De rechte rug van Piet Sanders – Een Leidse promotie

Op 9 juli 1945 promoveerde Piet Sanders aan de Rijksuniversiteit Leiden op een studie over arbitrage: ‘Aantasting van arbitrale vonnissen’. Sanders zou, na zijn werk als secretaris van de ministerraad en voor het Lingadjati-akkoord inzake de soevereiniteitsoverdracht van Nederlands-Indië, een van de groten van de internationale arbitrage en het vennootschapsrecht worden. Hij was de bouwdecaan van de juridische faculteit van de Erasmus Universiteit en maakte naam als kunstverzamelaar (al in 1937 leerde hij Karel Appel kennen en waarderen, later ook met Marc Chagall, Naum Gabo, Marino Marini en Henry Moore).

Sanders promoveerde bij prof. Cleveringa en dat is het waarover ik het deze maand wil hebben. Eigenlijk had Sanders, die van 1930-1934 in Leiden rechten had gestudeerd, zijn manuscript al in 1940 voltooid. De datum voor zijn promotie was zelfs vastgesteld: 29 november 1940. Waarom die geen doorgang kon vinden? Omdat Sanders’ promotor drie dagen tevoren door de Duitse bezetter gevangen was genomen. Aanleiding was Cleveringa’s bekende rede waarin hij protesteerde tegen het ontslag van de joodse hoogleraren Davids en Meijers. Het protest leidde tot de sluiting van de Leidse universiteit en wordt gezien als een van de eerste verzetsdaden in ons land tegen de bezetting. Nog altijd herdenken Leidenaren over de hele wereld de 26e november.

‘Ik promoveer bij u en anders niet’

Het had voor de hand gelegen als de promotie van Piet Sanders op 29 november 1940 gewoon doorgang had gevonden. Cleveringa had via een uit de strafgevangenis te Scheveningen gesmokkeld briefje zijn collega Van Bemmelen bereid gevonden om de honneurs waar te nemen. Maar Sanders weigerde: ‘Ik promoveer bij u en anders niet’, liet hij Cleveringa weten. En zo geschiedde, vijf jaar later. Carel Stolker schreef er twee jaar geleden nog over in de alumni-nieuwsbrief van de Leidse universiteit. Ook hoe Sanders voor zijn proefschrift het predikaat cum laude kreeg. Tot zijn onvrede, totdat promotor Cleveringa hem met de volgende woorden gerust stelde: ‘Ik zie het gezicht van de jonge doctor betrekken. Hij denkt waarschijnlijk dat dit judicium te danken is aan het feit dat hij als eerste weer in Leiden promoveert. Ik kan hem geruststellen: het judicium stond al in november 1940 vast’. Sanders vertelt het verhaal zelf in zijn onlangs verschenen Herinneringen (p. 25).

64 jaar later

Geschiedenis? Niet helemaal. Piet Sanders is, ondanks zijn 97 jaren, vanuit zijn Schiedamse woning nog altijd actief in het arbitragerecht. Eerder dit jaar publiceerde hij bij de uitgever van dit blad nog een tekstenbundel over arbitrage. Ook kan hij dit jaar het zestigjarig jubileum vieren van het Nederlands Arbitrage-Instituut dat hij in 1949 met Cleveringa oprichtte. De eerder genoemde Herinneringen geven in een korte Denning-achtige staccato stijl een onderhoudend beeld van een veelbewogen leven. (P. Sanders, Arbitrage & mediation 2009. Nationale en internationale wet- en regelgeving, Nijmegen: Ars Aequi Libri 2009, 326 p.; Piet Sanders, Herinneringen, Amsterdam: SUN 2009, 131 p.).

Deze column is eerder verschenen in Ars Aequi september 2009

Categorieën: Columns, Weblogs
Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *