Resultaat 3109–3120 van de 7424 resultaten wordt getoond
S. van Gessel, H. van der Tas
Dit redactionele artikel geeft de wijzigingen weer die het Verdrag van Amsterdam maakt in het Verdrag van de Europese Unie.
Opinie | Redactioneeljuli 1998AA19980645
H.U. Jessurun d'Oliveira
In deze eerste bijdrage van Ulli d'Oliveira (toen nog student) in Ars Aequi bespreekt hij kritisch de oratie van prof.dr. H.D. Wiersma, getiteld Gronden van Misdaad. Met naschrift van prof. Wiersma.
Opinie | Reactie/nawoordoktober 1958AA19580006
S. Spoormans
Wanneer men er de constituties van de Oost-Europese staten op naslaat, vindt men er naast de grondrechten tevens de grondplichten in opgenomen. In deze bijdrage belicht de schrijver de (rechts)filosofische achtergrond van dit verschijnsel. Uit het stuk blijkt onder andere dat er een andere benadering van de grondrechten mogelijk is dan wij hier in het Westen gewend zijn.
november 1981AA19810692
L. ten Haaf
Opinie | Opiniërend artikelmaart 2017AA20170189
H.R. Kranenborg, R.A. Lawson
Dit artikel behandeld de mensenrechten die zijn vastgelegd in de Europeese Grondwet.
Overig | Rode draad | Europa in zicht | Verdieping | Verdiepend artikelapril 2005AA20050214
E.B. Pronk
Verdieping | Verdiepend artikeldecember 2000AA20000840
C.A.J.M. Kortmann
Rechtbank Maastricht 5 september 1996, NJ-kort 1997, Afl. 11, nr. 41 (Waterleidingmaatschappij Limburg) In de onderhavige casus is de uit staatsrechtelijk oogpunt belangrijkste vraag of een NV, waarvan de aandelen geheel worden gehouden door de gemeente Maastricht en de meerderheid van de Raad van Commissarissen wordt benoemd door de gemeenteraad, een beroep op artikel 6 EVRM toekomt.
Annotaties en wetgeving | Annotatieoktober 1997AA19970746
L. Soumete
In dit stuk zal aandacht worden besteed aan de vraag, welke bijdrage de grondrechtenbescherming levert aan een oplossing dan wel aan de discussies omtrent het minderheden- of allochtonen ‘vraagstuk’ in Nederland. De rode draad in deze bijdrage vormt de schets van hel beginsel van gelijkheid voor de wet, zoals neergelegd in art. 4 lid 1 GW. Als casus van waaruit dit beginsel wordt benaderd, heb ik genomen het spreidingsbeleid van de gemeente Rotterdam. De rechtvaardiging van de casusbehandeling ligt mijns inziens in de eerste plaats hierin dat Rotterdam, ondanks de vernietigingsbesluiten van de Kroon in 1974, dit beleid in zijn beginselen heeft gehandhaafd. In de tweede plaats heeft de gemeente Rollerdam de voortrekkersrol toebedeeld gekregen, juist door haar ‘volharding’ in het beleid terwijl andere - grote en kleine - gemeenten met gespannen verwachting toezien. Ik heb mijn stuk derhalve gesplitst in een aantal onderdelen: - aard van de grondrechten in het algemeen - grondrechtenbescherming en allochtonen - beginsel van gelijke bescherming - het spreidingsbeleid van Rotterdam - samenvatting en conclusie.
oktober 1981AA19810561
M.M. den Boer
In dit artikel wordt na een algemene inleiding over de verschillende herzieningen van de Grondwet in het verleden wordt er daarna in gegaan op de wijzigingen van 1987. Daarna komt het hoofdonderwerp aan de orde, namelijk de Grondwetsherzieningen van 1996 waarbij de defensie artikelen de aanleiding vormden. Verder wordt er ingegaan op de schrapping van de additionele artikelen, de tijdelijke vervanging van kamerleden vanwege zwangerschapsverlof, Grondwetsinterpretatie en staatkundige vernieuwing.
Annotaties en wetgeving | Wetgevingseptember 1996AA19960563
J. de Boer
Op 1 januari 1987 trad de Wet bodembescherming grotendeels in werking. Slechts een bepaling uit deze wet zal in dit artikel worden besproken, te weten artikel 15, dat tegen de wil van de regering bij amendement werd ingevoegd en dat het mogelijk maakte bij algemene maatregel van bestuur risicoaansprakelijkheid te vestigen. Dit heeft voor nogal wat commotie gezorgd in verband met de in artikel 107 van de Grondwet neergelegde codificatie-opdracht. De regering vond in de Eerste Kamer een uitweg via een zeer beperkende grondwetsconforme uitleg van het ontwerp artikel 15. Na een positief advies van de Raad van State over de mogelijkheid en de gevolgen van een dergelijke in de loop van de parlementaire behandeling gegeven uitleg, werd het ontwerp aangenomen. De zaak liep dus goed af, met als vermoedelijke nevenwerking niet alleen dat de staatsrechtelijke praktijk en wetenschap thans beschikken over een locus classicus met betrekking tot de betekenis van artikel 107 Grondwet, 5 maar bovendien dat in de toekomst serieus rekening zal worden gehouden met de codificatie-opdracht.
Annotaties en wetgeving | Wetgevingjuli 1987AA19870470
E.H. Hondius
Ewoud Hondius pleit voor de instelling van een Grondwettelijk Hof, en gebruikt de compensatie voor de gedupeerden van aardbevingen in Groningen als voorbeeld waarom zo’n Hof nodig is.
Opinie | Columnmei 2014AA20140345
M. Adams
De Zuid-Afrikaanse Irene Grootboom, die met haar familie in een krot woonde terwijl ze al jaren op een wachtlijst voor gesubsidieerde huisvesting stond, spande een zaak aan tegen de overheid, omdat deze tekortschoot in haar constitutionele zorgplicht. In deze bijdrage legt Maurice Adams uit wat de zaak Grootboom ons leert.
Blauwe pagina's | Spraakmakende Zakenmaart 2021AA20210220