Toont alle 2 resultaten

De stelplicht: geen kraaienpoot maar een ‘sinkhole’

K.G.F. van der Kraats

Kim van der Kraats promoveerde op 1 september 2017 aan de UU met het proefschrift De eigen(aardig)heid van de kantonrechter. Zij onderzocht of en in hoeverre de kantonrechter het civiele proces anders vormgeeft en procesrechtelijke bepalingen anders hanteert dan de civiele rechter. Nagegaan is welke consequenties de overeenkomsten en verschillen hebben voor de kwaliteit van het civiele proces en er worden aanbevelingen gedaan voor verbetering. Op basis van dossieronderzoek en interviews is geconcludeerd dat de verschillen tussen kantonrechters en civiele rechters zeer beperkt zijn en zelfs zodanig beperkt dat wordt aanbevolen om het onderscheid tussen deze beide type rechters op te heffen. In dit artikel wordt één overeenkomst tussen de beide type rechters uitgelicht, namelijk de wijze waarop rechters omgaan met de stelplicht.

Literatuur | Proefschriftbijdrage
Maart 2018
AA20180262

Vorming of uitholling van recht?

De normering van de strafrechtelijke bewijsbeslissing door de Hoge Raad

M.J. Dubelaar

Post thumbnail De Hoge Raad betracht van oudsher de nodige terughoudendheid bij het toetsen van de bewijsbeslissing, nu het antwoord op de bewijsvraag in de kern een feitelijke aangelegenheid betreft waarin de Hoge Raad als cassatierechter niet te veel wil treden. Wat betreft de invulling van het bewijsrecht (die paar regels die het juridisch kader vormen waarbinnen de bewijsbeslissing moet worden genomen), heeft de Hoge Raad zich altijd tamelijk formalistisch én coulant opgesteld, hetgeen erin heeft geresulteerd dat de wettelijke bewijsregeling is uitgehold en zich geen echte juridische bewijstheorie heeft ontwikkeld. In dit artikel wordt nader ingegaan op de rol van het recht bij de bewijsbeslissing en de opstelling van de Hoge Raad ter zake de normering van die beslissing. Betoogd wordt dat de Hoge Raad wel degelijk meer zou kunnen betekenen, maar dat vanzelfsprekend niet alle openliggende vragen op dit terrein in de cassatierechtspraak kunnen worden opgelost.

Rode draad | Rechtsvorming door de Hoge Raad
Juni 2015
AA20150528

Toont alle 2 resultaten