Recht en architectuur
Recht en architectuur hebben iets met elkaar. Juristen en architecten vormen, met medici en bankiers, de groep van vrije beroepsbeoefenaren van wie de aansprakelijkheid vanouds – ten onrechte – als zelfstandig leerstuk wordt gekwalificeerd. Van het contractenrecht wordt regelmatig de architectuur, in de zin van stelsel, geschetst. Een recent voorbeeld is het opstel van Kai Purnhagen (Wageningen) over ‘The architecture of postnational European contract from a phenomenological perspective: a question of comparative instititutional analysis’, RabelsZeitschrift 2013, p. 592-619. De auteur stelt hierin als volleerd metableticus dat alles met alles te maken heeft: ‘Each and every action taken in the making of European contract law, be it the CFR, comparative research, legislative or judicial action, or scholarly assessment, needs to be assessed in order to determine whether it contributes to the making of an internal market in the sense of Union law’. Purnhagen is niet de eerste die met deze vergelijking komt. Eveneens vorig jaar verscheen in Yearbook of European Law (32) 2013, p. 266-367 een opstel van Hans Micklitz (Fiesole) over de vraag ‘Do consumers and businesses need a new architecture of consumer law’, een vertaling van zijn preadvies voor de Deutscher Juristentag van 2012. Het thema is kennelijk in de lucht, want in 2013 analyseerden ook David Brink en Dana Nelkin in de Oxford studies in agency and responsibility 1 (2013), http://ssrn.com/abstract=2313826 de ‘Fairness and the architecture of responsibility’.
Geheel nieuw is deze belangstelling niet. In 2001 schreven Ugo Mattei en Anna di Robilant in de Tulane Law Review 2001, p. 1054-1086 over ‘The art and science of critical scholarship: postmodernism and international style in the legal architecture of Europe’. En in 1998 schetste Ernst Hirsch Ballin de architectuur van wetgeving in Kracht van wet (Opstellen aangeboden aan mr. W.J. van Eijkern; Zwolle: Tjeenk Willink p. 77-96). En nu heb ik het nog niet eens over juristen die, zoals Stefan Grundmann (Fiesole), in een vroeger leven kunsthistoricus waren en in die hoedanigheid over architectuur hebben geschreven: The architecture of Rome, Fellbach: Axel Menges 1998, 381 p.
Omgekeerd levert de bouwkundige architectuur van juridische gebouwen – juridische – beschouwingen op. In een Ars Aequi-publicatie belichten de Amsterdamse raadsheer G.C. Makkink en N. van Wijnen Vorm en inhoud, rechtspraak en architectuur (Nijmegen: Ars Aequi Libri 2013, 84 p.). Mogelijk hebben zij zich laten inspireren door een plaatjesboek met duizenden foto’s van Franse palais de justice onder redactie van de Franse rechter Madranges. Hierin zijn alle Franse gerechtsgebouwen, hun interieur en allerhande andere bijzonderheden afgebeeld (Etienne Madranges, Les palais de justice de France. Architecture, symboles, mobilier, beautés et curiosités, Parijs: LexisNexis 2011, 590 p.). De samensteller had er kennelijk schik in, want vorig jaar verscheen een vervolg-fotoboek, ditmaal over Franse gevangenissen (dezelfde, Prisons. Patrimoine de France, Parijs: LexisNexis, 2013, 400 p.).
De klap op de vuurpijl is evenwel de samenwerking tussen het Hague Institute for the Internationalisation of Law (HiiL) en het Platform for architecture and city development (Platform voor Groningen | Architectuur en Stedenbouw (GRAS)). Eind vorig jaar presenteerden deze twee instellingen op HiiLs jaarlijkse Innovating Justice Forum ‘the global innovations awaiting courts’. Daartoe werden onder andere het International Criminal Court en het nieuwe paleis van justitie van Claus en Kaan Architecten te Amsterdam bezocht. De drie onderzoeksteams deden dat met steun van het Stimuleringsfonds Creatieve Industrie. Wie googlet naar ‘images for GRAS architecture HiiL’ – let op: HiiL met twee i’s – zal een fraai visueel palet aan toekomstvisies aantreffen. De architecturele achtergrond daarvan is te vinden op www.platformgras.nl. Team 1 presenteerde haar interpretatie van een gerecht van hoogste ressort. ‘People find themselves here if it has truly escaped them to form an alternative solution to their legal problem.’ Het tweede team ontwierp een gerechtsgebouw waarin helderheid inzake rechtszaken centraal staat. ‘For us, it is not a question of whether or not we are moving towards a digital legal system, but when and in what form.’ Het derde team keek naar gerechten die beogen mensen te helpen hun problemen op te lossen. ‘We imagine a large glass greenhouse, open to the public, located at the site of the current Ministry of Foreign Affairs, which will soon need a new function.’ Een idee voor medici en recht (‘de pathologie van het recht’)?
Deze column is eerder verschenen in Ars Aequi maart 2014




