Van gesloten grenzen en bescherming elders, historisch bezien: van kwaad tot erger
Dit academisch jaar, waarin het Vluchtelingenverdrag van 1951 75 jaar wordt, wijdt Marjoleine Zieck, hoogleraar International Refugee Law aan de UvA en hoogleraar Public International Law aan het Pakistan College of Law in Lahore, tien columns in Ars Aequi aan vluchtelingen en heldert zij enige van die misverstanden op.
Gesloten grenzen is niets nieuws. Wel nieuw is dat het niet gepaard gaat met een alternatieve oplossing voor de opvang van vluchtelingen, dát was vroeger anders.
Dit alternatief bestond uit gedwongen volksverhuizingen die geëntameerd werden door zowel het land van herkomst als potentiële asiellanden. Nazi-Duitsland werd geconfronteerd met gesloten grenzen, waardoor Joodse onderdanen wier leven in toenemende mate onmogelijk werd gemaakt het land niet konden verlaten, en als dat wel lukte, zelfs gedwongen werden om terug te keren (het lot van de opvarenden van de oceaanstomer MS St. Louis is exemplarisch: de Joodse vluchtelingen mochten nergens van boord, en kwamen uiteindelijk weer terug in Hamburg vanwaar zij vertrokken). Een reservaat voor Joden in Lublin (Polen), was een eerste voorstel: de Duitsers die er woonden, moesten vertrekken, en Joden die waren opgepakt in Oostenrijk en Tsjechië werden er letterlijk op straat gedumpt. In dezelfde tijd werd Madagascar opgeworpen als deportatiebestemming voor ca. 5 miljoen Joden. Tot de zomer van 1940 werd het lot van de Joden gezien in termen van vestiging elders, niet vernietiging.
Het probleem van massahervestiging stond ook op de agenda van de Evian-les-Bains-conferentie in 1938, georganiseerd door de VS in respons op de kritiek op de gesloten grenzen. De deelnemende staten bleken echter niet van plan hun grenzen te openen; zij zouden hoogstens vluchtelingen tijdelijk opvangen hangende permanent vertrek naar landen in Latijns-Amerika. Die landen waren hier echter niet van gediend, op één uitzondering na: de Dominicaanse Republiek, die wilde wel 100.000 Oostenrijkse en Duitse (agrarische) ballingen opvangen (uiteindelijk vestigden zich ca. 750 Joodse vluchtelingen in Sosúa).
Gedurende de oorlog waren staten naarstig op zoek naar kolonisatiemogelijkheden buiten de eigen potdicht gesloten landsgrenzen in de veronderstelling dat de staten die zij daarvoor geschikt achtten hun grenzen wél zouden openen. Bestemmingslanden die werden gesuggereerd, omvatten o.a. Alaska, Angola, Australië, Belgisch Congo, Brazilië, Bolivia, Brits Guyana, Canada, Chili, Costa Rica, Cyprus, Equador, Ethiopië, Filipijnen, Haïti, Kenia, Mesopotamië, Mexico, Nieuw Zeeland, Noord-Rhodesië, Nyasaland, Oeganda, Peru, Somalië, Suriname, Tanganyika, Tasmanië, en Venezuela. Er kwam weinig van terecht en het idee van kolonisatie (correcter: neo-kolonisatie) als oplossing voor het opvangen van vluchtelingen maakte plaats voor niets doen. Zo werd dat natuurlijk niet samengevat, het ging om ‘rescue through victory’, een einde aan de oorlog zou de beste oplossing zijn was de gedachte in april 1943 (Bermuda-conferentie).
Het idee van kolonies komt nog wel eens op, zij het in een veel sympathiekere variant. In 2015 stelde een Egyptische magnaat voor om een onbewoond eiland van Griekenland of Italië te kopen waar Syrische vluchtelingen hun toevlucht zouden kunnen zoeken. In hetzelfde jaar deed een Amerikaanse magnaat een vergelijkbaar voorstel: het creëren van een staat (genaamd Refugia) voor álle vluchtelingen ofwel in een bestaande staat, dan wel op een onbewoond eiland, of op een te bouwen kunstmatig eiland in internationale wateren. Van die plannen is ook niets terecht gekomen.
Gesloten grenzen in de vorm van muren en prikkeldraad is in toenemende mate de huidige realiteit, en erger nog, doorgangslanden worden betaald om ervoor te zorgen dat vluchtelingen niet eens in de buurt van die fysieke grenzen kunnen komen. Velen stranden in landen waar we zelf echt niet naar toe zullen reizen, en wie het desondanks lukt om de kust te bereiken, waagt de zeer riskante overtocht per boot. Viet Thanh Nguyen, zelf een voormalig Vietnamese bootvluchteling, vat deze ellende treffend samen: ‘those who are not refugees see you refugees as the zombies of the world, the undead rising from dying states to march or swim toward the borders of the living in endless frightening waves. Those on the other side do not see you as human at all’ (A Man of Two Faces, 2023, p. 24). Anders dan voorheen wordt de schijn niet eens meer opgehouden, en evenmin wordt de pil verguld door het formuleren van alternatieven, zelfs als die weinig realistisch of ronduit verwerpelijk zijn.
Deze column is eerder verschenen in Ars Aequi februari 2026.
Categorieën: Columns, Weblogs




