Toont alle 4 resultaten

De autonomie van de Europese rechtsorde en de voorrang van EU-recht: materiële en institutionele aspecten

Y.L. Bouzoraa, J. Lindeboom

Post thumbnail

De doctrines van autonomie en voorrang van EU-recht zijn al decennialang controversieel. Deze bijdrage analyseert de betekenis van en verhouding tussen beide doctrines in het licht van de rechtsfilosofie van H.L.A. Hart en Joseph Raz. Naar aanleiding van het recente PSPP-arrest van het Bundesverfassungsgericht bespreekt deze bijdrage daarnaast de positie van het Hof van Justitie in deze autonome Europese rechtsorde.

Verdieping | Verdiepend artikel
Maart 2021
AA20210258

Duits Constitutioneel Hof zet verhoudingen in de Europese rechtsorde op scherp over de bevoegdheden van de ECB

M. van der Sluis

Bundesverfassungsgericht (Duits Constitutioneel Hof/BVerfG) 5 mei 2020, ECLI:DE:BVerfG:2020:rs20200505.2bvr085915, 2 BvR 859/15 (PSPP) Het PSPP-arrest van het Duitse Constitutioneel Hof (het Bundesverfassungsgericht, hierna BVerfG) gaat over twee juridische problemen. In de eerste plaats gaat het over de manier waarop de rechter de uitoefening van bevoegdheden door de Europese Centrale Bank (ECB) controleert. In de tweede plaats gaat het over de verhouding tussen het recht van de Europese Unie (EU) en nationaal recht.

Annotaties en wetgeving | Annotatie
Oktober 2020
AA20200972

Het Bundesverfassungsgericht over het Verdrag van Lissabon

R. de Lange

Post thumbnail Op 30 juni 2009 sprak Andreas Voßkuhle, de ¬45-jarige vice-president van het Bundesverfassungsgericht (BverfG), het Federale Constitutionele Hof van de Bondsrepubliek Duitsland, het arrest uit in zaak 2 BvE 2/08 en een vijftal daarmee verbonden zaken.1 Centraal stond een rechtsvraag die al vele maanden de politieke en juridische aandacht gevangen hield: is het Verdrag van Lissabon (2008) in overeenstemming met de Duitse grondwet?

Januari 2010
AA20100026

Selectie van rechters voor het Amerikaanse Supreme Court, het Bundesverfassungsgericht en de Hoge Raad

C.M. Zoethout

Post thumbnail In deze bijdrage vergelijkt Carla Zoethout de Amerikaanse, Duitse en Nederlandse procedures voor het benoemen van leden van de hoogste rechterlijke colleges in die landen. Zo is er in Nederland nauwelijks enige discussie over de benoeming van een nieuw lid van de Hoge Raad, terwijl de aanstelling van een Supreme Court Justice in de Verenigde Staten doorgaans veel publieke aandacht trekt (zoals onlangs weer bleek bij de benoeming van Elena Kagan, zie het artikel van Heather Kurzbauer van vorige maand).

Oktober 2010
AA20100748

Toont alle 4 resultaten