Maandbladartikel

De ‘derde gender’-optie: de stand van zaken in Nederland in rechtsvergelijkend perspectief

C. Kersten

Post thumbnail Deze bijdrage staat in het teken van de ‘derde gender’-optie. Wat is de (juridische) stand van zaken met betrekking tot de mogelijkheid om (ook) in ons land te kunnen kiezen voor een derde optie van geslachtsregistratie? Naast de huidige situatie, recente jurisprudentie en ontwikkelingen in ons land, worden ook internationale ontwikkelingen (met name in onze buurlanden Duitsland en België) belicht.

Verdieping | Verdiepend artikel
januari 2021
AA20210018

De ‘dode letter’ van artikel 3:84 lid 3 BW

C. Jansen

Post thumbnail In deze aflevering van de Blauwe Pagina’s ‘Verdraaid recht’ pleit Corjo Jansen voor afschaffing van het fiduciaverbod in artikel 3:84 lid 3 BW.

Blauwe pagina's | Verdraaid recht
mei 2024
AA20240380

De ‘grote leugen’ in een nieuw jasje

F.J.R. van den Linden

In dit opiniërende artikel wordt ingegaan op de invoering van de flitsscheiding. Daarbij kunnen huwelijkspartners het huwelijk omzetten in een geregistreerd partnerschap (art. 1:77a BW) en dit geregistreerd partnerschap vervolgens met wederzijds goedvinden ontbinden (art. 1:80c lid 1 sub c jo. art. 1:80d BW). De auteur betoogt op verschillende gronden dat de invoering van deze vorm van scheiding zonder dat de rechter erin betrokken wordt een kwalijke zaak is.

Opinie | Opiniërend artikel
maart 2001
AA20010153

De ‘omkeringsregel’ en de redelijkheid en billijkheid

G.R. Rutgers

Hoge Raad 29 november 2002, nr. C00/298HR, ECLI:NL:HR:2002:AE7345, RvdW 2002, 190 (The Transport Ferry Service (Nederland) B.V., P&O European Ferries (Felixtowe) Ltd/N.V. Nederlandse Spoorwegen, Wim Vos Internationale Transporten B.V., S.T.A.R. Trasporti Internazionale S.p.A. en Ecodeco S.p.A.). Ook wel bekend als Lekkende tankcontainer. Verduidelijking 'omkeringsregel' bij causaal verband; voorwaarden waaronder de bewijslast met betrekking tot het bestaan van conditio sine qua non-verband tussen de onrechtmatige gedraging of tekortkoming en het ontstaan van de schade wordt omgekeerd; toepassing van de redelijkheid en billijkheid als uitzondering op de hoofdregel van artikel 150 (= art. 177 oud) Rv.

Annotaties en wetgeving | Annotatie
april 2003
AA20030307

De ‘vermoedelijke wil’ voor je uitvaart: cremeren met toost op het leven

L.A.G.M. van der Geld

Lucienne van der Geld bespreekt in deze column hoe een verschil van inzicht over de uitvaartwensen van de overledene tot problemen kan leiden en geeft en passant tips voor nabestaanden van klimaatbewuste overledenen en acrylnageldragers met injectables en siliconen.

Opinie | Column
april 2023
AA20230271

De (on)mogelijkheden binnen de studiefinanciering voor het HBO/WO

R.S.B. Kool

Het voorstel van wet op de studiefinanciering heeft als uitgangspunt de financiële afhankelijkheid van de student(e) van de ouders. Dit overeenkomstig het huidige studiefinancieringsstelsel. De problemen waartoe dit onder meer kan leiden worden in dit artikel besproken.

april 1986
AA19860297

De (on)rechtmatigheid van prestatieontlening

M.R. van Zanten

De rechtsbescherming tegen oneerlijke concurrentie, en met name tegen prestatieontlening, zoals deze in Nederland via artikel 1401 BW (oud) door de Hoge Raad wordt geboden is onvoldoende. Naar de mening van de auteur handelt iemand onrechtmatig wanneer hij een wezenlijk element van andermans prestatie exploiteert, een prestatie die slechts na veel kosten en inspanningen aan de kant van die ander mogelijk was, zonder daaraan enige eigen prestatie toe te voegen en puur en alleen om de vruchten van de arbeid van de ander zelf te plukken. De voorwaarden die de Hoge Raad voor het aannemen van onrechtmatigheid stelt worden naar zijn mening derhalve ten onrechte gesteld.

Verdieping | Studentartikel
februari 1992
AA19920073

De (on)zin van marktwerking en kwantificering in de rechtspraak

M. Otte

Steeds vaker worden vragen gesteld over de financiering van rechtspraak en bijbehorende procedures en methodieken uit de managementwereld, zoals benchmarking. Zie alleen al het rechterlijk manifest van enkele maanden geleden waarin kritiek wordt geuit op de perverterende effecten van financiering van publieke taken als rechtspraak. Rechtspraak zou geen marktproduct zijn dat onderhorig is aan financiële sturingsmethoden. In dit opstel bepleit Rinus Otte een nieuw tegengeluid en dat is dat sturing, cijfers en kwantificeren onderschatte begrippen zijn alsmede dat routinematige standaarden goed samengaan met speelruimte voor de rechter.

Perspectief | Perspectiefartikel
april 2013
AA20130326

De 1990-maatregel als emancipatiebeleid: tussen schijn en werkelijkheid

R. de Bock

In dit artikel staat de in 1990 ingevoerde arbeidsplicht voor vrouwen centraal. In het artikel komt achtereenvolgens aan de orde: de inhoud en plaats van deze maatregel (par. 1) en een kort overzicht van de ontstaansgeschiedenis van de 1990-maatregel (par. 2). Vervolgens gaat de auteur in op het kader van de 1990-maatregel, het zogenaamde integrale beleid (par. 3). Het belangrijkste deel van dit artikel bestaat echter uit een bespreking van de — zeer uiteenlopende — kritiek op de 1990-maatregel (par. 4). In dit verband zullen onderwerpen als de (veronderstelde) ondermijning van het gezin, individualisering in de sociale zekerheid en de vermannelijking van het recht aan de orde komen.

Annotaties en wetgeving | Wetgeving
april 1989
AA19890269

De 403-verklaring: hoofdelijkheid of borgtocht?

S.M. Bartman

Hoge Raad 3 april 2015, nr. 14/00568, ECLI:NL:HR:2015:837 (mr. Eikendal q.q. voor Bia Beheer/Lentink)

Annotaties en wetgeving | Annotatie
oktober 2015
AA20150806

De 75e redacteur: Piet Baudoin

A.J.C.W. Scholte-van de Ven

Post thumbnail In deze bijdrage binnen de Rode Draad ‘75’ wordt stilgestaan bij de 75ste redacteur van Ars Aequi: mr. P.J.A.M. (Piet) Baudoin. Aanleiding hiervoor is het 75-jarig bestaan van Ars Aequi dit jaar. Na een beschouwing van mr. Baudoin als persoon en zijn werk wordt de focus gelegd op het belang van (het behoud van) de sociale advocatuur.

Rode draad | 75
januari 2026
AA20260063

De a contrario redenering is te goedkoop kan voortkomen uit en leiden tot denktraagheid.

H.T.M. Kloosterhuis

In het Museum van Merkwaardige Juridische Redeneringen verdient het argumentum a contrario een grote zaal. En een column in Ars Aequi.

Opinie | Column
juni 2017
AA20170499