Rechters: het zijn net(te) mensen

Mocht u ooit voor de strafrechter moeten verschijnen, dan heeft u geluk wanneer dit net na de lunch geschiedt. Onderzoek heeft namelijk uitgewezen dat de rechter een verzoek tot voorwaardelijke vrijlating eerder inwilligt, wanneer hij net terugkeert van de lunch, dan wanneer hij al wat zaken achter de rug heeft. (S. Danziger e.a., ‘Extraneous factors in judicial decisions’, PNAS 2011). Dit onderzoek raakt de kern van de thematiek rond het besluitvormingsproces van strafrechters en de factoren die de vereiste onpartijdigheid en objectiviteit hierbij kunnen beïnvloeden. Een thema dat ook 13 jaar later nog steeds actueel is. Zo constateert Van Es in haar proefschrift dat het enkele feit dat een strafdossier een rapport over de psychische gesteldheid van de verdachte bevat, kan leiden tot een grotere kans op een veroordeling (R. van Es, De psyche in de rechtszaal (diss. Leiden), 2023). Van den Brink brengt naar voren dat er bij de rechterlijke beslissingen rond voorlopige hechtenis bij jeugdigen sprake is van grote ongelijkheid afhankelijk van onder andere de etnische en sociaaleconomische achtergrond van de verdachten (Y.N. van den Brink, ‘Ongelijkheid ontrafeld’, BSb 2023, afl. 5).

In het maken van keuzes zijn er twee ‘systemen’ te onderscheiden: systeem 1 (snel, automatisch en intuïtief) en systeem 2 (langzaam, analytisch en reflexief). Rechters zullen zich tijdens het besluitvormingsproces vooral van het tweede systeem bedienen om tot een weloverwogen uitspraak te komen, maar het volledig vermijden van intuïtieve opwellingen en mentale sluiproutes is onvermijdelijk (D. Kahneman, Thinking, Fast and Slow, New York: Farrar, Straus & Giroux 2011). Deze sluiproutes kunnen onjuiste of bevooroordeelde beoordelingen (biases) met zich brengen, maar kunnen tegelijkertijd ook verrassend accuraat zijn. De vraag is hoe rechters gebruik kunnen blijven maken van dit intuïtieve besluitvormingssysteem, zonder in de valkuilen te trappen die soms gepaard gaan met (te) snel denken en handelen.

In de context van rechterlijke besluitvorming lichten we twee soorten biases uit: sociale en cognitieve bias. Bij sociale biases vormt men automatisch een eerste indruk van anderen, op basis van informatie die we voorhanden hebben, zoals bijvoorbeeld uiterlijk, afkomst of religie. Stel je een verpleegkundige voor: grote kans dat je eerst aan een vrouw zult denken. En een CEO? Waarschijnlijk een witte man van middelbare leeftijd. Bij cognitieve bias doet zich een ‘fout’ voor in ons denksysteem. Een tennisracket en -bal kosten samen € 1,10 en het racket kost € 1 meer dan de bal. Hoe duur is de bal? Veel mensen zullen 10 cent antwoorden, vooral wanneer ze onder tijdsdruk staan of vermoeid zijn. Voor rechters zal dit niet anders zijn: de huidige personeelstekorten en werkdruk werken biases alleen maar in de hand.

In Van Es’ onderzoek lijkt sociale bias een rol te hebben gespeeld: de tweehonderd studenten die zij vroeg om op de stoel van de rechter te gaan zitten, veroordeelden in gelijke omstandigheden significant vaker een verdachte bij de enkele aanwezigheid van een psychologische rapportage. Studenten lijken een zekere predispositie tot het plegen van misdrijven te vermoeden bij mensen met psychische problemen. De resultaten zijn aan een groep rechters voorgelegd en zij gaven aan dat zij de rapportages niet bewust gebruiken bij de schuldvraag. Tegelijkertijd sluiten de rechters niet uit dat de aanwezigheid van een rapportage onbewust een rol zou kunnen spelen op een soortgelijke manier als bij de studenten.

Bij de ongelijkheid die Van den Brink ontwaart is een combinatie van beide biases relevant. Door een combinatie van tijdsdruk en onvolledige informatie wordt een cognitieve bias geactiveerd, waarbij intuïtieve redeneringen de overhand kunnen krijgen bij het inschatten van het risicoprofiel van de verdachte en de complexe vraag die voorligt. Helaas constateert Van den Brink dat dan niet alleen juridisch relevante factoren een rol spelen, maar bewust of onbewust ook bepaalde stereotypen over bijvoorbeeld etniciteit en sociaaleconomische status intuïtief op de voorgrond komen. Hierbij is een complicerende factor dat de strafrechters relatief vaak een andere etnische en sociaaleconomische achtergrond hebben dan de verdachten. Hoewel het voorkomen van deze onbewuste processen vrijwel onmogelijk is, dragen genoemde inzichten wel bij aan de herkenning hiervan. Van daaruit kan worden onderzocht welke waarborgen er in het strafproces kunnen worden ingebouwd om ongelijkheden in besluitvorming te ondervangen.

Dit redactioneel van Bram Groothoff & Kimia Heidary is verschenen in Ars Aequi maart 2024.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *