Multiculturaliteit in Frankrijk: dwalen over maagdelijkheid
De uitspraak veroorzaakte een storm van verontwaardiging in Frankrijk. Op 1 april jl. verklaarde de rechtbank te Lille een huwelijk nietig wegens dwaling. Dat is al een zeldzaamheid, maar de grond was zeker opmerkelijk. De jonge bruidegom – 23 jaar oud ten tijde van het sluiten van het huwelijk – stelde onbetwist dat hij gedwaald had in de ‘qualités essentielles de la personne’, in welk geval blijkens artikel 180 Code civil ‘l’autre époux peut demander la nullité du mariage’. Het huwelijk was gesloten op 8 juli 2006. Tijdens de feestelijkheden trokken de jonggehuwden zich als gebruikelijk terug. Maar in plaats van triomfantelijk kwam de bruidegom even later lijkbleek terug. Zijn jonge vrouw had hem voorgelogen: zij was geen maagd meer. In het vonnis wordt er niets over gezegd, maar duidelijk is dat het hier om twee moslims gaat. De zaak komt in de openbaarheid door een bericht in het dagblad Libération, afkomstig van de advocaat van de man.
Veel Fransen, onder wie een minister en een staatssecretaris, tonen zich geschokt. De schrijfster Elizabeth Badinter is dat ‘parce que la sexualité des femmes est une affaire privée et libre en France, absolument libre’. Op de tegenwerping dat dit een normale toepassing is van de Code civil is de reactie dat het wetboek dan maar moet worden gewijzigd. De minister van justitie Rachida Dati verzoekt de procureur-generaal van Douai om in appèl te gaan, wat inmiddels is geschied.
De genoemde tegenwerping is gebaseerd op de Franse rechtspraak, die artikel 180 vanouds ruim interpreteert. Zo zijn eerder huwelijken vernietigd omdat een echtgenoot had gezwegen over een andere relatie die hij/zij niet voornemens was te beëindigen, of dat hij/zij gescheiden was, prostituée was of een vreemde nationaliteit had, geen normale sexuele betrekkingen kon aangaan, geen kinderen kon voortbrengen of geestelijk onvolwaardig was – zie het rechtspraakoverzicht in de Code civil editie 2008 van de Dalloz. Het vonnis van de rechtbank te Lille zou goed passen in deze lijn.
Hoe te oordelen over deze casus? Zelf kan ik mij vinden in het oordeel van mijn oud-collega Françoise Dekeuwer-Défossez, emerita aan de Universiteit van Lille, die de uitspraak in Aujourd’hui van 7 juni 2008 van de hand wijst: ‘La demande de nullité du mari se fonde sur le mensonge relatif à la virginité de son épouse. Or, le Code civil ne reconnaît pas le mensonge comme une cause d’annulation du mariage.’
Naar Nederlands recht zou deze casus denk ik niet gauw voor de rechter komen. Ook wij kennen de vernietiging van het huwelijk wegens dwaling, maar de dwalingsgronden van artikel 1:71 (‘hetzij in de persoon van de andere echtgenoot, hetzij omtrent de betekenis van de door hem afgelegde verklaring’) zijn aanmerkelijk strenger dan die in Frankrijk. Dat neemt niet weg dat wij natuurlijk wel andere casusposities moeten beoordelen, waar twee stelsels van waarden en normen met elkaar in botsing komen. Pas nog werd het oordeel van de Nederlandse Juristen-Vereniging gevraagd – zie NJB 2008, p. 1651 – over degeen die bij testament aan de zoons het dubbele wil geven van wat de dochters zullen krijgen. Dit ingevolge de Korantekst ‘Allah draagt u op ten aanzien van uw kinderen: voor de knaap zoveel als het aandeel van twee meisjes’. Moet de notaris hier uitvoering aan geven?
Naar mijn mening zal de notaris de testateur er inderdaad voor moeten waarschuwen dat er een reële kans is dat de rechter het testament in strijd zal achten met de goede zeden en openbare orde. Maar moet hij zijn diensten weigeren, indien de testateur deze waarschuwing in de wind slaat? Een ruime meerderheid van de NJV-leden – zie het verslag door Ybo Buruma in NJB 2008, p. 1645, 1647-1648 (een van de preadviseurs wijst erop dat het ook de zoon en niet de dochter is die straks voor de oude dag van de ouders moet zorgen) – vond, in mijn ogen terecht, van niet.
Het gaat echter niet zozeer om de uiteindelijke beantwoording van de gestelde vragen, maar om de weg waarlangs deze dient te worden bereikt. Mijns inziens heeft het privaatrecht hier baat bij de introductie van grondrechten in het discours. Nederland is vanwege het ontbreken van een rechterlijke toetsing van de wet aan de Grondwet een van de weinige landen ter wereld waar dit niet de gewoonste zaak van de wereld is. Door de soevereiniteit in eigen kring te stellen tegenover de gelijkheid van man en vrouw wordt het probleem op scherp gesteld.
Deze column is eerder verschenen in Ars Aequi oktober 2008




