Artikel 90 grondwet en de veranderende wereldorde

Wie het nieuws en recente academische literatuur raadpleegt, kan het beeld krijgen dat de internationale rechtsorde ten onder gaat. Zo vormen de Amerikaanse aanval op Venezuela en de Amerikaans-Israëlische aanval op Iran duidelijke schendingen van het geweldsverbod van artikel 2(4) VN-Handvest. Daarbij komt dat zowel Israël als de VS niet hebben getracht een consistent beroep te doen op een van de twee algemeen erkende uitzonderingen op dit verbod, namelijk het recht op zelfverdediging en een machtiging van de VN-Veiligheidsraad, of op een controversiële uitzondering zoals de Responsibility to Protect (Nollkaemper 2021). Met andere woorden, naleving van het internationale recht wordt niet eens gepretendeerd. Dit verschilt van bijvoorbeeld de invasie van Irak in 2003. Het standpunt van onze regering met betrekking tot de aanval op Iran komt echter neer op het volgende: hoewel de aanval niet rechtens is, heeft de regering er toch ‘begrip’ voor (nos.nl, 6 maart 2025). Net zoals veel andere landen heeft Nederland moeite met het bepalen van een duidelijke koers in deze onzekere tijden. In dit redactioneel betogen wij dat artikel 90 Grondwet de regering verplicht het internationale recht na te leven én te handhaven.

Artikel 90 Grondwet draagt de regering op om ‘de ontwikkeling van de internationale rechtsorde’ te bevorderen. Deze bepaling bevat, net als haar voorloper, de doelstelling om internationale geschillen vreedzaam en via (internationale) rechtspraak op te lossen (Hirsch Ballin, nederlandrechtsstaat.nl). Het doel van artikel 90 Grondwet reikt echter verder. Daarbij moet de internationale rechtsorde worden uitgelegd ‘in de ruime zin van een internationaal bestel gebaseerd op universeel geldende rechtsnormen’ (Kamerstukken II 1979/80, 15049 (R 1100), nr. 7, p. 5), waardoor onder meer het bevorderen van vrede, mensenrechten en internationale solidariteit onder de opdracht van artikel 90 Grondwet valt (Hirsch Ballin, nederlandrechtsstaat.nl).

Aangezien artikel 90 Grondwet spreekt van ‘bevorderen’, wordt weleens in twijfel getrokken of het artikel ook leidt tot de verplichting het internationale recht na te leven of zelfs anderen eraan te houden (Besselink, NJB 2025/1781 is hierover genuanceerd). Wij vinden dit bevreemdend. Hoe kun je iets bevorderen zonder het te onderhouden? Zoals De Hoon onlangs stelde: ‘Recht vereist consistente toepassing. Selectieve toepassing ondergraaft de internationale rechtsorde’ (De Hoon, groene.nl, 9 maart 2026). Iedere schending van het internationale recht maakt het bevorderen van de internationale rechtsorde moeilijker of zelfs onmogelijk. Wat ons betreft volgt uit artikel 90 Grondwet dus wel degelijk ook de verplichting voor de Nederlandse regering om zich – op consistente wijze – te verzetten tegen schendingen van het internationale recht en zich daartegen uit te spreken (zie ook Netto op nederlandrechtsstaat.nl, 22 februari 2024 en Spijkers op montesquieu-instituut.nl, 23 juli 2025 en nederlandrechtsstaat.nl, 5 maart 2026).

Hoewel nakoming van artikel 90 Grondwet moeilijk in rechte afdwingbaar is gebleken (Besselink, NJB 2025/1781), betekent dit natuurlijk niet dat de invulling van deze open norm enkel aan de regering overgelaten hoeft te worden: Kamerleden hebben verschillende bevoegdheden waarmee ze de regering kunnen bijsturen. Ook – misschien zelfs juist – als het gaat om het uitleggen van de Grondwet. De regering en Staten-Generaal zijn immers gezamenlijk ‘hoeder van de Grondwet’ (Van Vugt, denederlandsegrondwet.nl, 25 oktober 2021). Het ingewikkelde is echter dat minstens één van de Kamers het dan eerst eens dient te worden over de uitleg van artikel 90 Grondwet en de koers die zij wenst van de regering. Een verdeelde Kamer kan de regering niet bijsturen, zo bleek bijvoorbeeld bij het debat van 12 maart jl., waarbij verschillende moties voor en tegen de Amerikaans-Israëlische aanval op Iran werden ingediend en verworpen (Kamerstukken II 2025/26, 23432, nr. 635 t/m 664).

Kortom, artikel 90 Grondwet levert in onze ogen onder andere een verplichting op aan de regering om zich consistent uit te spreken tegen schendingen van het internationale recht. Zonder handhaving van de internationale rechtsorde kan immers geen sprake zijn van bevordering. Mocht de regering die taak veronachtzamen, dan is het, anders dan zij recentelijk hebben gedaan, aan de Staten-Generaal de regering bij te sturen.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *