J.E. Hulst
Het dalende aandeel jonge juristen in de sociale advocatuur draagt bij aan een groeiende leemte in de gesubsidieerde rechtsbijstand. Recente initiatieven om rechtenstudenten wél met de sociale advocatuur in aanraking te brengen, zijn bedoeld om dat tij te keren. Vanuit het perspectief van rechtenstudenten en juristen aan het begin van hun loopbaan ontwikkel ik een sociaalpsychologische analyse van de vraag in hoeverre sociale advocatuur voor hen überhaupt als reële keuze in beeld kan komen, en bespreek ik hoe drie niet‑financiële factoren die psychologische toegankelijkheid beïnvloeden. Aan de hand van de vragen ‘sociale advocatuur: wat is dat eigenlijk, hoor ik hierbij, en wat kan ik ermee?’ richt ik mij daarbij op de volgende factoren: de aansluiting van sociale advocatuur bij beelden van wat een jurist is en doet; de perceptie van ‘sociale advocaten’ als sterk moreel geprofileerde groep; en opleidingsdenken rond de eerste baan. Voor elk van deze factoren bespreek ik welke drempels zij opwerpen en hoe daarmee kan worden omgegaan in initiatieven voor rechtenstudenten en startende juristen. Het artikel sluit af met implicaties voor rechtenopleidingen, waar de loopbaanoriëntatie vooral wordt gevormd, en voor initiatieven en communicatie rond sociale advocatuur die kunnen aansluiten bij wat voor rechtenstudenten en jonge juristen telt.
Bijzonder nummer | Institutionele (inter)actie
juli 2026
AA20260576