Toont alle 7 resultaten

De geheime dienst gecontroleerd

E.R. Muller

Post thumbnail In dit artikel gaat de auteur in op welke wijze de controle op inlichtingen- en veiligheidsdiensten geregeld is en hoe deze in de praktijk daadwerkelijk plaatsvindt. De auteur gaat daarbij met name in op de AIVD. Na de inleiding beschrijft de auteur de taken en bevoegdheden van de AIVD. Vervolgens stelt de auteur de uitgangspunten voor inlichtingen- en veiligheidsdiensten zoals legitimiteit en gescheiden inlichtingen- en opsporingsdiensten. In de vierde paragraaf wordt ingegaan op de sturing en controle. Hierbij komt de controle door het parlement, maar ook de Commissie van Toezicht aan bod. Tenslotte geeft de auteur, die eerder al op dit onderwerp promoveerde, een aantal aandachtspunten weer.

Verdieping | Studentartikel
April 2009
AA20090223

De strafrechtelijke aansprakelijkheid van de lokbeambte:een hardnekkig misverstand (inclusief nawoord)

J.F. Nijboer bewerkt door P.A.M. Mevis

Reactie en nawoord bij een artikel dat eerder in Ars Aequi wer gepubliceerd over de strafrechtelijke aansprakelijkheid van de lokbeambte. Met een nawoord van Clara Fetter

Opinie | Reactie/nawoord
Februari 1988
AA19880092

Herziening van het militaire straf- en tuchtrecht en van de militaire strafrechtspraak

J.J.E. Schutte

In dit artikel wordt ingegaan op de wijzigingen in 1991 in het militaire tuchtrecht en het militaire strafprocesrecht. Eerst worden de wijzigingen in het materiële recht besproken. Daarna komt de nieuwe wetgeving op het formele gebied aan de orde en tenslotte wordt ingegaan op de rechterlijke organisatie.

Annotaties en wetgeving | Wetgeving
Maart 1991
AA19910237

Het straatverbod: onbeperkte toepassing?

A. Holwerda

Het straatverbod blijkt de laatste tijd een veelbeproefd juridisch instrument voor mensen die worden lastiggevallen of dreigen te worden lastiggevallen. Tot nu toe heeft de rechter zich zeer gevoelig getoond voor de noden en behoeften van degenen die in kort geding een verbod eisten. Bestudering van de rechtspraak maakt een groeiende bekommernis zichtbaar met de positie van slachtoffers van onrechtmatige gedragingen. Deze constatering leidt tot de vraag naar de juridische begrenzingen van het straatverbod. Hoe ver kan en mag de rechter gaan bij het honoreren van de behoefte van eiser(es) om verschoond te blijven van ongewenste confrontaties? Waar komt een straatverbod in strijd met het belang van de gedaagde om onder zo min mogelijk vrijheidsbeperkende maatregelen te leven? Het is dit probleem van de verenigbaarheid van straatverboden met het grondrecht van bewegingsvrijheid welke het onderwerp vormt van dit artikel. Aan de hand van enkele markante gevallen uit de rechtspraktijk zal ik proberen aan te geven wat ik, gelet op het grondrecht van bewegingsvrijheid, nog een toelaatbare toepassing van het straatverbod acht.

Overig | Rode draad | Slachtoffers van delicten
Maart 1989
AA19890175

Kijkt u even recht in de camera alstublieft?

H. Sackers

In dit artikel wordt door de auteur ingegaan op het feit dat er voor verdachten van een strafbaar feit steeds verder afbreuk wordt gedaan aan hun privacy en persoon. De auteur bespreekt hoe volgens hem een belangenafweging moet worden gemaakt tussen opsporing en privacy.

Opinie | Opiniërend artikel
December 2006
AA20060891

Ongewenste ongeadresseerde brievenbusreclame: aan stickers kleven nogal wat bezwaren

D.J.G. Visser

Artikel bij de rode draad 'Recht en reclame' over de zelfregulering in de reclamebranch. Er wordt ingegaan op het fenomeen van de 'ongewenst reclamedrukwerk'-stickers. Waar dit vroeger een bijzonder fenomeen was, is de sticker tegenwoordig alom aanwezig. In dit artikel wordt besproken hoe dit systeem tot stand is gekomen en welke raakvlakken het heeft met het recht.

Overig | Rode draad | Recht en reclame
Februari 1993
AA19930086

Rechtsvraag (233) samenloop van sancties

A.F.M. Brenninkmeijer

Rechtsvraag op het gebied van het ambtenarenrecht waarbij aan de orde komt in hoeverre een mogelijke strafvervolging invloed mag hebben op sancties door de overheid en het niet laten verrichten van werk.

Perspectief | Rechtsvraag
April 1993
AA19930322

Toont alle 7 resultaten