A.F. Vink
De in voorbereiding zijnde Wet op de defensiegereedheid moet de krijgsmacht voldoende juridische armslag geven om zich gereed te stellen voor de verdediging van het eigen en bondgenootschappelijk grondgebied. Ten onrechte wordt daarbij het militaire straf(proces)- en tuchtrecht buiten beschouwing gelaten. Dat werd in de jaren 1980 ontwikkeld met het oog op een rustig kazerneleven. Het is echter niet geschikt om effectief in (de aanloop naar) een grootschalig conflict te worden toegepast. Maar daar is wel wat aan te doen.
Verdieping | Verdiepend artikel
februari 2026
AA20260101