Toont alle 4 resultaten

Big data en mededingingsrecht: is artikel 102 VWEU op tijd klaar voor de uitdaging?

J.W. van de Gronden

Post thumbnail De onstuitbare opkomst van big data noodzaakt de Europese Commissie en de nationale mededingingsautoriteiten ertoe snel meer werk te maken van het verbod op misbruik van een machtspositie. De toepassing van artikel 102 VWEU en diens ‘evenknie’ in het nationale recht (in Nederland art. 24 Mededingingswet) op big data brengt met zich dat bepaalde doctrines en benaderingen met de vereiste voortvarendheid geschikt gemaakt moeten worden voor deze nieuwe uitdagingen. Daarover gaat deze amuse.

Opinie | Amuse
mei 2019
AA20190342

De Algemene verordening gegevensbescherming

J.P. de Jong

Op 27 april 2016 werd in Brussel de Algemene verordening gegevensbescherming vastgesteld. De verordening komt in de plaats van de nu nog geldende EU-privacyrichtlijn. De verordening vormt samen met een richtlijn voor de gegevensbescherming op het gebied van de opsporing, de vervolging en de strafrechtstoepassing de algehele herziening van het gegevensbeschermingsrecht van de Europese Unie. Over dit pakket onderhandelden het Europees Parlement en de Raad ruim vier jaar. Deze bijdrage blijft beperkt tot de verordening. Enkele hoofdlijnen worden besproken.

Annotaties en wetgeving | Wetgeving
oktober 2016
AA20160770

Macht en willekeur, of hoe het Europees Hof voor de Rechten van de Mens negen eisen voor kwalitatief goede wetgeving neerlegde

B. van der Sloot

Post thumbnail

Niet alleen het handelen van de uitvoerende macht en de consequenties daarvan voor de rechten van burgers, maar ook wetgeving als zodanig kan een schending van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens opleveren. Wetten moeten zo zijn opgesteld dat ze de kans op machtsmisbruik minimaliseren en burgers in staat stellen redelijkerwijs in te schatten hoe de uitvoerende macht zijn bevoegdheden wel of niet zal inzetten, dixit het Europees Hof voor de Rechten van de Mens.

Verdieping | Verdiepend artikel
april 2021
AA20210337

Wat weet mijn auto nog meer?

Juridische bescherming 'by design' in tijden van het Internet van de Dingen

M. Hildebrandt

Post thumbnail

Deze bijdrage gaat in op de datastromen die vrijkomen bij de introductie van ‘connected and autonomous driving’ en onderzoekt de mogelijke implicaties van technieken als machinaal leren voor fundamentele rechten zoals privacy en gegevensbescherming, alsmede een aantal grondbeginselen van het recht, met name proportionaliteit, transparantie, en de mogelijkheid zich te verzetten tegen geautomatiseerde beslissingen.

Opinie | Opiniërend artikel
februari 2017
AA20170097

Toont alle 4 resultaten