Omzien in verwondering

In het decembernummer van het Rechtsgeleerd Magazijn Themis is een provocerende beschouwing over juridisch onderwijs opgenomen van de hand van de Rotterdamse emeritus L. Mok. De teneur van zijn betoog wordt duidelijk door het opschrift ‘De teloorgang van het burgerlijk recht als wetenschap; oorzaak en gevolg’ (RM Themis 2004, p. 291-297). Waarin bestaat die teloorgang? Mok heeft nogal wat aan te merken op het hedendaagse universitaire onderwijs: leidraad in zijn philippica is het Utrechtse University College. Daarmee heeft hij helaas een verkeerd mikpunt gekozen, want dit college biedt helemaal geen juridisch onderwijs. Het is gebaseerd op de Amerikaanse gedachte van een algemeen vormend universitair onderwijs (waartoe ook juridische vakken behoren). De ervaringen zijn totnogtoe uitstekend. De – internationaal geselecteerde – studenten worden voor een vervolgopleiding gemakkelijk toegelaten tot universiteiten als die van Cambridge, Oxford en Harvard. Anders dan Mok meent, worden de studenten niet gedrild maar juist opgeleid tot het stellen van kritische vragen. In Middelburg wordt inmiddels aan een vergelijkbare opleiding gewerkt. Enige schoonheidsfoutje: de aansluiting met de ‘reguliere’ opleidingen, zoals de rechtenstudie, is nog niet optimaal. Internationale advocatenkantoren zullen dus, anders dan Mok meent, geen belangstelling voor de alumni hebben.

Laten we deze vergissing van Mok even buiten beschouwing, dan blijft er genoeg over waar hij zijn pijlen op richt. Allereerst is dat de voortgangscontrole, waar inderdaad wel iets op valt aan te merken. Aan mijn eigen faculteit is die kort geleden geïntensiveerd omdat de goede studenten stelden er onder te lijden dat de minder gemotiveerden zich slecht voorbereidden. En toen is men denk ik iets te ver in de andere richting – tot en met aanwezigheidscontrole – doorgeslagen. 1-0 voor Mok. Waar Mok niet mee scoort is met zijn beschrijving van de Rotterdamse juridische bibliotheek. Dat was indertijd een uiting van Erasmiaans modernisme, waar andere bibliotheken niet aan hebben meegedaan. Overal elders haal je Ihering en andere groten zo van de plank.

Mok heeft vooral veel aan te merken op de kwaliteit van het onderwijs, hoewel hij uit zijn eigen studietijd wel het verhaal weet op te dissen van de hoogleraar die 37 jaar lang hetzelfde dictaat voorlas – dat zal nu toch niet meer voorkomen. Maar verder is er veel mis. Mok: Studenten van nu weten niet meer wie Meijers, Molengraaff en Scholten waren. EH: Ik denk dat dat wel meevalt en bovendien is er nu een nieuwe – internationale – generatie van idolen: Denning, Foucault en Possner. Mok: Het Romeinse recht is zo goed als afgeschaft. EH: Jammer, maar (a) sommige Romanisten hebben het er zelf naar gemaakt door de brug naar geldend recht te missen en (b) we hebben tegenwoordig de rechtsvergelijking als functioneel equivalent. Mok: De studentenrevoltes van 1968 waren funest. EH: De incidentele studentenacties van 1969 hebben tijdelijk – tot de afschaffing van de Wet universitaire bestuurshervorming – geresulteerd in veel beter georganiseerde faculteiten. Mok: De universiteiten worden bevolkt met wetenschappelijke medewerkers zonder enige wetenschappelijke belangstelling. EH: Mok spreekt zichzelf tegen waar hij even later de vloer aanveegt met het publish or perish. Mok: Multiple-choice-tentamens zijn verderfelijk. EH: Geheel mee eens; bestaan die nog? Mok: Het is schande dat Rotterdamse hoogleraren één promotie per twee jaar moeten afleveren. EH: Het is schande dat er in Rotterdam hoogleraren zijn die niet eens één promotie per twee jaar kunnen afleveren. Mok heeft nog veel meer noten (‘zuviel Noten’) op zijn zang, maar deze Salieri is door zijn plaatsruimte heen.

Deze column is eerder verschenen in Ars Aequi maart 2005

Categorieën: Columns, Weblogs
Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *