Don Quichotte en de nepauteurs

In november trok ik ten strijde tegen het verschijnsel van ‘nepauteurs’. Het is in onze maatschappij heel gebruikelijk dat juridische geschriften – de conclusies van een advocaat of advocaat-generaal, het wetsvoorstel van een ambtenaar – door een ander van hun naam (en autoriteit) worden voorzien. Er zijn zelfs bèta-faculteiten, waar de medeondertekening van een publicatie door een senior-onderzoeker er enkel op duidt dat hij zich in de conclusies kan vinden. Voor althans het rechtswetenschappelijk discours bepleitte ik dat het prijken met andermans veren niet correct is. Bijval van onverwachte zijde kreeg ik van de Maastrichtse hoogleraar Van Koppen. Deze blijkt mijn opvatting geheel te delen; hij drukt zich zelfs aanmerkelijk sterker (‘wetenschappelijke fraude’) uit dan ik dat in genoemde column heb gedaan. Ongelukkig is daarom dat ik ten onrechte zijn Gerede twijfel-project ter illustratie van mijn stelling heb gebruikt. Het artikel over dubieuze veroordelingen zoals in de Anjummer Pen­sionmoorden (NJB 2006, p. 1558-1564) blijkt zelfs voor een groot deel door hem zelf geschreven. Ik ben op het verkeerde been gezet door een opmerking aan het begin van de uitzending van een radio-uitzending (de Tros Nieuwsshow) die ik heb verstaan als ‘Ik heb dat verhaal niet zelf geschreven’. De transcriptie van het interview wijst uit dat Van Koppen in plaats daarvan gezegd heeft: ‘Ik heb dat verhaal niet alleen geschreven’. Een excuus mijnerzijds is daarom op zijn plaats. Veeleer verdient Van Koppen een pluim voor het noemen van zijn mede-auteurs.

Deze column is eerder verschenen in Ars Aequi februari 2007

Categorieën: Columns, Weblogs
Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *