Trots op juridisch Nederland: rechtsgeleerdheid wordt rechtswetenschap

Eindelijk herkrijgt rechten de plaats die haar in de rij der faculteiten traditioneel toekomt. Rechtsgeleerdheid wordt rechtswetenschap. Carel Stolker kan gerust zijn. Als hij zijn plaats in het Leidse College van decanen inneemt, zal niet meer op hem worden neergezien. Althans als het aan de Evaluatiecommissie rechtswetenschappelijk onderzoek 2009 ligt. Die bracht deze zomer verslag uit van de visitatie van het juridisch onderzoek aan de negen rechtenfaculteiten van ons land (de Open Universiteit deed niet mee). Met het gebruik van de term ‘rechtswetenschap’ wil de commissie­Koers tot uitdrukking brengen dat – mede door het werk van haar voorgangers, de commissies-Van Gerven en Ten Kate, maar vooral door de inzet van de faculteiten – het juridisch onderzoek in ons land de afgelopen jaren een aantal fundamentele veranderingen heeft ondergaan. Wat zijn die ontwikkelingen? In de eerste plaats is dat de internationalisering. Dan is er het toenemende belang van multi- en interdisciplinair onderzoek. Er is meer aandacht voor methodologische vragen. Het onderzoek wordt geprogrammeerd. Meer onderzoek wordt uitgevoerd door promovendi. De bekostiging van het onderzoek vindt vaker plaats in competitie. Contractonderzoek neemt toe. Het onderzoek staat minder vaak ten dienste van onderwijs en de praktijk. In de slag om de studenten dreigt onderwijs geld af te snoepen van onderzoek. En ten slotte maakt de vrijblijvendheid van weleer plaats voor grotere sturing.

Elke juridisch onderzoeker kan met dit rapport in de hand met wat meer trots naar buiten treden. Daarnaast geeft de commissie een waardevolle analyse van het juridisch onderzoek. En veel cijfers. Bijna elke van de 59 onderzoeksgroepen krijgt een aantal deelcijfers en een eindcijfer op de schaal van 1-5. Juist voor de lezers van dit blad is dat niet onbelangrijk. Wie een promotieplaats begeert, doet er goed aan mede naar de kwaliteit van de te kiezen groep te kijken. Wie zo redeneert, maakt gerede kans Tilburg als eerste op zijn of haar verlanglijst te plaatsen. Absolute topper met een 5,00 is daar het programma ‘Perspectives on private law’ (Van den Berg, Barendrecht, Vranken, Verheij, Tjong Tjin Tai). Maar ook ‘Market governance’ (Larouche, Van Damme), ‘Regulering in de informatiesamenleving’ (Prins, Koops, Somsen) en ‘Victimology and human society’ (Groenhuisen, Winkel, Van Dijk) scoren met een 4,75 hoog. De tussen haakjes geplaatste namen zijn die van de huidige programmaleiders. Nijmegen heeft twee programma’s die een 4,75 kregen: ‘Migratierecht’ (Guild) en ‘Onderneming en recht’ (Jansen). Amsterdam, Maastricht en Rotterdam hebben er ieder één: ‘European contract law’ (Amsterdam: Hesselink), ‘Globalisation and human rights’ (Maastricht: Kamminga; de beide ius-commune-programma’s werden als goed tot uitstekend beoordeeld, maar kregen geen cijfer) en ‘Behavioural approaches to contract and tort’ (Rotterdam: Van Boom, Faure). Daarnaast zijn er zeven programma’s die met een 4,50 werden gewaardeerd: in Amsterdam waren dat het ‘Amsterdam Center for international law’ (Nollkaemper) en het ‘Institute for information law’ (Hugenholtz, Van Eijk, Van Eechoud), in Leiden ‘Geschillenbeslechting’ (De Wijkerslooth), ‘Rule of law in a World of multi-level jurisdiction’ (Lawson) en ‘Veiligheid en recht’ (Van der Leun), in Utrecht ‘The prospects of European private law’ (Boele-Woelki, Giesen) en aan de Vrije Universiteit ‘Migratierecht tussen burgerschap en mensenrechten’ (Spijkerboer). In Groningen scoorde de beste onderzoeksgroep niet hoger dan 4,25.

Wellicht ook iets om rekening mee te houden: in Rotterdam duurt een promotie­onderzoek het kortst: 4,5 jaar en in Leiden (ondanks de Nieuwenhuis-norm) het langst: 7,2 jaar. Het rapport Kwaliteit & diversiteit. Rechtswetenschappelijk onderzoek in Nederland (433 p.) is zowel in boekvorm als digitaal te verkrijgen.

Deze column is eerder verschenen in Ars Aequi september 2010

Categorieën: Columns, Weblogs
Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *