Vrije wil bestaat niet – einde strafrecht en aansprakelijkheidsrecht nabij?
Beschikt de mens over een vrije wil? Het is een vraag die de menselijke geest door de eeuwen heen, van Aristoteles tot Spinoza, heeft beziggehouden. Ook vanuit juridisch perspectief lijkt het antwoord niet onbelangrijk. Kan iemand wiens of wier gedragingen zuiver kunnen worden toegeschreven aan zijn genen, aan haar neurologische structuur, wel strafrechtelijk worden veroordeeld? Of civielrechtelijk aansprakelijk worden gehouden? Het was het Leitmotiv van een bijeenkomst die De Jonge Akademie op 11 februari jl. in Amsterdam had georganiseerd. Die ‘Jonge’-aanhangsels zijn een slimme manier om oude, wat vermolmde structuren als in dit geval de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen nieuw leven in te blazen. Ik meen dat de Vereniging voor Administratief Recht er met de Jonge VAR ooit mee begonnen is. Hero Brinkman is het niet gelukt een Jonge PVV op te richten, maar De Jonge NJV lijkt een succes.
Ik had mij er die elfde februari wel wat van voorgesteld. Een aanval op de grondslagen van onze rechtsorde, dat ziet men niet vaak. De aanval kan als mislukt worden beschouwd. In de eerste plaats – sprekers als Ybo Buruma wezen erop – blijkt het juridisch referentiekader recht overeind, n’importe wat de uitkomst is in de discussie tussen deterministen en aanhangers van de vrije wil. Maar ook op filosofisch vlak lijkt mij de aanval op de vrije wil mislukt. Op de bijeenkomst van De Jonge Akademie was het de Amsterdamse hersenonderzoeker Victor Lamme (De vrije wil bestaat niet. Over wie er echt de baas is in het brein, Amsterdam: Bert Bakker 2010, 332 p.), die – de lezer raadt het al – verdedigde dat de vrije wil niet bestaat. Hij kreeg weinig – zeg maar: geen – bijval. Dagvoorzitter Elies van Sliedregt moest op een bepaald moment zelfs oproepen om het Lamme bashing te staken. Uit bèta-hoek was het de Delftse medische filosoof Gert-Jan Lokhorst (Brein en bewustzijn, Rotterdam: Filosofische studies 1986, 150 p.) die erop wees dat de natuurwetenschappen – Newton, kwantummechanica (‘God dobbelt’), relativiteitstheorie – het determinisme afwijzen.
Lammes argumenten waren ook niet sterk. Zo’n typisch Amerikaans voorbeeld moest zijn gelijk aantonen: op een brug over een spoorweg staan een dunne en een dikke man. De dunne man ziet (a) een trein aan komen denderen en (b) vijf spoorwegwerkers die op de spoorbaan aan het werk zijn zonder zich van de aanstormende trein bewust te zijn. Het is volgens Lamme rationeel gedrag van de dunne man om de dikke man voor de trein te gooien, zodat deze ontspoort en de spoorwegwerkers worden gered. Immers één leven voor dat van vijf is een goede deal. Maar, zo blijkt uit zijn onderzoek, slechts een kleine minderheid zal daadwerkelijk de dikke man voor de trein gooien. Waaruit zou blijken dat wij niet rationeel handelen. De casus rammelt aan alle kanten, maar het meest fundamentele bezwaar kwam van Hans Nieuwenhuis, die mét Kant in het nalaten om de dikke man voor de trein te gooien helemaal geen irrationeel gedrag zag. Een neerslag van dit Kantiaanse denken is de uitspraak d.d. 15 februari 2006 van het Duitse Bundesverfassungsgericht dat ‘Die Ermächtigung der Streitkrafte [...] durch unmittelbare Einwirkung mit Waffengewalt ein Luftfahrzeug abzuschießen, das gegen das Leben von Menschen eingesetzt werden soll, ist mit dem Recht auf Leben nach Art. 2 Sarz 1 GG in Verbindung mit der Menschenwürdegarantie des Art. 1 Abs. 1 GG nicht vereinbar, soweit davon tatunbeteiligte Menschen an Bord des Luftfahrzeugs betroffen werden’ (1 BvR 357/05).
Een ander voorbeeld: na een discussie over de voordelen van een goede behandeling met een zonwerend middel geeft slechts de helft van de aanwezigen aan zich in de toekomst hiermee in te zullen smeren. In de praktijk blijkt het percentage veel hoger te liggen. Ook dit is geen overtuigende casus. Er is sprake van voortschrijdend inzicht en bovendien duurt het vaak enige tijd voordat een latente beslissing zich in woorden kan uiten. Hersenonderzoek (Draaisma, Sitskoorn, Swaab) is een boeiend verschijnsel, maar het levert vooralsnog minder op dan de buitenwereld meent (Jan Derksen, NRC Handelsblad 12 februari 2011, Opinie & debat, p. 2). En antwoord op de vraag of een vrije wil bestaat, geeft het zeker niet. Ook niet dat de vrije wil wel bestaat.
Deze column is eerder verschenen in Ars Aequi april 2011




