3:86 BW

Toont alle 3 resultaten

Artikel 3:86 BW en de legitimatieleer

E.F. Verheul

Post thumbnail

Algemeen wordt aangenomen dat in artikel 3:86 BW de zogenoemde legitimatieleer van Scholten is gecodificeerd: de door de vervreemder uitgeoefende feitelijke macht over de zaak schept een vermoeden dat hij eigenaar is en de verkrijger te goeder trouw die daar op afgaat, wordt beschermd als de vervreemder niet beschikkingsbevoegd blijkt te zijn. In dit artikel wordt daarentegen betoogd dat de wet niet zozeer rechtsgevolgen verbindt aan feitelijke macht aan de zijde van de vervreemder, maar aan de door de verkrijger verworven feitelijke macht.

Verdieping | Verdiepend artikel
september 2016
AA20160590

Goede trouw bij de koop van kunstvoorwerpen

L.P.W. van Vliet

Post thumbnail Wanneer de koper van een kunstvoorwerp te goeder trouw heeft gekocht van een beschikkingsonbevoegde, kan de koper wellicht beschermd worden door artikel 3:86 BW. De vraag rijst dan hoe de rechter de maatstaf van goede trouw zal toepassen gezien de bijzondere aard van de transactie. Met een analyse van Nederlandse, Duitse en Italiaanse rechtspraak zal worden bekeken hoe de norm wordt ingevuld. Daarbij komt ook het beleid aan de orde van de Restitutiecommissie, die advies uitbrengt over goederen waarvan de eigenaar het bezit heeft verloren tijdens het nazi-bewind.

Bijzonder nummer | Kunst & Recht
juli 2023
AA20230520

Welk geld geldt als geld?

E.F. Verheul

Een bestolen eigenaar kan zijn zaak nog gedurende drie jaar opvorderen bij een verkrijger te goeder trouw. De wet maakt echter een uitzondering voor gestolen geld. De diefstaluitzondering geldt daarvoor niet. Maar hoe moet het woord geld in artikel 3:86 lid 3 BW worden geïnterpreteerd? Gaat het om geld dat als wettig betaalmiddel is erkend? En hoe zit het met buitenlandse munten of munten die slechts door verzamelaars worden verhandeld?

Opinie | Redactioneel
april 2014
AA20140247

Toont alle 3 resultaten