ultimum remedium

Artikel 75 Sv: de paradox van voorlopige hechtenis na een veroordelend vonnis

J.M.W. Lindeman

Post thumbnail Het lijkt voor de hand te liggen om in de fase van hoger beroep de voorlopige hechtenis van een tot een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf veroordeelde verdachte te laten voortduren, te hervatten of zelfs te laten beginnen. Ook in de hogerberoepfase moet de rechter voorlopige hechtenis echter als een ultimum remedium blijven beschouwen. De ‘reeds veroordeeld’-grond voor voorlopige hechtenis (art. 75 lid 1, derde volzin, Sv) ontslaat de rechter niet van de plicht steeds te motiveren waarom het uitgangspunt dat de verdachte de berechting in vrijheid mag afwachten zou moeten worden verlaten

Rode draad | 75
mei 2026
AA20260404

Mensenrechten in de verdragsbetrekkingen van de Europese Gemeenschap

M.K. Bulterman

In dit proefschrift wordt het juridisch kader voor de toepassing van de mensenrechtenclausule door de Europese Gemeenschap in geval van mensenrechtenschendingen in een derde land in kaart gebracht.

Literatuur | Proefschriftbijdrage
september 2001
AA20010687

Publiek- en privaatrechtelijke aansprakelijkheid in de gewijzigde Wet bodembescherming

E. Bauw

Bespreking van de Wet Bodembescherming (WBB) die de Interimwet Bodemsanering vervangt. In de WBB is meer ruimte voor bodemsanering door de vervuilende burger, merendeels ondernemingen. De wet geeft instrumenten om onwillige burgers die verontreinigingen hebben veroorzaakt te dwingen om de bodem te saneren. In dit artikel worden deze en andere bevoegdheden van de overheid besproken.

Annotaties en wetgeving | Wetgeving
december 1994
AA19940810