The spy who never came in from the cold: KGB-agent zorgt voor juridisch spektakel
Op 10 november 2012 publiceerde NRC Handelsblad een interview met de daags daarna negentig jaar wordende Britse oud-dubbelspion George Blake (‘Verrader uit overtuiging’, NRC Handelsblad 10 november 2012. Zie ook de interviews in de Рοссийская Газета van 6 november 2012 en de Daily Telegraph van 8 november 2012. Aan de kop boven dit laatste interview ontleen ik de titel van deze column). Hij vertelt hierin – in het Nederlands (‘in een sjiek vooroorlogs Rotterdams accent’: hij groeide op in Rotterdam) – hoe hij in 1944 in dienst trad van de Britse Secret Intelligence Service (MI6). Tijdens de Korea-oorlog wordt hij krijgsgevangen gemaakt. Blake verveelt zich stierlijk en stort zich op de enige vier boeken die de bewakers hem ter lezing hadden gegeven. Twee daarvan zijn de twee delen van het Communistisch manifest en één bevat de werken van Lenin. Blake wordt gegrepen door het communisme. Hij meldt zich bij de KGB en tot 1961 verraadt hij naar eigen zeggen honderden geheim agenten van de Britten aan de Sovjets. Dan wordt hij gepakt en door de Britse rechter tot 42 jaar gevangenisstraf veroordeeld. In 1966 weet hij uit de gevangenis te ontsnappen en sindsdien woont hij – met een nieuwe vrouw – in Moskou. Van zijn belevenissen heeft Blake getuigenis afgelegd in zijn autobiografie No other choice (Londen: Jonathan Cape 1990).
Tot zover de levensgeschiedenis van een doorsnee dubbelspion, maar nu wordt het – juridisch – spannend. Wat de NRC-verslaggever er niet bij vertelt, is dat de opbrengst van de autobiografie voorwerp is geweest van een boeiende rechtsstrijd. De Britse regering gunde Blake zijn £ 88.650 aan auteursrechten niet en vorderde deze als schadevergoeding voor contractbreuk. In Attorney General v Blake [2001] 1 Appellate cases 268 bepaalde het House of Lords – in afwijking van het Court of Appeal (Lord Woolf) – dat wanneer reguliere sancties niet toereikend zijn, de rechter bij uitzondering de door de inbreukmaker behaalde winst kan toewijzen (disgorgement of profits) – zie Katy Barnett, Accounting for profit for breach of contract. Theory and practice (PhD Melbourne), Oxford: Hart 2012, 232 p., en Ole Böger, System der vorteilsorientierten Haftung im Vertrag, Tübingen: Mohr 2009, 1143 p.
Het is de vraag of de Nederlandse regering bij een soortgelijke actie succes zou hebben gehad. Wij kennen de vordering tot winstafdracht in artikel 6:104 BW, maar dat wordt door de Hoge Raad in het arrest Waeijen-Scheers/Naus (NJ 1995/421) restrictief geïnterpreteerd. In België is een vordering tot voordeelsafgifte recentelijk bepleit door Marc Kruithof, TPR 2011, p. 13 en Joke Baeck, Vereniging voor de vergelijkende studie van het recht van België en Nederland, Preadviezen 2012, p. 208. Voor 2014 staat het onderwerp geagendeerd op het vierjaarlijkse congres van de Académie Internationale de Droit Comparé te Wenen.
Blake heeft het er niet bij laten zitten. Voor het Europese Hof voor de Rechten van de Mens beklaagde hij zich erover dat zijn rechtsstrijd met de Britse regering meer dan negen jaar had gekost. Dit was in strijd met artikel 6 lid 1 EVRM. Op 26 september 2006, [2006] All ER (D) 126, gaf het Hof hem – na vijf jaar en acht maanden – gelijk. De Britse regering werd veroordeeld Blake € 5.000 aan schadevergoeding en € 2.000 aan rechtsbijstand te betalen. Leuk voor Blakes oude dag, maar juridisch geen rara avis. Onder juristen verdient Blake zijn reputatie voor de afroming van zijn onrechtmatig gemaakte inkomsten. Gevleugeld zijn de woorden van Lord Nicholls: ‘Restitution for breach of contract must be accepted in some situations. These situations may never be as exceptional as that which we are passing on today, but notwithstanding this there is no other conclusion the court can reach.’
Deze column is eerder verschenen in Ars Aequi februari 2013




