Heldere taal

Ars Aequi heeft wat met heldere taal. Of niet? Een niet-representatieve steekproef wordt ons geleverd door de boekaankondigingen in het maartnummer van dit jaar. Vier boeken worden aangekondigd. Sander Steneker verzorgde in 2012 een tweede editie van zijn monografie over pandrecht. De vorige druk dateerde van 1991. Dat gebeurt bij monografieën meer (ik moet het mij aantrekken). Maar de teneur van de aankondiging is positief (niet ongebruikelijk bij aankondigingen in Ars Aequi). ‘Al met al geeft de monografie een helder en actueel overzicht [...]’; zo besluit Emil Verheul zijn aankondiging in AA 2013, p. 254. De volgende aankondiging, geschreven door Fay Kartner, betreft de Leidse dissertatie van Peter van Lochem. De aankondiging eindigt aldus: ‘Concluderend geeft Van Lochem in zijn proefschrift een heldere uiteenzetting over het fenomeen rechtsrelativering’ (AA 2013, p. 255).

Ook de twee overige aankondigingen van het maartnummer van Ars Aequi betreffen proefschriften. ‘Al met al geeft het proefschrift een heldere weergave van de wettelijke regeling en de ontwikkelingen die de pauliana heeft doorgemaakt in de jurisprudentie’. Zo eindigt de aankondiging van de Nijmeegse dissertatie van Robbert Jan van der Weijden over de faillissementspauliana door wederom Emil Verheul. De laatste aankondiging gaat over het VU-proefschrift van Annette Klein Wassink over toetsing van besluiten in het rechtspersonenrecht. Dat geeft volgens Marishka Neekilappillai ‘een helder inzicht in de historische ontwikkeling in de toetsing van besluiten in het rechtspersonenrecht’. Zoals de door mij gecursiveerde kwalificaties aangeven, zijn de vier besproken publicaties (alle vier) helder. Is er sprake van een gemeenschappelijke leerschool? Of wederzijdse beïnvloeding? Wat het ook moge zijn, het is een heldere keus.

Deze column is eerder verschenen in Ars Aequi april 2013

Categorieën: Columns, Weblogs
Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *