Alle 7 resultaten

De nieuwe kantongerechtsprocedure

Kanttekeningen bij de wet van 21 januari 1991, Staatsblad 50

A. van den Hende-de Vries, R.J.G. Peters

Op 29 januari 1991 heeft de Eerste Kamer goedgekeurd (wetsvoorstel 19 976), inhoudende een algehele herziening van de civiele kantongerechtsprocedure. Met de wet van 31 januari 1991 wordt beoogd te komen tot harmonisering en vereenvoudiging van de procedure. Ten aanzien van deze centrale doelstelling moet men constateren dat de regering in haar opzet is geslaagd. Toch vallen er bij de nieuwe wet enkele kritische kanttekeningen te plaatsen. Na een historisch overzicht van het wetsvoorstel zal in dit artikel worden ingegaan op de 'consumenten-vriendelijkheid' van de wet, en dan met name op de regeling van de rechtsingang (artikel 104 NRv). Vervolgens zal de regeling van de voorlopige voorzieningen (in haar algemeenheid) aan een nadere beschouwing onderworpen worden, waarbij de vraag centraal slaat in hoeverre de regeling van artikel 116 NRv een verbetering van het huidige artikel 100 Rv inhoudt, en daardoor als een waardig alternatief voor het kort geding gezien kan worden. Tot slot zal kort worden ingegaan op het verband tussen dit wetsvoorstel en de voorgenomen herziening van de rechterlijke organisatie.

Verdieping | Studentartikel
Mei 1991
AA19910380

De psycho-sociale striptease

J. Knap

Artikel behorende bij de rode draad `Op zoek naar gefeminiseerd recht´ waarbij ingegaan wordt op een eerder artikel behorende bij de rode draad over de civilisering van het recht ten aanzien van seksueel geweld. De auteur pleit voor een grotere betekenis van het civiele recht bij seksuele getinte zaken in de relationele sfeer. De auteur meent dat de gelijkheid van partijen en de mogelijkheid om zowel onderzoek naar de `verdacht´ en het slachtoffer, de eisende partij, te doen een mogelijkheid met zich meebrengt om een beter vonnis te bewerkstelligen waarbij schadevergoeding en genoegdoening het beste tot zijn recht komt.

Overig | Rode draad | Op zoek naar gefeminiseerd recht
Juni 1992
AA19920332

Juridisch oordelen over medische missers

Hoe medische aansprakelijkheid de kwetsbare plekken van civiele rechtspraak blootlegt

R.W.M. Giard

Dokters kunnen fouten maken, maar rechters ook. De Deense psycholoog Erik Hollnagel, die onderzoekt hoe en waarom mensen fouten maken, stelt: ‘To err is human; to understand why humans err is science’.  Als een wetenschappelijke benadering de beste manier is om uit te zoeken waarom medische professionals kunnen dwalen, heeft dat gevolgen hoe het onderzoek naar de toedracht bij medische aansprakelijkheid dient te geschieden. Die inzichten kunnen vervolgens weer helpen om gerechtelijke dwalingen bij de waarheidsvinding te voorkomen. Zo legt onderzoek van medische aansprakelijkheid de kwetsbare plekken van civiele rechtspraak bloot.

Perspectief | Perspectiefartikel
Januari 2013
AA20130065

Juni 1990

Katern 35: Burgerlijk recht

M.E. Franke, G.H. Lankhorst, B.E. Reinhartz

KEI vereenvoudigt de civiele procedure (of niet?)

J.H. van Dam-Lely

In de wereld van het procesrecht gonst het van ‘KEI’ en digitalisering. Op het moment van het schrijven van dit artikel is bij de rechtbanken Midden-Nederland en Gelderland de prepilot voor handelszaken met verplichte procesvertegenwoordiging gaande. In de prepilot wordt op vrijwillige basis digitaal geprocedeerd volgens KEI. Volgens de huidige planning start bij genoemde rechtbanken op 1 juli 2017 de verplichte pilot voor handelszaken met verplichte procesvertegenwoordiging. Digitalisering komt dus steeds dichterbij. Om de digitalisering mogelijk te maken is de civiele procedure aangepast. De aanpassingen betreffen onder meer de wijze van procesinleiding en de wijze van indienen van processtukken. KEI is ook aangegrepen om de procedure te vereenvoudigen en verzoek- en vorderingszaken meer op een lijn te brengen. In deze bijdrage worden de aanpassingen in de civiele procedure tegen het licht gehouden. Leiden zij tot de beoogde vereenvoudiging?

Verdieping | Verdiepend artikel
Mei 2017
AA20170374

Verplichte HIV-test versus het nemo-teneturbeginsel

J. Schrover

In dit artikel wordt ingegaan op de verhoudingen en spanningen die bestaan tussen het ondergaan van een verplichte HIV-test door een verdachte in geval van een verdenking van een strafbaar feit waarbij het slachtoffer in aanraking is geweest met lichaamsvocht dat het HIV-virus kan overdragen en het nemo-teneturbeginsel. Het wetsvoorstel dat een verplichte test regelt is het wetsvoorstel 'verplichte medewerking aan een bloedtest in strafzaken'. Dit wetsvoorstel is met algemene stemmen aangenomen in de Tweede Kamer. In het artikel wordt beschreven hoe de voorziening via een civiele procedure in het strafrecht wordt vormgegeven. Dit was de 'oude' weg. In geval het wetsvoorstel wet wordt, zal het de slachtofferbescherming ten goede komen. Vervolgens wordt er ingegaan op de rechtspositie van de verdachte binnen de nieuwe regeling waarbij onder andere wordt ingegaan op het artikel dat de lichamelijke integriteit beschermt (art. 11 Gw). Tenslotte wordt er ingegaan op een mogelijke inbreuk op het nemo-teneturbeginsel en een rechtvaardiging daarvoor.

Verdieping | Studentartikel
Mei 2009
AA20090298

Voorlopige bewijsverrichtingen: wat kun en moet je ermee, nu en in de (nabije?) toekomst?

C.J.M. Klaassen

Het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering voorziet in zogenoemde ‘voorlopige bewijsmaatregelen’. Wat is eigenlijk het nut en wat zijn de mogelijkheden hiervan? Deze bijdrage besteedt aandacht aan deze kwestie in de context van enerzijds recente rechtspraak en anderzijds ontwikkelingen rond de modernisering van het bewijsrecht.

Verdieping | Verdiepend artikel
Februari 2019
AA20190097

Alle 7 resultaten