Showing 1–12 of 17 results

Het Europees economisch samenwerkingsverband

P. Roos

Met het van kracht worden van een Verordening van de Raad van de Europese Gemeenschappen wordt — voor het eerst in de geschiedenis van de Europese Gemeenschappen — een supranationale, Europees rechtelijke rechtsvorm gecreëerd waarin ondernemingen kunnen samenwerken. Ter uitvoering van de Verordening is op 27 juli 1988 een voorstel van wet aan de Tweede Kamer aangeboden. In het onderstaande artikel zullen aan de orde komen de voorgeschiedenis en de achtergrond van het EESV, de inhoud van de Verordening alsmede het Nederlandse uitvoeringswetsvoorstel.

Annotaties en wetgeving | Wetgeving
Februari 1989
AA19890132

Het recht van vereniging en de ‘anti-democratische’ organisatie

B. Oosting

Na alle commotie rond de opvoering van Fassbinders vermeende antisemitische toneelstuk 'Het vuil, de stad en de dood' zijn de extremistische 'anti-democratische' groeperingen weer in het middelpunt van de belangstelling komen te staan.Hierdoor kwam de vraag naar de mogelijkheden tot juridische bestrijding van dergelijke organisaties prominent in beeld. Het meest geëigende instrument dat het Nederlandse recht kent is de beperking van het in de Grondwet neergelegde recht van vereniging door de artikelen 15 en 16 boek 2 BW. Door middel van deze artikelen kunnen organisaties verboden worden verklaard en/of worden ontbonden. In dit artikel volgt een beschouwing over de vraag of een democratie zich mag verweren tegen 'anti-democratische' organisaties en, zo ja, hoe ver men hierin mag gaan.Hierbij zal tevens het wetsontwerp verboden rechtspersonen, waarvan de parlementaire behandeling (1988) inmiddels is gevorderd tot en met het voorlopig verslag Eerste Kamer, aan de orde komen.

Verdieping | Studentartikel
Juni 1988
AA19880359

Maart 1988

Katern 26: Strafrecht

P.J. Baauw

September 1989

Katern 32: Strafrecht

P.J. Baauw

December 1996

Katern 61: Burgerlijk procesrecht

R.J.C. Flach

Maart 2001

Katern 78: Ondernemingsrecht

G. van Solinge

Mariënburcht

M.S. Groenhuijsen

Hoge Raad 16 oktober 1990, NJ 1991, 442 m.nt. G.J.M. Corstens (Mariënburcht) In dit arrest en de daarbij behorende noot wordt ingegaan op de problematiek die speelt bij het deelnemen aan een criminele organisatie, destijds een 'rechtspersoon met een crimineel oogmerk'. Deze strafzaak speelde zich af in het krakersmilieu en hing samen met de grootschalige ontruiming van een kraakpand in Nijmegen waarbij er door de bewoners van het pand en sympathisanten veel verzet werd geboden. De vraag is nu in hoeverre dat deelnemers deel uitmaken van een vereniging die ten doel had strafbare feiten te plegen. De Hoge Raad komt de conclusie dat het hof een juiste uitspraak heeft gewezen ten aanzien van art. 140 Sr (oud) waarbij op de verschillende bestanddelen wordt ingegaan. In de noot wordt dieper ingegaan op de geschiedenis van art. 140 Sr (oud), de bestanddelen van dit artikel en tenslotte wordt ingegaan op de verhouding tussen art. 140 Sr (oud) en het legaliteitsbeginsel.

Annotaties en wetgeving | Annotatie
Mei 1991
AA19910416

Misbruik van rechtspersonen

R. Harmsen

Misbruik van rechtspersonen heeft in de laatste jaren een ware stofwolk van verbazing en verontwaardiging doen opwaaien. Vooral sommige koppelbazen, die met hun malafide praktijken met BV's de overheid voor miljoenen hebben opgelicht, zorgden ervoor dat velen vraagtekens gingen plaatsen bij het functioneren van rechtspersonen. De belangen van derden worden soms opzettelijk geschonden door op bepaalde wijze gebruik te maken van rechtspersonen. De vraag hoe degene, die misbruik maakt van een rechtspersoon, aansprakelijk gesteld kan worden voor de schade, die derden daarvan ondervinden, levert verschillende antwoorden op. Hieronder zullen enkele grondslagen voor aansprakelijkheid wegen misbruik van rechtspersonen aan de orde komen.

Verdieping | Studentartikel
Oktober 1984
AA19840532

Personenvennootschapsrecht, quo vadis?

A.S.J.M. Tervoort

De Hoge Raad heeft in 2015 drie baanbrekende arresten gewezen die betrekking hebben op het personenvennootschapsrecht: het recht betreffende de maatschap, de vennootschap onder firma en de commanditaire vennootschap. Daarmee komt de vraag op wie de alom noodzakelijk geachte modernisering van het personenvennootschapsrecht, dat nog dateert uit 1838, ter hand moet nemen: de wetgever of de Hoge Raad.

Verdieping | Verdiepend artikel
Maart 2016
AA20160161

Rechtspersonen en mensenrechten, bien étonnés de se trouver ensemble? De invloed van het EVRM op het ondernemingsrecht

A.J.P. Schild

Alexander Schild promoveerde op 6 november 2012 aan de Universiteit Leiden, met het proefschrift De invloed van het EVRM op het ondernemingsrecht. In deze bijdrage vertelt hij waar zijn stellingen in de kern op neerkomen.

Literatuur | Proefschriftbijdrage
Juni 2013
AA20130510

Strijd met redelijkheid en billijkheid of onrechtmatige daad als rechtsmiddel in relatie tot besluiten van de rechtspersoon?

A.F. Verdam

Hoe verhoudt het rechtsmiddel van de aantasting van een besluit van een rechtspersoon zich tot een vordering uit onrechtmatige daad? Wat betekent het IMG-arrest, is het bevredigend en welke vraag wordt – anders dan wel gedacht – niet beantwoord?

Verdieping | Verdiepend artikel
April 2017
AA20170283

Toerekening van kennis aan een rechtspersoon: mijmeringen bij een Hindoestaanse tempel

S.M. Bartman

Hoge Raad 29 maart 2019, ECLI:​NL:​HR:​2019:​467, NJ 2019/157 (Mandir)

Annotaties en wetgeving | Annotatie
Juni 2019
AA20190482

Showing 1–12 of 17 results