H. Huiskes
Als wij de opmerkingen van Langemeijer lezen, dat met betrekking tot de rechtsvinding de invloed van het werk van Scholten nog altijd van beslissende betekenis is en dat sinds Scholten zijn opvatting voor het eerst in zijn Algemeen Deel voluit ontwikkelde, niet gezegd kan worden dat een principieel andere mening tegenover de zijne is geplaatst, clan is hiermee het belang van Scholten voor de rechtsvinding van gezaghebbende zijde uitgesproken. Deze wordt nog groter wanneer Langemeijer, zich baserend op de rechtsvindingsanalyse van Polak, tot de conclusie komt da t ook de praktijk uitwijst dat de rechtsvinding geschiedt in de geest van Paul Scholten.
Het is ook niet de bedoeling van dit artikel het gewicht van het Algemeen Deel voor theorie en praktijk der rechtsvinding in twijfel te trekken, noch om de gehele rechtsvindingstheorie van Scholten van een pretentieus oordeel te voorzien. Slechts enkele aspecten van de methode en het probleem der rechtsvinding komen hi er ter sprake.
juni 1971
AA19710293