A.S. de Vries
In deze bijdrage betoogt de auteur dat het gemeentelijke fossielereclameverbod van Den Haag slechts een eerste stap is. Fossiele reclames dragen bij aan de normalisering van vervuiling en ondermijnen klimaatbeleid. Door het schadebeginsel van Mill te herlezen in communitaristisch perspectief, wordt duidelijk dat overheidsingrijpen niet alleen legitiem, maar ook noodzakelijk is. De tijd is rijp voor een nationaal fossiel reclameverbod dat recht doet aan collectieve belangen en toekomstig welzijn.
Opinie | Opiniërend artikel
januari 2026
AA20260018