Het recht geïllustreerd aan de hand van oude auto’s

Toen ik ruim een halve eeuw terug met mijn studie begon, waren het paarden en koeien die in de jurisprudentie de dienst uitmaakten. De verse en drachtige koe, zeug geel (excuus: dat was een varken), het Azewijnse paard: zij illustreerden de soms onnavolgbare werking van het recht. Later moesten die negentiende-eeuwse relieken plaats maken voor de auto. Nu mijn oud-collega-columnist Wim Voermans enige jaren terug zijn oude auto in dit blad ten tonele heeft gevoerd, zal de lezer ook mij enige nostalgische verhalen gunnen over mijn eerste drie voitures (voor de derde leen ik er een van een Amsterdamse collega).

Mijn eerste auto was een Citroën Traction Avant 1948 Sport (we zien hem een enkele keer nog in Franse gangsterfilms). Een prima auto voor de prijs van ƒ 400 (ca. € 165). Hij had wat gebreken: een handrem ontbrak (lastig omdat er voor mijn instituut aan het Leidse Rapenburg toen nog geen hekjes langs de gracht stonden en het Rapenburg daar licht helde); bij stationair draaien sloeg de motor af (maar gelukkig werkte de slinger goed); en vooral: de waterpomp lekte en noodzaakte om de 20 km bijvulling van het waterreservoir. Daartoe had ik een gigantische reeks vierkante Bokma jeneverflessen (de toenmalige studentendrank) gevuld met water. Hetgeen van omstanders bij het bijvullen keer op keer het obligate commentaar ‘hij rijdt wel duur meneer’ opleverde. Maar de enige reden om dit eerste rijavontuur hier te vermelden, is dat ik heel gewiekst de koop op de laatste dag van mijn minderjarigheid – en dus handelingsonbekwaamheid – sloot (de meerderjarigheidsgrens was toen 21 jaar). Met de stille hoop – artikel 1:234 BW was toen anders geformuleerd – dat ik de koop ongedaan zou kunnen maken als de auto mij niet zou bevallen. Artikel 7:18 lid 2 BW bestond toen nog niet. Helaas voor de voortgang van het recht: ik was meer dan tevreden en van een vernietiging wegens handelingsonbekwaamheid is het niet gekomen.

Mijn tweede auto was een prachtige 8-cylinder Oldsmobile. Ik had hem tijdens een studieverblijf te Princeton, NJ van een Oostenrijkse collega-student gekocht voor de ook naar Amerikaanse begrippen niet hoge prijs van $ 15. Ook deze auto was niet 100% deugdelijk (‘Unsafe at any speed’, heette het boek dat Ralph Nader in die tijd over de Amerikaanse autoindustrie schreef). De cabine kwam na enige minuten vol rook te staan, hetgeen mijn toenmalige vriendin (en huidige vrouw; het is dus toch nog wat geworden) niet prettig vond. De auto kon niet naar links (wat in het rechthoekig patroon van Amerikaanse steden geen probleem is, omdat men met driemaal rechtsaf uiteindelijk in dezelfde straat als met eenmaal links terecht komt). En zo waren er nog wat kleinigheden. Maar wederom had ik het juridisch goed uitgezocht. Bij de verplichte autokeuring van de staat New Jersey was de auto op 26 punten afgekeurd, maar ik mocht er toen nog een week mee rijden. In die week reed ik naar mijn volgende studie-etappe, New York. Weliswaar was ik naar het recht van de staat New Jersey nu in overtreding, maar aangezien New York en New Jersey geen uitleveringsverdrag hadden kon mij niets gebeuren. En zo kon ik als nieuwe ingezetene van New York nog twee maanden van mijn Oldsmobile profiteren. Laat u hierdoor niet van de wijs brengen: inmiddels is het uitleveringsverdrag er en hebben sommige automobilisten voor duizenden dollars aan achterstallige verkeersboeten moeten betalen.

Mijn derde auto, terug in Nederland, was een Vauxhall, die helaas – voor deze column – weinig gebreken had. Zo ver als mijn Amsterdamse collega-docent – thans Haagse rechter – Schirmeister heb ik het dus nooit gebracht. Frits Schirmeister had een liefde voor oldtimers en hij kocht van De Heus een 22 jaar oude Citroën DS Break. Helaas bleek na 15 maanden bij een apk-keuring dat de kokerbalken waren doorgeroest, hetgeen (door de verkoper?) was gecamoufleerd. Rechtbank en hof stelden verkoper in het gelijk, maar de Hoge Raad casseerde – HR 15 april 1994, NJ 1995/614, m.nt. C.J.H. Brunner. Het is jarenlang een standaard-arrest geweest met opname in de arrestenbundel van Sterk als gevolg, maar de invoering van het nieuw BW heeft hier helaas een einde aan gemaakt.

Deze column is eerder verschenen in Ars Aequi december 2013

Categorieën: Columns, Weblogs
Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *