Sociaal-economisch recht

Tussen servet en tafellaken: de studentpromovendus in arbeidsrechtelijk perspectief

G.H. Boelens, E.K. Christiaansen

Studentpromovendi werken net als reguliere promovendi aan een proefschrift en krijgen daarvoor betaald in de vorm van een beurs. Desondanks worden zij niet als werknemer beschouwd, maar als student. Een besluit van minister Bussemaker maakt dit mogelijk. Critici vragen zich af of studentpromovendi in de praktijk niet ‘gewoon’ werknemers zijn. In dit artikel wordt die vraag in arbeidsrechtelijk perspectief geplaatst.

Perspectief | Perspectiefartikel
maart 2017
AA20170250

Uitkeringsrechten van de gehuwde vrouw in de AAW

M. Marseille, H.Th. van der Meer, E. Timmer

Een van de juridische terreinen waaraan in de vrouwenbeweging vrij weinig aandacht wordt geschonken is dat van de sociale verzekering. Toch is daar wel degelijk werk aan de winkel voor degenen die belang hechten aan een gelijke positie voor vrouwen. Van oudsher heeft de gehuwde vrouw geen zelfstandig recht op uitkering in het kader van de volksverzekeringen. Bij de totstandkoming van de AAW in 1975 kwamen er vanuit de Tweede Kamer veel bezwaren naar voren tegen het uitblijven van een zelfstandig uitkeringsrecht voor de gehuwde werkende vrouw. De invoering hiervan werd echter uitgesteld om de regering de gelegenheid te geven tot nadere studie. Dit resulteerde in december 1979 in een fundamentele wijziging van het systeem van de AAW: een volledige gelijkberechtiging van man en vrouw. In dit artikel zullen wij ingaan op het hoe en waarom van deze wijziging. Nadat we zijn ingegaan op de voorgeschiedenis en de totstandkoming van de AAW zullen wij de mogelijkheden bespreken die naar voren gekomen zijn 0m het uitkeringsrecht van de gehuwde werkende vrouw te regelen.

juli 1980
AA19800416

Uitkopende meerderheidsaandeelhouder schiet in eigen voet

S.M. Bartman

Hoge Raad 6 november 2020, ECLI:NL:HR:2020:1745 (Sirowa)

Annotaties en wetgeving | Annotatie
februari 2021
AA20210168

Unisphere: vertegenwoordiging van een NV

M.J.G.C. Raaijmakers

Hoge Raad 30 november 2018, nr. 17/05375, ECLI:​NL:​HR:​2018:​2217 (DHM S.L.P.-Spanje/Unisphere Holdings N.V.)

Annotaties en wetgeving | Annotatie
april 2019
AA20190303

Upholding EU transparency law in cases of ‘alternative documents’

M.Z. Hillebrandt, A.V. Primavarus

Post thumbnail When private text messages play a key role in shaping matters of public interest, transparency faces its greatest challenge. The so-called ‘Pfizergate’ case placed the EU’s access to documents framework under unprecedented scrutiny. What began as a journalist’s request for access to text messages on EU’s procurement of vaccines developed into a defining yet ultimately Pyrrhic victory for transparency, revealing how the informal use of ‘alternative documents’ exposes structural deficiencies of the EU access to documents regime even beyond the Commission.

Verdieping | Verdiepend artikel
januari 2026
AA20260009

UWV Amsterdam: vof of vennoten werkgever? Nieuwe onzekerheid rechtsbevoegdheid vof

M.J.G.C. Raaijmakers

Hoge Raad 18 april 2019, nr. 18/02700, ECLI:NL:HR:2019:649, JOR 2019/173, m.nt. N.E.D. Faber (UWV Amsterdam/X, bewindvoerder in wettelijke schuldsanering)

Annotaties en wetgeving | Annotatie
december 2019
AA20190991

Vakantie en ziekte

W.H.A.C.M Bouwens

Hof van Justitie Europese Unie (HvJ EU) 24 januari 2012, ECLI:EU:C:2012:33, zaak. C-282/10 (Dominguez)

