Paard en recht
Onlangs verscheen in een gerenommeerd tijdschrift een bijdrage over ‘paard en recht’. Bij het zien van de aankondiging dacht ik eerst dat het een grap was. Op een conferentie over ‘Cyber law’ verdedigde de Amerikaanse rechter Frank Easterbrook ooit dat de erkenning van een rechtsgebied ‘cyber law’ even komisch was als de ontwikkeling van een vak ‘paard en recht’ – zie Brian Fitzgerald (red.), Cyberlaw, 2 delen, Dartmouth: Ashgate 2006, p. 213-261. Toch is zoiets niet geheel ondenkbaar. In 1996 herbergde het zojuist onder de architectuur van Norman Foster opgeleverde gebouw van de juridische faculteit van Cambridge een expositie over het thema ‘paard en recht’. Dat leek een aprilgrap, maar het was serieus bedoeld. Koningin Elizabeth zou het pand officieel openen en bij die gelegenheid moest ze iets te bekijken hebben. Maar wat: waarin was Hare Majesteit geïnteresseerd? Hare Majesteit stelt uitsluitend belang in paarden, zo leverde een speurtocht in Buckingham Palace uit. Dus werd het een tentoonstelling over paarden en recht. Gelukkig leverde de kleurrijke Engelse rechtspraak voldoende expositiemateriaal op. Het bleek een gouden greep: Her Majesty was most amused. Ook naar Nederlands recht moet iets met paarden te doen zijn. Ooit introduceerde dit blad het Ars Aequi-kwartet, waarin onder meer een serie van vier paarden voorkwam, zoals Artiste de Laboureur, het Azewijnse paard en de kribbenbijter – welk arrest ons blijkens het onderschrift ‘niet kon leren, waarom hij niet hijgend kon copuleren’.
Deze aanpak opent aantrekkelijke perspectieven voor het onderwijs. Elk thema dat goed is voor een expositie laat zich ook in het onderwijs gebruiken. Aan mijn universiteit is een faculteit diergeneeskunde gevestigd en een interdisciplinair keuzevak – wat zeg ik, een minor – paard en recht dient zich aan. Nog meer mogelijkheden hiervoor biedt de Universiteit Maastricht. Het Maastrichtse ‘probleemgestuurde’ onderwijs houdt in dat men niet een abstract deelgebied zoals het goederenrecht of het internationaal privaatrecht behandelt, maar een specifiek probleem. De gedachte is ontstaan bij geneeskunde. Daar was het op een gegeven moment zo dat de neuroloog alles van de zenuwen van zijn patiënte wist, de osteopaat alles van haar botten en de geriater alles van haar ouderdomsverschijnselen. Maar niemand bekommerde zich om de patiënte in haar geheel: ‘operatie geslaagd, patiënt overleden’. De nieuwe medische faculteit van Maastricht bedacht er wat op. Voortaan zouden alleen maar vakken als buikpijn, hoofdpijn en pijn aan de rug worden gedoceerd. Enkele jaren nadien sloot de nieuwe juridische faculteit zich bij dit onderwijsmodel aan. In dat kader past natuurlijk een vak als paard en recht. Bij nader inzien zijn er nog wel enige vakken te bedenken. Wat vindt men – om het even bij dieren te houden – van de ezel in het recht (naar aanleiding van het proces tegen Gerard Reve wegens godslastering), koeien en het recht (zoals koe Antje en de verse koe, de overjarige student zal ze zich nog van college herinneren), van de slak in het recht (bij gelegenheid van het 75-jarig jubileum dit jaar van Donoghue v Stevenson; Kurt Siehr schreef naar aanleiding hiervan ooit een opstel over de slak in het recht) en van de rechten van het dier (dat mooi kan aanschuiven bij de Onderzoeksschool rechten van de mens). Het voordeel van een dergelijk vak is dat alle aspecten kunnen worden belicht: is een konijn in de konijnenwarande roerend of onroerend; is een olifant een roofdier of een huisdier; behoort de zeeëgel tot de beschermde diersoorten; zijn alle dieren gelijk? Dit laatste voorbeeld brengt ons op de Engelse taal waarin deze cursussen bij voorkeur zouden moeten worden gegeven. In Leiden kwam ooit Prince Charles een Engelstalige cursus van Basil Markesinis openen. Ik weet wel iemand die de eerste Maastrichtse cursus ‘Horses and the law’ – 1 april 2008? – zal willen openen.
Deze column is eerder verschenen in Ars Aequi april 2007




