Democratie: een dubbele helix

‘We hebben het geheim van het leven ontdekt!’ Dat waren de woorden van de Britse natuurkundige Francis Crick, toen hij rond lunchtijd op 28 februari 1953 samen met zijn jonge Amerikaanse collega James Watson café The Eagle in Cambridge kwam binnenstormen. Eerder die ochtend hadden Crick en Watson de laatste hand gelegd aan een model voor de structuur van DNA als drager van erfelijke informatie. Het kon haast niet anders, aldus de onderzoekers, of DNA bestaat uit twee aparte, maar toch ook onderling verbonden strengen die als de beide zijden van een gedraaide trap om elkaar heen bewegen: de dubbele helix.

Een soortgelijke structuur is volgens de Utrechtse historicus Lars Behrisch kenmerkend voor de moderne vertegenwoordigende democratie. In zijn recente boek Democracy’s Double Helix (Cambridge 2025) betoogt hij dat de democratie is ontstaan vanuit twee afzonderlijke tradities die pas laat met elkaar verstrengeld raakten. Daarbij gaat het ten eerste om een praktijk van institutionele participatie die teruggaat tot de middeleeuwen. Vorsten traden geregeld in overleg met raadgevende organen, parlementen en steden. Medezeggenschap was daarbij voorbehouden aan vertegenwoordigende instituties waarbinnen de adel, de geestelijkheid en stedelijke elites de dienst uitmaakten.

Pas in de tweede plaats kwam het principe van individuele gelijkheid in beeld. Het idee dat mensen als individuen in wezen aan elkaar gelijk zijn, kwam tot ontwikkeling in de vroegmoderne periode en culmineerde uiteindelijk in de Franse revolutie. Het nieuwe gelijkheidsdenken vertaalde zich onder meer in het principe dat ieders stem in politiek opzicht even zwaar dient mee te wegen. De meeste stemmen gelden, dus de meerderheid beslist. Bijzondere voorrechten van bepaalde personen of groepen zouden daaraan niet meer in de weg mogen staan.

Behrisch beschrijft de moderne democratie als een soort schitterend ongeluk. Op geen enkele manier valt de democratie te beschouwen als de logische uitkomst van een voorbestemd historisch proces. Wonderwel vonden de twee door Behrisch beschreven tradities elkaar uiteindelijk in precair onderling samenspel. Institutionele participatie en vertegenwoordiging van verschillende maatschappelijke groepen waarborgen een zeker pluralisme en bevorderen zorgvuldige compromisvorming bij botsende belangen. Intussen voorkomt het gelijkheidsdenken dat politieke invloed opnieuw het voorrecht wordt van bepaalde standen of elites.

Dat wil zeggen: als alles goed gaat, natuurlijk. Want waar de strengen van de helix elkaar idealiter begrenzen en versterken, kunnen zij ook op gespannen voet komen te staan. Denk bijvoorbeeld aan altijd al smeulende en recent weer oplaaiende discussies over de wetgevingsadviezen van de Raad van State. Soms vereist de democratie dat gekozen politici die naast zich neerleggen, zo opperen sommigen. Anderen betogen juist dat de democratie op het spel staat als politici de wetgevingsadviezen zomaar in de wind slaan. Aan talkshowtafels en op sociale media lopen de gemoederen over dit soort kwesties geregeld hoog op.

Het boek van Behrisch helpt dit soort discussies op een dieper niveau te begrijpen. De Raad van State heeft een geschiedenis die teruggaat tot 1531 en is bij uitstek een instelling die voortkomt uit de traditie van institutionele participatie. Als zodanig is het gemakkelijk vatbaar voor verwijten van elitarisme. Aan de andere kant dreigt wat Ilja Pfeijffer onlangs heeft aangeduid als ‘absolute democratie’: een dictatuur van de meerderheid waarin gelijkheid wordt verward met gelijkvormigheid en alles en iedereen uiteindelijk zal moeten wijken voor een zogenaamd ondeelbare ‘volkswil’.

Waar verwijten over ‘grachtengordelpolitiek’ en ‘palingpopulisme’ over en weer door de lucht vliegen, dreigt de democratie als dubbele helix uit elkaar te vallen. Dat is jammer, want op zichzelf heeft elk van beide strengen weinig toekomst. Democratie, zo wordt vaak gezegd, is meer dan de wil van de meerderheid. Dat is waar, maar democratie is ook meer dan bestuurlijke deskundigheid, juridische wijsheid of de wil van een verlichte minderheid. Als staatsvorm kan zij bestendig zijn en haar belofte vervullen naarmate beide strengen elkaar versterken en in balans houden. Zonder dubbele helix is de democratie ten dode opgeschreven.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *