Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen (MVO) in bredere zin, ook in EU-verband. In dit artikel worden context en inhoud van deze belangrijke mijlpaal op het gebied van mensenrechten en MVO in vogelvlucht beschreven.

Verdieping | Verdiepend artikel
november 2012
AA20120812

Mensenrechten in gedragscodes voor het internationale bedrijfsleven

S.C. van Bijsterveld, W.J.M. van Genugten

In deze bijdrage wordt het accent gelegd op de mogelijke betekenis van gedragscodes voor het internationale bedrijfsleven die in de loop der jaren in verschillende internationale fora tot stand zijn gebracht ten aanzien van mensenrechten. Om welke codes gaat het, wat zeggen zij over de mensenrechten en in hoeverre zijn zij een juridisch bruikbaar instrument om iets te doen tegen onoirbare praktijken?

Verdieping | Verdiepend artikel
juli 1997
AA19970500

Mentorschap ten behoeve van meerderjarigen

M.C.C. Hueber

In dit artikel wordt het mentorschap ten behoeve van meerderjarigen besproken. In deze regeling, die is neergelegd in titel 20 van boek 1 van het Burgerlijk Wetboek, wordt de belangenbehartiging op niet-vermogensrechtelijk terrein van meerderjarigen geregeld die tijdelijk of permanent deze belangen niet zelf kunnen behartigen. In het artikel komt de regeling aan de orde en wordt er onder meer gekeken naar de verhouding met curatele en beschermingsbewind, instelling van het mentorschap, de persoon van de mentor, de taak van de mentor, de reikwijdte van de vertegenwoordigingsbevoegdheid en andere zaken die met het mentorschap samengaan.

Annotaties en wetgeving | Wetgeving
maart 1995
AA19950206

Merkenrecht, daar zit muziek in!

E. Broekhuizen, A. van Oorschot

Onderstaand artikel gaat in op de vraag of een klank, danwel combinatie van klanken een merk kan zijn.

Opinie | Amuse
september 2004
AA20040594

Met blijdschap geven wij kennis van…

A. Meijer, I. Meijer

Redactioneel artikel over het destijds controversiële wetsvoorstel waarin de wijziging van het naamrecht werd voorgesteld. In het wetsvoorstel was opgenomen dat het geboren kind niet per definitie de geslachtsnaam van de vader kreeg maar dat dit ter vrije keuze van de beide ouders was. Bij een conflict kon er een beroep worden gedaan op de rechter. De redacteuren menen dat dit geen goede regeling is en dat er een regeling dient te worden gekozen waarbij het niet mogelijk is dat er conflicten rijzen over de geslachtsnaam van de pasgeborene.

Opinie | Redactioneel
oktober 1992
AA19920560

Met de billen bloot

De (grensoverschrijdende) informatieplicht in het beslag- en executierecht

K.J. Krzeminski

Post thumbnail

Een schuldeiser moet soms zelf op zoek naar voor verhaal vatbare vermogensbestanddelen van een schuldenaar. De vraag dringt zich op of het niet veel makkelijker is als de schuldenaar wordt verplicht te vertellen of, en zo ja, waar hij bronnen van inkomsten en vermogen heeft. Kan een schuldenaar worden verplicht openheid te geven over zijn inkomens- en vermogenspositie in Nederland en daarbuiten? Of mag de schuldenaar dit weigeren met een beroep op privacy of een variant op het nemo-tenetur-beginsel? Deze vragen geven aanleiding voor een korte ronde langs de wettelijke en buitenwettelijke informatieplichten in het Nederlandse beslag- en executierecht.

Opinie | Amuse
mei 2022
AA20220350

Met het aansprakelijkheidsrecht kan niet alles

Interview met A.R. Bloembergen, oud-hoogleraar burgerlijk recht aan de RUL, oud-raadsheer bij de Hoge Raad, waarnemend A-G bij de Hoge Raad

S.E. Bartels, M.A. Leijten

A.R. Bloembergen werd geboren in 1927. Hij studeerde rechten aan de Rijksuniversiteit Utrecht. In 1965 promoveerde hij bij professor van Opstal op schadevergoeding bij onrechtmatige daad. Daarvoor was hij van 1951-1957 advocaat in Den Haag. Nog in het jaar van zijn promotie werd hij benoemd tot hoogleraar burgerlijk recht in Leiden. Deze functie vervulde hij tot 1979 waarna hij raadsheer bij de Hoge Raad der Nederlanden werd. Tevens concludeerde hij als waarnemend Advocaat-Generaal enkele malen voor belangrijke arresten. Vlak voor de december-feestdagen spraken wij met hem in zijn werkkamer.

Verdieping | Interview
april 1994
AA19940217