Annotaties en wetgeving | Annotatie
mei 2012
AA20120385

Valeo-arrest

H. Cohen Jehoram

Benelux-Gerechtshof 6 november 1993, zaken A 89/1 en A 91/1, NJ 1993, 454 (Automotive Products B.V./Valeo S.A.). Ook bekend als Valeo-arrest. Uitspraak van het Benelux Gerechtshof die volgens de annotator erg belangrijk is. Aan de orde komen de functies, strekking, concrete en beperkingen. In de noot wordt daar uitvoerig op ingegaan.

Annotaties en wetgeving | Annotatie
januari 1994
AA19940036

Valt een internationale organisatie onder het EG-mededingingsrecht?

K.J.M. Mortelmans

Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen (HvJ EG) 19 januari 1994, ECLI:EU:C:1994:7, zaak C-364/92 (SAT Fluggesellschaft en Eurocontrol) In deze uitspraak van HvJ EG wordt ingegaan op ondernemingsbegrip uit het Europese Gemeenschapsverdrag. Het HvJ EG formuleert daarbij de volgende rechtsregel: De artikelen 86 en 90 EEG moeten aldus worden uitgelegd, dat een internationale organisatie zoals Eurocontrol geen onderneming in de zin van deze artikelen is.

Annotaties en wetgeving | Annotatie
juni 1994
AA19940450

Van CETA naar het EU-Mercosur-handelsverdrag: greenwashing of gouden standaard?

W.Th. Douma

Post thumbnail De Comprehensive Economic & Trade Agreement (CETA) zou een gouden standaard vormen, ondanks vage en niet-afdwingbare milieu- en sociale bepalingen. Ook kunnen aan Canadese investeerders via Investeerder-Staat Geschilbeslechting hoge schadevergoedingen worden toegekend vanwege niet-discriminerende milieu- en andere maatregelen in het algemeen belang. Zonder aanpassingen vormt het verdrag daarom geen geschikte basis voor een EU-Mercosur-handelsverdrag.

Bijzonder nummer | Concurrentie
juli 2020
AA20200684

Van de NV naar de BV naar de NV?

M.A. Verbrugh

Post thumbnail

De recente ingrijpende wijziging van het BV-recht maakt duidelijk dat het NV-recht niet kan achterblijven met het bieden van een aantrekkelijke rechtsvorm. Over de vraag hoe de moderne NV er precies uit zou moeten zien en op welke termijn moet worden gestart met de grootscheepse herziening bestaat verschil van mening.

Verdieping | Verdiepend artikel
april 2014
AA20140263

Van Doren/Lifestyle

Ch.E.F.M. Gielen

Hof van Justitie Europese Gemeenschappen (HvJ EG) 8 april 2002, zaaknr. C-244/00, ECLI:EU:C:2003:204 (Van Doren/Lifestyle) Hof van Justitie Uitleg van artikel 7 lid 1 Merkenrichtlijn; bewijslast bij beroep op uitputting van het merkrecht en de verhouding met artikel 28 en 30 EG-verdrag. De verplichting van degene die zich op uitputting beroept om te bewijzen dat uitputting zich voordoet, is in overeenstemming met artikel 28. Echter, wanneer de derde erin slaagt aan te tonen dat er een reëel gevaar bestaat dat de nationale markten worden afgeschermd, wanneer hij dit zelf moet bewijzen, met name, wanneer de merkhouder zijn waren binnen de Europese Economische Ruimte in de handel brengt door middel van een exclusief distributiesysteem, moet de merkhouder aantonen dat de waren aanvankelijk door hemzelf of met zijn toestemming buiten de Europese Economische Ruimte in de handel zijn gebracht. Indien dat bewijs wordt geleverd, is het vervolgens aan de derde om aan te tonen dat de merkhouder met het daarna in de handel brengen binnen de Europese Economische Ruimte heeft ingestemd.

Annotaties en wetgeving | Annotatie
maart 2004
AA20040185