Maandbladartikel

De ontdekking van de multiple discovery

C.E. Smith

Post thumbnail Volgens de theorie van de multiple discoveries worden wetenschappelijke ontdekkingen vaak vrijwel gelijktijdig gedaan door verschillende wetenschappers, zij ‘hangen in de lucht’. Het had niet veel gescheeld of Russel Wallace en Poincaré waren wereldberoemd geweest, en niet Darwin en Einstein. Ook in de rechtsfilosofie komt het verschijnsel van de multiple discoveries voor. Carel Smith schrijft hierover in zijn amuse.

Opinie | Amuse
juni 2014
AA20140414

De ontneming van wederrechtelijk voordeel in verhouding tot het EVRM

C. Philips

Is de Nederlandse regelgeving ter zake van de ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel (art.36e Sr)strijdig met de onschuldpresumptie van artikel 6 Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM),wanneer niet buiten redelijke twijfel kan worden vastgesteld dat de betrokkene het strafbaar feit ter zake waarvan de vordering is ingesteld heeft gepleegd,en evenmin kan worden vastgesteld dat hij vermogensbestanddelen bezit waarvan hij de herkomst niet kan verklaren? Op 1 maart 2007 deed het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM)een opmerkelijke uitspraak in de zaak Geerings versus Nederland, waarin geconcludeerd werd dat de in die zaak op artikel 36e lid 2 Sr gebaseerde ontnemingsmaatregel onverenigbaar is met artikel 6 lid 2 EVRM. Vegl: EHRM 1 maart 2007, LJN: BA1112

Verdieping | Verdiepend artikel
juli 2007
AA20070583

De ontwikkeling van carrière-oriëntaties van rechtenstudenten: over morele dilemma’s en private interest shift

De ontwikkelingslanden en het IMF

N. Skylakakis

Dit artikel beoogt enkele aspecten van hedendaagse internationale monetaire regelingen onder de loep te nemen, in het licht van de complexe en ernstige problemen waar de niet-olieproducerende ontwikkelingslanden zich momenteel voor geplaatst zien.

juli 1982
AA19820370

De onveilige baarmoeder

M.K. Jungschleger

Is het niet het recht van het kind, als gekozen wordt voor het voldragen van de zwangerschap, om prenataal beschermd te worden? En biedt de nationale en internationale wetgeving niet de mogelijkheid, misschien zelfs wel de plicht, kinderen prenataal te beschermen? De huidige opinie: het ongeboren kind heeft geen rechten, met als gevolg de onmogelijkheid van bescherming van het ongeboren kind tegen vermijdbare schade door doen en nalaten van de aanstaande moeder, dient te worden herzien.

Verdieping | Verdiepend artikel
mei 2002
AA20020339

De onverjaarbaarheid van internationale misdrijven

R.A. Kok

Dit proefschrift behandelt het al dan niet onverjaarbaar zijn van de ernstigste internationale misdrijven.

Literatuur | Proefschriftbijdrage
juli 2007
AA20070615

De onvolledig ingevulde subsidie-aanvraag

L.J.A. Damen

Afdeling rechtspraak Raad van State (ARRvS) 18 augustus 1993, ECLI:NL:RVS:1993:AQ0607, R01.91.1682, ABkort 1993, 961. Dit is een uitspraak van de Afdeling Rechtspraak van de Raad van State onderhevig aan het pre-Awb-recht. In de zaak is sprake van een niet-volledig ingevulde subsidie-aanvraag. De ARRvS doet nog uitspraak naar het oude recht en anticipeert niet op de destijds nog niet geldende Awb. In de noot wordt ingegaan op de komst van de Awb, de anticipatie en de casus zelf.

Annotaties en wetgeving | Annotatie
januari 1994
AA19940029

De onzichtbare ambtenaar

Extern optreden van ambtenaren: de Oekaze-Kok onder de loep

R. Bekker

Post thumbnail Hoever kunnen ambtenaren gaan bij hun externe optreden? Sinds begin jaren 70 bestaan daarvoor bij het rijk Aanwijzingen van de minister-president, sinds 1998 ook wel bekend als de Oekaze-Kok. Die gaan over hun vrije meningsuiting en over hun contacten met Kamerleden en journalisten. Voor die contacten hebben ze toestemming nodig. Gaandeweg is dat regime versoepeld, in december 2020 zijn nieuwe Aanwijzingen vastgesteld.

Opinie | Opiniërend artikel
april 2021
AA20210346

De oorlog in Vietnam

Achtergrond voor een juridische discussie

Ph.P. Everts

Een juridische beoordeling van de oorlog in Vietnam stuit op tweeërlei moeilijkheid: er is onzekerheid over de inhoud van het internationale recht, maar ernstiger is de onzekerheid over de werkelijkheid van de feiten waar dat recht op moet worden toegepast. Over de inhoud van het internationale recht, op het gebied van begrippen als interventie, agressie, collectieve zelfverdediging en op dat van het oorlogsrecht, handelt een deel van de hierna opgenomen artikelen. In deze bijdrage willen wij proberen uit de veelheid van gebeurtenissen en argumenten de achtergrond te destilleren waartegen die juridische beschouwingen moeten worden geplaatst. Het hier geschetste overzicht van de historische ontwikkelingen en van de achtergronden van de oorlog impliceert - alleen al door de beknoptheid - een selectie uit de feiten . De oorlog in Vietnam is een uiterst gecompliceerd conflict. Ik laat er hierna iets van zien. Maar die ingewikkeldheid mag ons niet in de verleiding brengen om dan maar helemaal niet te kiezen uit de feiten en om dan maar helemaal geen conclusies te trekken. Het hierna weergegevene zou nog sterk kunnen worden aangevuld en verfijnd. Het zou de hoofdlijnen van het betoog echter niet aantasten.

Bijzonder nummer
juli 1968
AA19680238

De oorsprong van de term persoon in het Westerse recht

R.R. Brouwer

Post thumbnail

"‘Persoon’ gaat terug op het individuele masker dat werd gebruikt in Etruskisch-Romeinse grafrituelen én op het algemenere masker dat in zwang kwam in het Griekse theater. Via de in Rome werkende denker Panaetius (ca. 185-ca. 110) komt deze dubbele oorsprong van persoon terecht in de beginnende rechtswetenschap en wordt zo een centrale term in het westerse recht."

Verdieping | Verdiepend artikel
april 2018
AA20180281

De oorzaak van de verbintenis uit overeenkomst

G.J. Scholten

Mr. G.J. Scholten promoveerde op 28 september 1934 te Amsterdam met het onderwerp 'De oorzaak van de verbintenis uit overeenkomst'.

december 1985
AA19850744

De openbaarmaking van wetenschappelijke onderzoeksgegevens

A.H.A. Mohammad, Y.E. Schuurmans

Afdeling bestuursrecht Raad van State (ABRvS) 31 januari 2018, ECLI:​NL:​RVS:​2018:​321, nr. 201700494/1/A3 (Raad van bestuur NWO/Bureau Jansen en Janssen)

Annotaties en wetgeving | Annotatie
mei 2018
AA20180393