Shop

Intellectuele eigendomsrechten in de GATT

R. Brohm, V. van der Chijs

Op de ministersconferentie van de Algemene Overeenkomst inzake Tarieven en Handel: General Agreement on Tariffs and Trade (GATT), eind 1986 in Punta del Este (Uruguay), is door de deelnemende landen overeengekomen een nieuwe multilaterale onderhandelingsronde te beginnen om de internationale handel te liberaliseren. Op deze conferentie, de Uruguay-ronde genoemd, wordt bijzondere aandacht geschonken aan intellectuele eigendomsrechten. In een speciale onderhandelingsgroep wordt besproken hoe de internationale bescherming van intellectuele eigendom kan worden verbeterd. In dit artikel wordt onderzocht of het te verdedigen is dat de GATT, zijnde een overeenkomst over internationale handel, zich expliciet inlaat met bescherming van intellectuele eigendomsrechten. Voorts wordt de GATT vergeleken met de World Intellectual Property Organisation (WIPO). Vanouds is het internationale systeem voor intellectuele eigendomsrechten immers het vrijwel exclusieve jachtterrein van de WIPO geweest. Wellicht is de GATT beter geoutilleerd om hervormingen op dit gebied te bewerkstelligen. Ook wordt de huidige stand van zaken in de onderhandelingen besproken. Maar allereerst zal voor een goed begrip aandacht worden besteed aan de achtergronden van de Algemene Overeenkomst zelf.

Verdieping | Studentartikel
juni 1989
AA19890535

Inter Access: ontneming meerderheidsbelang bij onmiddellijke OK-voorziening

M.J.G.C. Raaijmakers

Hoge Raad 25 februari 2011, nr. 10/01343, ECLI:NL:HR:2011:BO7067, LJN: BO7067 (Marigot e.a./Inter Access Groep BV en Rabo Participaties BV)

Annotaties en wetgeving | Annotatie
mei 2012
AA20120372

Interface Heuga

M.J.G.C. Raaijmakers

Hof Amsterdam 15 oktober 1992, ECLI:NL:GHAMS:1992:AC4363, nr. 24/92 OK, NJ 1993, 210 m.nt. Maeijer, (mrs. Vermeulen, Ten Kley en IJsselmuiden, Nabbe, Bunt), TVVS 1993, pp. 20/21 m.nt. M.G. Rood; zie ook R.A.A. Duk, SMA 1993, pp. 395-399 (Ondernemingsraad Heuga Nederland BV/Heuga Nederland BV en Interface Heuga BV) In dit arrest van het Hof Amsterdam is aan de orde in hoeverre de OR van een dochtervennootschap betrokken moet worden bij de beleids- en besluitvorming van de moeder van die dochter omdat de moeder in grote mate invloed kan uitoefenen op het functioneren van de dochter. Hier speelt dus de leer van de toerekening waarin de noot dieper op wordt ingegaan.

Annotaties en wetgeving | Annotatie
september 1993
AA19930658

Interferentie van materieelstrafrechtelijke leerstukken: voorbereiding van moord

T. Kooijmans

Hoge Raad 4 november 2014, nr. 12/05178, ECLI:NL:HR:2014:3081, NJ 2015/185 m.nt. N. Rozemond

Annotaties en wetgeving | Annotatie
juni 2015
AA20150490

Interflora/Marks & Spencer

Ch.E.F.M. Gielen

Hof van Justitie Europese Unie (HvJ EU) 22 september 2011, zaak C-323/09, ECLI:EU:C:2011:604 (Interflora/Marks & Spencer) Artikel 5, leden 1, sub a, en 2 Merkenrichtlijn en artikel 9, lid 1, sub a en c GMeVo.

Annotaties en wetgeving | Annotatie
januari 2012
AA20120034

Internal conflicts on NATO territory: may NATO deal with them?

P.D. Duyx

Post thumbnail May NATO interfere in internal armed conflicts of its own members or partners? This is the question that is examined in this essay. Although an interference by NATO against member states is (conceivably) contrary to NATO's funding principles, such a role for NATO might be possible when essential human rights are at stake. Interference by NATO on NATO territory could, if well balanced and approved of by all NATO members, in fact be in the interest of the NATO citizen. Moreover, this may strengthen a general rule of humanitarian intervention and this may (to some extent) deter parties or members from participating in internal armed conflicts on NATO territory. Furthermore, allowing NATO to internally interfere would facilitate the expansion of the number of members and partners. Then, although NATO would change and expand, it would still be able to firmly retain to the basis of a democratic rule of law.

Verdieping | Studentartikel
februari 2008
AA20080108

Internationaal en supranationaal op het internet

M. Zwiers

Een blik op de website van de Verenigde Naties en de Europese Unie.

Overig | Website
mei 2003
AA20030403

Internationaal huwelijksvermogensrecht: een puzzel die nog steeds niet af is

Zimbabwe-arrest

Th.M. de Boer

Hoge Raad 19 maart 1993, nr. 14903, ECLI:NL:HR:1993:ZC0897, NJ 1994, 187, nt. J.C.S. Ook bekend als het Zimbabwe-arrest. Uitspraak van de Hoge Raad waarin aan de orde komt welke recht van toepassing is op een huwelijk dat in 1980 in Rhodesië is gesloten.

Annotaties en wetgeving | Annotatie
september 1994
AA19940611

Internationaal huwelijksvermogensrecht: het allerlaatste stukje van de puzzel?

Th.M. de Boer

Hoge Raad 6 december 1991, nr. 14582, ECLI:NL:HR:1991:ZC0440, RvdW 1992, nr. 4 (Sinterklaas) In deze uitspraak van de Hoge Raad is de vraag of het huwelijk dat in 1968 is gesloten door een Nederlandse vrouw, die als gevolg van het huwelijk de Spaanse nationaliteit verkrijgt, met een Spaanse man, onder het Nederlandse of Spaanse huwelijksvermogensrecht valt; meer in het bijzonder: welk stelsel van gemeenschap van goederen van toepassing is. De Hoge Raad komt tot de conclusie dat aangeknoopt moet worden bij de gezamenlijke, Spaanse, nationaliteit van de gewezen echtelieden. In de noot wordt hier dieper op ingegaan net als op eerdere rechtspraak die (mede) tot deze uitspraak heeft geleid.

Annotaties en wetgeving | Annotatie
maart 1992
AA19920170

Internationaal Privaatrecht 2024

Ars Aequi Libri, K.R.S.D. Boele-Woelki, R.J. ter Rele

Post thumbnail Internationaal Privaatrecht bevat Verordeningen, Verdragen & Wetten in de volgende rechtsgebieden: Algemeen en Persoonlijke staat, Familie- en Erfrecht, Vermogensrecht, Procesrecht. Teksten zoals deze gelden op 1 april 2024.

9789493333185 - 29-05-2024

Internationaal privaatrecht: forumkeuze voor een buitenlandse rechter

Th.M. de Boer

Hoge Raad 28 oktober 1988, nr. 13860, ECLI:NL:HR:1988:AD0496, RvdW 1988, nr 183 (Harvest Trader) Arrest van de Hoge Raad dat is uitgesproken nadat er cassatie in belang der wet is ingesteld en waarin de internationale forumkeuze centraal staat. De Hoge Raad oordeelt dat in geval in een overeenkomst tussen partijen is vastgelegd dat zij een buitenlandse rechter exclusief bevoegd verklaren in zaken die ter vrije bepaling van partijen staat de Nederlandse rechter zich onbevoegd dient te verklaren en niet, zoals de voorheen gehuldigde opvatting, de partijen niet-ontvankelijk dient te verklaren. In de noot wordt op deze problematiek ingegaan en wordt de internationale forumkeuze besproken aan de hand van eerdere jurisprudentie en literatuur. Ook komt de relatieve en absolute competentie aan de orde en de verhouding daarbij in internationale zaken. Tenslotte wordt het verschil tussen niet-ontvankelijkheid en onbevoegdheid van de rechter besproken.

Annotaties en wetgeving | Annotatie
maart 1989
AA19890206

Internationaal Privaatrecht: hierziening van een testamentair beding

Th.M. de Boer

Hoge Raad 16 maart 1990, nr. 7703, ECLI:NL:HR:1990:AD1057, RvdW 1990, 97, NJ 1991,575 m.nt. J.C. Schultsz (Bredius) In dit arrest van de Hoge Raad en de bijbehorende noot komt aan de orde in hoeverre een bij legaat gegeven verplichting door nationale (openbare) belangen doorkruist kan worden. In de noot komt aan de orde op grond van welke regelgeving dit mogelijk zou zijn. Verder gaat de annotator in op de rechtsmacht van de Nederlandse rechter in deze zaak. De zaak was immers nauw verbonden met Monaco. Vervolgens behandelt de annotator het toepasselijke recht waarbij deze het uitgangspunt volgens ongeschreven Nederlands IPR bespreekt dat bij erfrechtelijke kwesties in beginsel het nationale recht van de erflater van toepassing is (nationaliteitsbeginsel) en bespreekt daarbij mogelijke uitzonderingen en de uitkomst in geval het Haags Erfrechtverdrag zou zijn toegepast. Daarna gaat de annotator in op de mogelijkheid om het nationale recht van de erflater te doorkruisen o.g.v. een voorrangsregel die de Hoge Raad uit de Museumwet destilleert. De Boer gaat daarbij met name in op de werking van voorrangsregels en geeft daarvan verschillende voorbeelden van toepassingen en geeft een bruikbare definitie.

Annotaties en wetgeving | Annotatie
september 1990
AA19900556