De balie: een leemte in de rechtshulp?


Juridische bijstand te verlenen aan hen, die deelnemen aan het rechtsverkeer, in hun rechtsverhoudingen tegenover de overheid en elkaar, hun positie in die rechtsverhouding te helpen bepalen, te verduidelijken, te verbeteren en eventueel voor de rechter te verdedigen: in deze algemene formule is de behoefte aan en de taak van de advocaat misschien het best omschreven.
Daarmee is tegelijk het in beginsel welhaast onbeperkte werkterrein van de advocaat aangeduid: iedere persoon, iedere rechtspersoon en iedere instelling, van de werknemer tot de grote internationale NV, van de kleine middenstander tot de staat, van de kruimeldief tot de NVSH, behoort tot de feitelijke of mogelijke cliëntèle van de advocatuur. Bijgevolg behoort ook ieder onderdeel van het, in onze dagen steeds meer omvattende, recht tot het werk terrein van de advocaat. In familieverhoudingen en in de onderneming, in het wegverkeer, door ziekte, overlijden en misdrijf: steeds kan men in een zodanige situatie terecht komen dat men aan rechtshulp behoefte heeft , aan ad vies, aan verheldering van eigen positie, aan bemiddeling ten einde tot schikking van een conflict te komen, aan verdediging in een proces.
Weliswaar heeft deze formule in feite voor de verschillende terreinen waarop de advocatuur werkzaam is een beperkte concretisering gronden; geformuleerd vanuit de behoefte aan rechtshulp is de taak van de advocaat momenteel niet principieel te beperken.


Verschijningsvorm: Maandbladartikel (download pdf)

Auteur(s): Ars Aequi Maandblad

Verschijning: januari 1970

Archiefcode: AA19700226

Sociaal-economisch recht Sociaal recht