Ars longa, vita longa
Aan het begin van dit jaar overleed de politicus Marinus van der Goes van Naters op de gezegende leeftijd van honderdenvier jaar. Van der Goes was medio jaren veertig van de vorige eeuw fractievoorzitter van de Tweede Kamerfractie van de Partij van de Arbeid. Er zijn meer staatslieden en politici die een lang leven leidden. Winston Churchill, Nelson Mandela, Prins Bernhard en Prinses Juliana (bien étonnés ...) zijn enkele voorbeelden, die gemakkelijk met vele andere zijn aan te vullen. Zelf was ik een keer stomverbaasd toen ik bij een voordracht van Russische poëzie – het speelde in 1965 toen ik in New York studeerde – oog in oog stond met Kerensky (1881-1970), de laatste premier van Rusland van vóór de oktober-revolutie. Datzelfde jaar overleed in New York de moordenaar van Raspoetin (die ik overigens niet heb ontmoet, ik bedoel de moordenaar). Diezelfde verbazing als bij Kerensky had ik toen ik eens de privé-secretaresse van Hans Kelsen (1871-1973) ontmoette – het was voor mij alsof Immanuel Kant nog in leven was. Een mooi voorbeeld van langlevenden is Lord Denning, die pas rond zijn tachtigste echt goed met het schrijven van boeken begon (zie AA20040597; p. 4 van deze bundel). Een landgenoot die geruime tijd na zijn pensionering de pen (weer) oppakte om een diplomatieke geschiedenis van het volkenrecht te gaan schrijven was J.H.W. Verzijl. Ongetwijfeld valt ook deze lijst met talloos vele anderen uit te breiden.
Omgekeerd komt het weinig voor dat mensen die een kort leven beschoren is geweest, daarmee veel invloed op het wereldtoneel hebben verkregen. Anne Frank is bij ons de uitzondering. Ook Jezus van Nazareth, Wolfgang Amadeus Mozart en Franz Schubert werden niet oud. Onder juristen was het Telders (1903-1945) die op betrekkelijk jeugdige leeftijd werd omgebracht.
Waar ik met deze constateringen naar toe wil? Ik zou wel een medische verklaring willen zoeken voor het feit dat vips langer (lijken te) leven. Is het wellicht dat men aan de top minder mensen boven zich heeft en daarom minder stress? Dat is evenwel niet mijn vakgebied. Het is iets geheel anders dat ik op het oog heb. Veel scribenten en promovendi zijn bezig met recente geschiedenis. Die geschiedenis behoeft niet alleen uit archiefonderzoek te bestaan. Soms blijken de dramatis personae nog in leven. Lord Denning heeft nog tot op hoge leeftijd televisie-interviews afgegeven. Ook in ons land weet men de beroemdheden uit het verleden en hun entourage – soms – te vinden. Vorig jaar promoveerde Viola Sütő op een studie naar het gebruik van de rechtsvergelijking bij mensen als Meijers en Jan Drion (Nieuw vermogensrecht en rechtsvergelijking – reconstructie van een wetgevingsproces (1947-1961) (diss. Leiden), Den Haag: Boom 2004). Die zijn al lang niet meer onder ons. Maar verrassend velen uit hun omgeving nog wel. De promovenda trok erop uit om hen te interviewen en een interessant geschrift – de kwalificatie is van Schoordijk, RM Themis 2005, p. 99 – was het resultaat. Oral history noemt men dit, en er zijn denk ik tal van rechtsgebieden waar deze wijze van geschiedschrijving nog mogelijk is. Hoeveel ministers van Justitie alleen al zijn er niet nog in leven? Hoeveel oudpresidenten van de Hoge Raad, emeriti, ex-gevangenen, hoofdspelers in standaardarresten?
Eén ding: wij juristen hebben in onze studie in het algemeen geen interviewtraining opgedaan. Het is niet onverstandig om daar een halve dag voorbereiding in te steken. Moet er een opname-apparaat mee, moeten de vragen tevoren aan betrokkene worden toegezonden, na afloop ter correctie aan hem of haar worden voorgelegd, moeten de antwoorden verbatim in het verslag worden gereproduceerd? Indien men zich deze technieken eigen maakt – en er tevens zorg voor draagt dat het opnameapparaat aan staat (hier spreekt iemand met ervaring) – dan kan er iets heel moois ontstaan. Iets wat het archief-onderzoek goed kan aanvullen. Dat tezamen met de meer traditionele methoden een beter zicht op het – recente – verleden geeft. O ja, en nog iets: wacht niet te lang. Sommige juristen hebben dan een vita longa, een vita eterna is ook hun niet gegeven. Scribenten en promovendi, grijpt uw kans.
Deze column is eerder verschenen in Ars Aequi september 2005




