Laten we ons bevrijden van geitenpaadjes in wetten en regels

Aangezien we in Nederland (‘lage landen’) geen bergen hebben (sorry, Limburgers) zou je zo maar kunnen denken dat er ook geen geitenpaadjes te vinden zijn. By the way, dat zijn griezelige bergpaadjes waar je met één stap verkeerd zo het ravijn inkukelt. Toch zijn er hier verschillende ‘geitenpaadjes’ te vinden waarmee rechters regelmatig te maken krijgen. Van Dale omschrijft deze metafoor als ‘een onofficiële, geïmproviseerde manier om iets tot stand te brengen of te bereiken’. We zien ze gebruikt worden door de overheid, vooral om Europese wetten en afspraken proberen te ontlopen. Maar bijvoorbeeld ook in de gewijzigde coronawet (pandemiewet) zou een geitenpaadje zitten waarmee het kabinet door de Tweede Kamer verfoeide maatregelen als de avondklok kan invoeren.

Naast de overheid bewandelen burgers ook geitenpaadjes, waarmee zij proberen zich een betere positie te verwerven. Zo’n geitenpaadje pakt echter vaak uit in het nadeel van een ander (de belastingbetaler). Dit najaar schreef ik over een geitenpaadje naar de ‘baarbonus’. Deze bonus van 30.000 euro is voor degene(n) die vóór 2025 een baby krijgt. Officieel heet deze baarbonus de ‘inkomensafhankelijke combinatiekorting’, een over twaalf jaar uitgesmeerd belastingvoordeel. Deze wordt per 1 januari 2025 afgebouwd in verband met de bijna gratis kinderopvang. Ouders die handig weten te plannen, krijgen 30k én de gratis kinderopvang. Kamerleden vragen inmiddels om een minder harde ‘knip’. Zij vrezen een door fiscale voordelen opgewekte babyboom. Er valt fiscaal echter nog meer uit een baby te halen, namelijk via het geitenpaadje van de Baby-BV. Ouders richten een bv op, waarvan ze de aandelen overdragen aan hun kind. Vervolgens gaan ze in loondienst bij die bv. De winst die wordt gemaakt, gaat direct naar het kind-enig-aandeelhouder. Het vermogen komt hiermee niet bij de ouders terecht, wat erfbelasting bespaart als zij komen te overlijden.

Het kabinet wil opmerkelijke belastingconstructies gaan aanpakken. Het ministerie van Financiën heeft daarvoor een lijst samengesteld. De Baby-BV staat op die lijst vermeld, maar ook minder ‘extreme’ constructies, zoals de hypotheekrenteaftrek vanwege een eigenwoningschuld bij de ouders, ook wel de familiebank genoemd. Op de website van de Belastingdienst staat beschreven hoe de familiebank werkt. Een besluit van de staatssecretaris van Financiën laat zelfs zien, dat er ook renteafrek bij het kind mogelijk is, als de rente aan de ouders wordt betaald uit een eerdere schenking van de ouders.

Het ministerie van Financiën roept sinds kort ook Nederlanders op om opmerkelijke belastingconstructies aan te dragen. Het gaat om constructies, waarbij de belastingplichtige zo min mogelijk belasting hoeft te betalen. Er wordt daarbij gebruikgemaakt van verschillen in belastingtarieven, grondslagen, vrijstellingen of aftrekposten. Daarmee wordt volgens het ministerie weliswaar gehandeld naar de letter, maar niet naar de geest van de wet. Dat schrijft nou diezelfde ‘overheid’ die steeds vaker de randen opzoekt van wat er wettelijk gezien mogelijk is. En die, als de rechter de overheid terugfluit, weer een volgende geitenpaadje opzoekt.

Dit ‘opmerkelijke-belastingconstructies-offensief’ verraste mij behalve als burger van dit land ook als notarieel jurist. De hoogste tuchtrechter oordeelde nog maar een jaar geleden, dat de notaris om fiscale redenen relatie-advies moet geven. De LAT-partner van een overleden man stapte namelijk naar de tuchtrechter, omdat zij als niet ‘officiële’ partner met een flinke aanslag erfbelasting werd geconfronteerd. De notariskamer van het hof Amsterdam oordeelde daarop, dat de notaris de man erop had moeten wijzen dat de erfbelastingdruk beperkt kon worden door te gaan trouwen. Dat de man alleen maar bij de notaris kwam voor een aanvulling op zijn eerdere testament en dat die aanvulling losstond van de partner, maakt volgens het hof niet uit.

Het opmerkelijke-belastingconstructies-offensief moet volgens mij voorlopig in de ijskast worden gezet. Eerst moet de overheid diens voorbeeldfunctie serieuzer gaan nemen en wegblijven bij de geitenpaadjes, door ze zelf niet te bewandelen. Ook moet wetgeving voortaan zo worden gemaakt dat er zo min mogelijk geitenpaadjes zijn te vinden. Sterker nog: laten we een datum prikken waarop we de geitenpaadjes van overheid en burger officieel en voorgoed sluiten, en elk jaar die dag waarop we van de sluiproutes werden bevrijd, uitbundig vieren. Laten we kiezen voor 11 december, de internationale dag van de bergen. Want naast bergen hebben we dan ook geen figuurlijke bergpaadjes meer!

Deze column is eerder verschenen in Ars Aequi januari 2023.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *