Toont alle 11 resultaten

‘Voorwaardelijke vergelijkbaarheid’ in het EU-recht op het terrein van de vennootschapsbelasting

M.F. de Wilde

Hof van Justitie Europese Unie (HvJ EU) 4 juli 2018, C-28/17, ECLI:​EU:​C:​2018:​526 (NN A/S t. Skatteministeriet)

Annotaties en wetgeving | Annotatie
November 2018
AA20180924

De Hoge Raad als Europese civiele rechter

C. Mak

Post thumbnail

In rechtsvorming op het terrein van het Europees privaatrecht toont de Hoge Raad twee gezichten. Vanuit Europees-constitutioneelrechtelijk perspectief geeft hij voorrang aan het EU-recht. Vanuit privaatrechtelijk perspectief blijft het systeem van het Burgerlijk Wetboek het uitgangspunt. Deze bijdrage definieert het normatieve kader waarbinnen de Raad zijn positie bepaalt.

Rode draad | Rechtsvorming door de Hoge Raad
September 2015
AA20150716

De toekomst van het Europees recht

R. Barents, L.J. Brinkhorst

Ondanks dat toekomstvoorspellingen altijd moeilijk te geven zijn, probeert de auteur hier een weerspiegeling te geven van de toekomst van de Europese Unie.

Rode draad | Milleniumrubriek
Juni 1999
AA19990455

Doorwerking van het EU Handvest van de grondrechten in privaatrechtelijke rechtsverhoudingen

A.S. Hartkamp

Hof van Justitie Europese Unie (HvJ EU) 15 januari 2014, zaak C-176/12, ECLI:EU:C:2014:2 (Association de Médiation Sociale (AMS)/Union locale des syndicats CGT en Laboubi)

Annotaties en wetgeving | Annotatie
Oktober 2014
AA20140749

Het Nederlandse strafrecht in de ban van het Unierecht

M.J.J.P. Luchtman, R.J.G.M. Widdershoven

Post thumbnail Het Nederlandse strafrecht europeaniseert in hoog tempo. De EU-invloed op de strafrechtspleging is al veel groter dan velen denken. Zo is de betekenis van het Handvest van de Grondrechten en de rechtspraak van het Hof van Justitie sterk toegenomen, terwijl de directe betekenis van het EVRM vermoedelijk zal gaan afnemen. Dit artikel brengt de belangrijkste ontwikkelingen ter zake in kaart.

Verdieping | Verdiepend artikel
November 2018
AA20180873

Hongarije t. Slowakije

P.J. Slot

Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJ EU) (Grote kamer) 16 oktober 2012, zaak C-364/10, ECLI:NL:XX:2012:BY1503 (Hongarije/Slowakije)

Annotaties en wetgeving | Annotatie
Juni 2013
AA20130491

Implementatie en doorwerking van Unierecht in het Nederlandse publiekrecht en privaatrecht

S. Haket, R.J.G.M. Widdershoven

Post thumbnail Dit artikel onderzoekt de Unierechtelijke verplichtingen inzake implementatie en doorwerking van richtlijnen en kaderbesluiten en de uitvoering daarvan in het Nederlandse publiekrecht en privaatrecht, anno 2020. Er worden niet alleen nieuwe ontwikkelingen en aanscherpingen afkomstig uit Luxemburg besproken, maar ook de Nederlandse rechtspraktijk inzake doorwerking vergt nadere academische inkadering. De stand van zaken van implementatie en doorwerking in Nederland wordt overwegend positief beoordeeld.

Verdieping | Verdiepend artikel
April 2020
AA20200338

Inleiding tot het Europees bestuursrecht

S. Prechal, R.J.G.M. Widdershoven

Post thumbnail

Dit boek behandelt de gevolgen die het Unierecht heeft voor belangrijke algemene leerstukken van het Nederlands bestuursrecht, namelijk de algemene rechtsbeginselen en fundamentele rechten, de rechtshandhaving, de rechtsbescherming en het vraagstuk van overheidsaansprakelijkheid. Tevens wordt aandacht besteed aan de verschillende wijzen van doorwerking van het Unierecht in het nationale recht, zoals de rechtstreekse werking en de conforme interpretatie.

9789069169842 - 23-10-2017

Samenloop in Europees privaatrecht

R. de Graaff

Ruben de Graaff promoveerde op 9 september 2020 aan de Universiteit Leiden met een proefschrift over samenloop in het Europees privaatrecht. In deze bijdrage vertelt hij over zijn onderzoek.

Literatuur | Proefschriftbijdrage
April 2021
AA20210417

Verhuuranalogie (on)houdbaar?

M. Albers

Bij de heffing van omzetbelasting heeft de wetgever ervoor gekozen om bepaalde (rechts)handelingen aan te merken als verhuur van onroerende zaken, die civielrechtelijk niet als zodanig worden geduid. Een en ander speelt in belangrijke mate bij de beperkt zakelijke rechten, zijnde het recht van erfpacht, het recht van opstal en de erfdienstbaarheid. In het onderzoek dat heeft geleid tot mijn proefschrift heb ik uitgebreid stilgestaan bij de hiervoor bedoelde verhuuranalogie. In onderstaande bijdrage zal ik enige conclusies bespreken.

Literatuur | Proefschriftbijdrage
Oktober 2017
AA20170854

Wettelijke aansprakelijkheidsbeperking AFM en DNB strijdig met Unierecht?

D. Busch, S.A.M. Keunen

Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJ EU) 4 oktober 2018, ECLI:EU:C:2018:807 (Nikolay Kantarev/Balgarska Narodna Banka) Artikel 1:25d Wft beperkt de aansprakelijkheid van onze financiële toezichthouders AFM en DNB tot gevallen waarin de schade in belangrijke mate het gevolg is van opzet of grove schuld. Gaat dit verder dan de ‘voldoende gekwalificeerde schending’ die het Unierecht als voorwaarde voor lidstaataansprakelijkheid stelt? De thans ter bespreking voorliggende uitspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie is voor de beantwoording van deze vraag van rechtstreeks belang.

Annotaties en wetgeving | Annotatie
Januari 2019
AA20190059

Toont alle 11 resultaten