Cash geld als juridische quiet luxury
Op TikTok zag ik jongeren contant geld in pastelkleurige envelopjes stoppen met labels als ‘boodschappen’, ‘vakantie’, ‘huur’ en ‘nood’. Cash stuffing heet het en lijkt een typisch Gen-Z-fenomeen. Tegelijk verscheen in mijn TikTok-feed een video waarin vanuit een sportauto rijdend door Amsterdam bankbiljetten werden gegooid. Of het echt of fake is, maakt eigenlijk niet eens uit. Het laat namelijk zien dat cash nog steeds iets bij mensen oproept: bling aan de ene kant, controle aan de andere.
Hoe is dat ontstaan? Volgens mij speelt de frictionless finance uit Silicon Valley hierin de hoofdrol. Betalen moet zo soepel mogelijk gaan. Een tik met je horloge of telefoon: ping, gedaan. Tussen verlangen en betaling zit nauwelijks enige tijd of bewustzijn. Achterafbetaalknoppen, abonnementen, microtransacties en automatische verlengingen zijn ontworpen om bijna ongemerkt te blijven.
Frictieloos betalen lijkt het ideaal van digitale ontwerpers. Juristen denken juist in frictie. Een handtekening, een bedenktijd, een notariële akte, een identificatieplicht: allemaal vertragingen die voorkomen dat snelheid de vrije wil kan overrulen. Behalve de juridische kant heeft cash ook een psychologische kant. Een cashbetaling doet namelijk cognitief pijn (Drazen Prelec & Duncan Simester: ‘the pain of paying’). Dat komt omdat je het geld letterlijk uit je portemonnee ziet verdwijnen. Digitaal geld is veel abstracter. Daarvan kun je pijnloos veel meer uitgeven. Daarom is de moderne betaaleconomie ook zo succesvol. De vrolijke TikTok-envelopjes maken geld weer meer zichtbaar en tastbaar. En daarmee ook begrensd. Je voelt het geld verdwijnen, omdat de envelop leger raakt.
Nu is cash ook geopolitiek relevant geworden. Nederlanders krijgen van overheidswege het advies om contant geld achter de hand te houden voor de eerste 72 uur na een cyberaanval of grote stroomuitval. Dat advies is niet symbolisch. In veel winkels hangt een bordje met ‘alleen pinnen’ en door zelfscankassa’s verdwijnen caissières en cashbetalingen. Onze economie draait inmiddels op elektriciteit en servers. En vooral op het vertrouwen dat betalingssystemen blijven werken.
Beter laat dan nooit, is er nu de Wet chartaal betalingsverkeer (op 19 mei jl. aangenomen door de Eerste Kamer). Die verplicht banken onder meer om contant geld beschikbaar en bereikbaar te houden. Dat is een belangrijke stap, maar volgens mij mist deze wet de kern van het probleem. Cash beschermt namelijk niet alleen toegang tot contant geld, maar ook de anonimiteit van betalingen. Niet elke matcha latte die je buiten de deur drinkt, hoeft tot dataopslag te leiden. Cash betekent dus ook: niet hoeven uitleggen waarom je wat op welk moment betaalt.
We moeten cash daarom serieuzer nemen dan alleen als betaalmiddel. Cash beschermt ook vrijheden die voortvloeien uit grondrechten. Het contante geld heeft bovendien veel gezichten. De envelop die een Gen-Z’er budgetdiscipline geeft, betekent voor anderen ook veiligheid en autonomie. Cash heeft ook een schaduwkant. De anonimiteit die vrijheid geeft en beschermt, maakt toezicht ingewikkelder. Opsporingsdiensten en compliance-afdelingen zien de envelop als een mogelijk risico. Bepaalde contante betalingen boven de drieduizend euro zijn niet voor niets verboden.
De discussie over cash geld moet wat mij betreft nu vooral gaan over de vraag hoeveel economische anonimiteit onze rechtsstaat accepteert. En daarbij komt ook de digitale euro in beeld. Die wordt in wezen digitaal contant geld van de Europese Centrale Bank dat ook offline moet werken. Dat klinkt technisch aantrekkelijk. De echte vraag is echter niet of de digitale euro functioneert, maar of die vergelijkbaar is met cash geld. Want cash geeft mensen ook de ruimte en het gevoel om even niet niet ‘geprofileerd’ geld uit te geven en onafhankelijk te zijn van een betalings- en controlesysteem.
De portemonnee is geen nostalgisch overblijfsel uit een analoog verleden. Het is een juridische ‘frictiemachine’ met een rits of een likrand. Cash is misschien daarom wel de nieuwe quiet luxury. Niet omdat het stil is, cash maakt juist geluid, maar omdat het geen digitaal spoor achterlaat.
Mijn partner en vrienden zullen trouwens verbaasd zijn over mijn pleidooi hier voor cash. Ik heb zelf al jaren geen contant geld op zak. Zij moeten voor mij munten in de gitaarkoffer van de straatmuzikant gooien. Wellicht vertrouw ik digitale systemen iets te veel. Maar met mijn achternaam raak je waarschijnlijk vanzelf wat nonchalant over cash geld 😉
Categorieën: Columns, Weblogs




