Sport en spel
Als binnenkort de Olympische Spelen losbarsten staat midgetgolf, vermoedelijk, niet op het programma. Een Tiger Woods zal in Athene niet in actie komen. Is midgetgolf wel sport? Die vraag speelde in de procedure die leidde tot een arrest van de Hoge Raad van 20 februari 2004 (C02/301). Een jeugdige midgetgolfer, Joyce, had zo enthousiast naar het balletje geslagen, dat zij bij het uitzwaaien van haar golfstick – of is het golfclub? – de eveneens jeugdige Stefan, een omstander maar zelf ook midgetgolfer, had geraakt. Stefan moest als gevolg hiervan zijn oog missen en vorderde van Joyce vergoeding van zijn schade. Van belang is nog om te weten dat beiden deel uitmaakten van een gezelschap van 10-15 vrienden, dat het ongeval zich aan het begin van de avond voordeed in de maand augustus, dat Stefan vaker midgetgolf had gespeeld en dat geen sprake was van alcohol- of drugs(!)gebruik.
De rechtbank wees de vordering van Stefan toe; hof, advocaat-generaal en Hoge Raad dachten er anders over en wezen de vordering af: ‘gedragingen die buiten de spelsituatie als onvoorzichtig en daarom onrechtmatig zijn aan te merken, behoeven binnen een spelsituatie niet als zodanig te worden beschouwd, omdat de deelnemers aan het spel in redelijkheid tot op zekere hoogte gevaarlijke, slecht gecoördineerde, verkeerd getimede, onvoldoende doordachte handelingen of andere gedragingen waartoe het spel uitlokt van elkaar hebben te verwachten’. Dat is conform vaste rechtspraak: eerder heeft de rechter zich bij judo (NJ 1996/376), schaatsen (RvdW 2003/64), tennis (NJ 1992/621) en voetbal (NJ 1992/622) al uitgesproken voor een lichtere aansprakelijkheidstoets – zie Onrechtmatige daad (Lindenbergh) VIII.5. Dat de rechtbank hier niet aan wilde, ligt aan haar opvatting over sport: midgetgolf is volgens de rechtbank een individueel behendigheidsspel, dat weliswaar met twee of meer personen wordt gespeeld maar die spelen dan om de beurt en niet tegelijk: samen voor je eigen. Stefan was volgens de rechtbank toeschouwer en geen deelnemer.
Voor het midgetgolf is dit arrest natuurlijk een prachtige opsteker. Eindelijk een plaats in de sportkoepel NOC/NSF, aanspraak op de subsidiepot van VWS en meer aandacht in Studio Sport liggen in het verschiet. Voor het slachtoffer eindigde deze procedure evenwel in een fiasco. Had de rechtbank het toch niet bij het rechte eind: waarom mogen er bij de beoefening van sport en spel lichtere eisen aan de aansprakelijkheid worden gesteld? Het lijkt erop of de ooit afgezworen leer van de risicoaanvaarding langs deze achterdeur weer binnen is gekomen. Moet Stefan dan volledig in het gelijk worden gesteld? Dat zal niemand willen beweren. Maar om dat te beoordelen hebben we het leerstuk van de eigen schuld van artikel 6:101 BW. Afgewogen zal moeten worden in hoeverre de onvoorzichtigheid met het slaan bij Joyce en de onvoorzichtigheid bij het in de buurt van Joyce gaan staan bij Stefan hebben bijgedragen tot de schade. Sport en spel kunnen daarbij hooguit dienen als een situatieschets, dienend om soortgelijke gevallen gemakkelijk te kunnen opzoeken.
De hele verbijzondering van sport en spel heeft iets van een andere bijzondere categorie die momenteel onder vuur ligt. Dat is de ‘ongelukkige samenloop van omstandigheden’ – zie E.J. Dommering, NTBR 2004, p. 72. In de midgetgolf-zaak had het hof – hierin gesteund door de Hoge Raad - al geoordeeld dat geen sprake was van een dergelijke ‘ongelukkige samenloop van omstandigheden’. Wat was dit dan wel? Volgens het hof is hier sprake van ‘een uiterst ongelukkige samenloop van omstandigheden’ (mijn cursivering, EH). Het lijkt mij een uiterst ongelukkig onderscheid, dat geen enkel nieuw licht werpt op de zaak. Net zoals sport en spel terug moeten naar waar ze thuishoren: naar het algemeen deel van het aansprakelijkheidsrecht.
Deze column is eerder verschenen in Ars Aequi mei 2004




